nieuws

Hijsklus van twee uur, voorbereiding van vele maanden

bouwbreed

“We zijn maandenlang bezig voor een hijsklus die in feite maar twee uur duurt. De voorbereiding, de berekeningen, de aanvoer van het materieel, de uitvoering en de afvoer van het materieel, de hele afhandeling duurt lang. Er moest een mastje van enkele tientallen meters op het dak van een gebouw worden geplaatst… Nou, dat kan.”

Werkvoorbereider Pieter Jacobs van hijsbedrijf Van Seumeren vindt het een leuke klus: “Tuurlijk, je balanceert bij dit soort werk tussen letterlijk het hoogst haalbare, de technisch maximale mogelijkheden en de kosten. En dan nog kan het weer roet in het eten gooien.” De bedoeling was dat afgelopen vrijdag de allerhoogste mobiele hydraulische kraan van Nederland, de Demag AC 650 – met een vaste telescoopmast van een kleine zestig meter en een jib van meer dan 90 meter – zou worden ingezet om een lichtmast te plaatsen op de top van het nieuwe kantoorpand op de Kop van Zuid. Het kantoorpand, 33 verdiepingen hoog, staat pal naast het smaakmakende hotel New York, de voormalige stationshal van de Holland-Amerikalijn aan de kop van de Wilhelminakade. Door de windsnelheid moest het karwei een dag eerder worden uitgesteld. “Dat”, zegt projectleider Wouter van Noort van Van Seumeren, “zijn moeilijke beslissingen, die weliswaar in samenspraak, maar uiteindelijk door de eerste machinist van de kraan worden genomen. Dat heeft niet alleen te maken met de wind, ook met de hoogte, eventuele wervelingen van andere gebouwen, de opstelling en afstempeling van de kraan en een heleboel ervaring.”

Geld

“De machinisten kennen de machine door en door, van hijstabellen tot rijgedrag, draaisnelheden van de krans, reactiesnelheid en alle hebbelijkheden en onhebbelijkheden van de kraan. Op het moment dat de machinist zegt: het is niet verantwoord, beseft hij tegelijkertijd ook dat het om veel geld gaat. Want elke dag dat de machine stil staat, kost een berg.” “Op een gegeven moment, in het voorjaar al, kwam de producent van de mast, Oostingh Staalbouw in Katwijk, bij ons om te praten over het plaatsen van een mast op dat gebouw”, zegt Jacobs. “Oostingh maakte de mast in opdracht van hoofdaannemer HBG Utiliteitsbouw in Capelle aan den IJssel. En dan ga je in eerste instantie rekenen of die mast in één stuk te hijsen is.”

Lichtpunten

De mast, 4,6 ton zwaar, krijgt bovenin 24 lichtpunten, die op die hoogte, zo’n 140 meter, in heel Rotterdam en omgeving te zien zou moeten zijn. Dat althans had architect Norman Forster zo verzonnen. “De Demag AC 650 bleek net hoog genoeg als we de mast in twee stukken zouden hijsen. Vrijwel recht omhoog en de ruimte voor de lier en de speciaal ontwikkelde strop eraf. Op die manier bleef er precies een meter over. Dan is de keus: hoger met een vaste opbouwkraan die dan voor twee uurtjes werk helemaal moet worden opgezet, of in twee stukken met een veel sneller op en af te bouwen mobiele kraan. De kosten spelen daarbij een belangrijke rol. Een opbouwkraan is veel duurder”, aldus Jacobs.

Autocad

Nadat voor twee stukken was gekozen, stopte Jacobs alle nauwkeurig gecontroleerde specificaties van het gebouw, de omgeving op straatniveau, de situatie op het dak ‘in het autocad-systeem’. De tekeningen die eruit rollen, worden vervolgens met de projectleider en de machinisten doorgenomen. Als ook de autoriteiten als gemeente en politie hun goedkeuring hebben gegeven, geeft de opdrachtgever het groene licht. Heel belangrijk zijn de drukberekeningen per stempel, in verband met de aanwezigheid van riolering en andere ondergrondse infrastructuur. “We voeren de AC 650 aan over de weg, negen assen van twaalf ton elk, 108 ton dus plus de vijf of zes vrachten met de delen van de jib. We hebben een stuk straat nodig van ruim 120 meter”, zegt van Noort. “In dit geval lag de jib op de kade, voor de gerenoveerde pakhuizen. De stukken van de jib worden aan de ingeschoven telescoopmast gemonteerd en uiteindelijk gaat de hele mast inclusief tuien omhoog, geholpen door een kleinere mobiele kraan. Daar zijn een man of tien een dikke vijf uur mee bezig. En na de klus gaat het afbouwen in omgekeerde volgorde. Dat zijn dus heel wat manuren.”

Ingespeeld

Bij het hijsen zelf gaat de eerste machinist op het dak staan en om de tweede, in de cabine op straat, per portofoon aanwijzingen te geven. De machinist beneden ziet nauwelijks wat er boven gebeurt. Er zit wel een camera in de jib, maar de echte verhoudingen en perspectieven zijn daarop toch nauwelijks te zien. Het is verantwoordelijk werk, dat een grote dosis ervaring vereist. “Het team van de AC 650 moet, net als de teams van de andere mobiele kranen, perfect op elkaar zijn ingespeeld, drie mensen die twee weken op, één week af op elk gewenst moment inzetbaar zijn. Ze kennen de machine door en door en kennen elkaar door en door. Het is een subtiel samenspel”, zegt van Noort. “Want stel je voor: een stukje mast van drie ton moet precies in een koker met een heel beperkte diameter op het dak zakken en daar bovenop moet een stuk mast van ruim anderhalve ton worden geplaatst. En dat terwijl de machinist beneden niet ziet wat hij doet. We staan er zelf ook wel eens versteld van hoe die mannen dat doen. Puur vakwerk.”

Creatief

“We hebben”, zeggen Van Noort en Jacobs, “een prachtig en creatief beroep. Het is telkens anders. De ene keer zetten we een luchtbehandelingskast op een dak, de andere keer een lichtreclame en soms ook een lichtmast die een architect heeft verzonnen. Die architect heeft voor ons een klus van vele tienduizenden guldens bedacht. Nou, mooi toch. Maar wat je ook hijst, wees nou eerlijk: het is toch een uitgekomen jongensdroom dat je met een reusachtige machine als de 650 mag werken!” Mammoet is de naam Nu de fusie tussen de twee Nederlandse hijsgiganten Van Seumeren en Mammoet is beklonken, worden de organisaties in elkaar geschoven. De naam van de ‘hijspoot’ wordt – zoals verwacht – Mammoet, weliswaar met de toevoeging ‘Van Seumeren Group’, maar het bedrijf heeft een gemakkelijker uitspreekbare naam en een ijzersterk, gemoderniseerd, gestileerd olifantje als logo. De machines gaan op den duur alle de rode Van Seumeren-kleur voeren met zilvergrijze accenten. Het olifantje, voorheen wit, wordt zilvergrijs, omdat een witte olifant in Zuidoost- Azië negatief overkomt. Van Seumeren, nu nog in De Meern, en Mammoet, nu nog in Etten-Leur, worden ondergebracht in een nieuw te bouwen pand in Schiedam op de oude werf van Wilton-Fijenoord en pal naast kranenbouwer Huisman-Itrec, waarmee Van Seumeren al een warme relatie heeft. De voorbereidingen voor de nieuwbouw, onder meer onderzoeken naar de sanering van het terrein, zijn in volle gang. Naar verwachting zullen het hoofdkantoor met de in elkaar geschoven stafafdelingen en de Schiedamse vestiging van Van Seumeren er een plek krijgen. Van Seumeren heeft verder kantoren in IJmuiden en Sluiskil en net als Mammoet vestigingen en joint-ventures in enkele tientallen landen over de hele wereld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels