nieuws

ICT-branche vestigt zich ‘ouderwets’

bouwbreed

De door minister Pronk aangekondigde uitwerking van de netwerkstad in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening suggereert een beleidsmatige belangstelling voor digitale, stedelijke ontwikkelingen. Het is echter de vraag, menen Robbert Coops en Oedzge Atzema, in hoeverre de traditionele, ruimtelijke planning marktontwikkelingen kan sturen.

Vraaggerichte planning met behulp van digitale middelen is daarom geboden. De ‘netwerkstad’ is een jong en populair woord in het planologische vocabulaire. Het werd vorig jaar geïntroduceerd in de Startnota ruimtelijke ordening en het leek er zelfs even op dat de netwerkstad een alternatief zou vormen voor een corridor-ontwikkeling. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom minister Pronk het idee van de netwerkstad omarmt en onlangs zes steden met die status heeft benoemd. Delta Metropool (de vier grote steden), Brabant-stad, Aken-Luik, Knooppunt Arnhem Nijmegen, Twente en Groningen-Assen worden, als het aan Pronk ligt, de zes netwerksteden die kunnen rekenen op extra rijkssteun. Maar zolang de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening niet is verschenen – die staat gepland voor december – blijft het onduidelijk wat een netwerkstad beleidsmatig inhoudt. Het gaat om zoiets als een “regionaal samenstel van stedelijke knooppunten verbonden door een net van infrastructuur”. Maar in een dichtbevolkt en welvarend land als Nederland is het praktisch ondenkbaar dat welke locatie dan ook geen aansluiting zou hebben op de infrastructuur. De “functie” van een knooppunt in een stedelijke constellatie is bovendien nauwelijks meer onderscheidend te noemen. Deze redenering gaat in versterkte mate op voor een virtueel informatie- en communicatietechnologie-knooppunt.

Wisselende contacten

Een kenmerk van netwerken is de tijdelijkheid van de samenwerking tussen partners: de netwerkeconomie staat bol van wisselende contacten. De nabijheid tot klanten of andere bedrijven is steeds minder een noodzakelijke vestigingsplaatsvoorwaarde. Dat kan dus leiden tot een gedeconcentreerd (economisch) verstedelijkingspatroon. Door de tijdelijkheid van netwerken wint tegelijkertijd keuzevrijheid als locatiefactor aan waarde. Dit speelt weer stedelijke centra met hun traditionele diversiteit aan economische functies in de kaart. Economische omstandigheden bepalen stedelijke ontwikkelingen. Dat was zo tijdens de industriële revolutie en dat is ook nu het geval in de huidige kenniseconomie. Kennis zal de komende jaren nog meer de meest dominante productiefactor worden. Voor bedrijven is kennis bovendien steeds minder een middel (zoals voor innovatie), maar vooral een doel op zichzelf. Kennis is competentie en dus een cruciaal concurrentiewapen. Lerende organisatie zijn bedrijven en instellingen die alert reageren op veranderingen in de omgeving en in een vroeg stadium hun organisatie daarop afstemmen en bijstellen. Voor zulke organisaties is informatie van levensbelang. De centrale stad wordt vanouds gezien als een centrum met een grote informatiedichtheid. Maar in ‘a borderess society’ kan men toch communiceren onafhankelijk van de plek waar men zich bevindt? Dat is echter nog maar de vraag. De Amerikaanse psychiater Hallowell (1999) heeft de stelling geponeerd dat toenemend gebruik van telecommunicatie een meer dan evenredige behoefte aan authentieke ontmoetingen tussen mensen veroorzaakt. Zonder deze ontmoetingen ontspoort de aanwassende stroom e-mail, fax en mobiele telefoonberichten namelijk in grote onzekerheid. Lerende organisaties hebben vestigingsplaatsen nodig waar dergelijke ontmoetingen gemakkelijk en veelvuldig te arrangeren zijn. En dat is en blijft in de centrale stad.

Prestige

Informatie- en communicatietechnologie (ict), zoals bijvoorbeeld internet-gebruik, kan fysieke overbrugging van afstand overbodig maken. In dat geval vormt ict-gebruik een substituut voor ruimtelijk gedrag. En net zoals de komst van de auto de vormgeving van de stad fundamenteel veranderd heeft, zal dat dan naar alle waarschijnlijkheid ook gebeuren door het internet. Er zijn evenwel aanwijzingen dat internet eerder als een complement dan als een substituut functioneert, dat wil zeggen dat internet een additioneel communicatiekanaal is in plaats van een vervangend kanaal. Zo gebruikt de consument internet waarschijnlijk bij de voorselectie van producten en diensten, maar zal het bij de aanschaf van de wat duurdere en meer prestige gevoelige zaken toch graag lijfelijk aanwezig willen zijn. Hetzelfde gaat waarschijnlijk op voor de ‘business-to- business market’. In beide gevallen geldt dus ‘high tech, high touch’. De centrale stad biedt hiervoor de meest geschikte sfeer en voorzieningen.

Auto

De bloei van ict zal geen fundamentele veranderingen in het Nederlandse stedelijke en ruimtelijke structuur te weeg brengen. Mogelijk zal deze structuur zelfs versterkt worden. Uit onderzoek blijkt dat 57 procent van alle ict-bedrijven en 67 procent van de bijbehorende werkgelegenheid gevestigd te zijn in de drie westelijke provincies (tegenover 45 procent respectievelijk 46 procent voor alle bedrijven en werkgelegenheid). Vooral het gebied Amsterdam-Utrecht-Den Haag ontpopt zich als digitale driehoek van Nederland. Niet alleen de grote steden (waarbij Rotterdam iets achterblijft), maar ook de stedelijke randgemeenten hebben een flink aandeel van de ict-bedrijvigheid binnen hun grenzen. Ook blijkt dat de beoordeling van locatiefactoren in de ict-branche niet wezenlijk afwijkt van die van andere commerciële dienstverleners. Zo geldt ook in deze van elektronische bereikbaarheid doortrokken branche de bereikbaarheid per auto als de belangrijkste vestigingsplaatsvoorwaarde. Typische netwerkfactoren zoals de mogelijkheid tot uitwisseling van informatie, nabijheid van toeleveranciers en aanwezigheid van kenniscentra, scoren daarentegen laag. Niet de overheid maar marktpartijen zijn tot nu toe ‘leading’ in de ontwikkeling van de nieuwe economie. Sterk internationaal en nauwelijks ruimtelijk gebonden partijen laten zich weinig gelegen aan het ‘thans vigerende’ ruimtelijk beleid. Er ontstaat in hoog tempo een ander speelveld voor de overheid met totaal andere, onbekende spelers in een netwerksamenleving. Een vraaggerichte en ict-gestuurde planningsopvatting en -methodiek zouden daarop een adequate reactie van de overheid moeten gaan vormen.

De behoefte aan authentieke ontmoetingen neemt toe

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels