nieuws

Gezondheidskundig onderzoek van kraanmachinisten: recht én plicht

bouwbreed

In Arbouwjournaal 2 van juni j.l. beantwoordt het ministerie van Sociale Zaken (SZW) de vraag of een werkgever zijn werknemers kan verplichten een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Het antwoord is nee: het gaat voor de werknemer om een recht, niet om een plicht. Een werkgever moet zijn werknemers in de gelegenheid stellen zich te laten onderzoeken. Of de werknemer er gebruik van maakt,moet deze vervolgens zelf weten.

Deze vrijheid van handelen geldt niet alleen voor de doorsneewerknemers die periodiek voor het in de cao beschreven onderzoek worden opgeroepen. Zij geldt evenzeer voor werknemers in beroepen met bijzondere risico’s zoals bij asbestsloop, bij werken met loodhoudende producten en bij werken in verontreinigde grond. Die verleende vrijheid lijkt vreemd, want zo’n keuring is weliswaar geen preventief wondermiddel, maar hij kan wel aangeven of een werknemer fysiek bestand is tegen bepaalde verzwarende werkomstandigheden, bijvoorbeeld het gebruik van adembeschermingsmiddelen.

Kraanmachinisten

Voor de bovengenoemde groepen werknemers zou je wellicht nog een zekere ‘vrijheid blijheid’ kunnen accepteren. Het gaat uiteindelijk om hun eigen gezondheid, baas van eigen lijf. Maar bij kraanmachinisten ligt dat mijns inziens anders. Zij kunnen flinke brokken maken, ook bij anderen. Het gaat bij hun werk mede om de veiligheid van hun maten en ook nog eens om die van iedereen die binnen het bereik van hun kraan komt, zoals bezoekers van het project, verkeersdeelnemers en omwonenden. Toch zegt het ministerie van SZW ook in dit geval dat een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek niet verplicht kan worden gesteld. De medische geschiktheid dient te worden bewaakt door ‘het hanteren van de gebruikelijke instrumenten om personeel te begeleiden’, waaronder het aanbieden (en dus niet méér dan het aanbieden) van een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Wat het ministerie, behalve dan de keuring, bedoelt met de ‘gebruikelijke instrumenten’ laat het in het midden. Een instrument dat ik me kan voorstellen is begeleiding tijdens ziekte, door werkgever en arbodienst. Maar wat niet wordt onderkend, is dat een kraanmachinist met gezondheidsproblemen zich niet per se ziek hoeft te melden. Hij kan om welke reden dan ook doortobben, tot mogelijk zelfs een moment waarop hij niet meer de gewenste concentratie kan opbrengen.

Strikter

Wat mij in dit verband verbaast, is dat de twee genoemde categorieën werknemers over één kam worden geschoren, terwijl toch de wetstekst voor de kraanmachinisten veel strikter is dan die voor de anderen. Het Arbobesluit (art. 7.32 lid 1 b) zegt dat bestuurders van torenkranen, mobiele kranen en funderingsmachines lichamelijk en geestelijk in staat moeten zijn hun werk veilig te verrichten. Dan hebben we het toch duidelijk over iets geheel anders dan over ‘werknemers (vrijblijvend) een keuring aanbieden’. Nog voor alle duidelijkheid: de genoemde verplichting rust op de werkgever die, als hij hem niet naleeft, kan worden beboet (norm voor het bedrag van de boete 600 gulden). Vóór de invoering van het genoemde Arbobesluit moesten kraanmachinisten naast hun deskundigheidsbewijs een geldige medische verklaring hebben dat zij waren goedgekeurd voor hun werk (de geldigheidsduur was drie jaar). De huidige wetstekst wekt weliswaar de indruk dat deze regeling is gecontinueerd, maar om mij onduidelijke redenen is dat niet het geval. Werkgevers wordt nogal eens verweten dat zij te weinig energie in de veiligheid van het werk zouden steken. Maar met de genoemde uitleg van de wet wordt hen het op dit punt wel erg moeilijk gemaakt.

Aansprakelijkheid

Naast de veiligheid speelt bij dit alles de aansprakelijkheid een rol. Blijkt na een ongeval dat de gezondheidstoestand van de machinist hierbij een rol speelde, dan kan dit een financieel staartje hebben. Zeker wanneer het aannemelijk is dat een keuring het gezondheidsprobleem aan het licht zou hebben gebracht. Als blijkt dat de werkgever zich heeft beperkt tot het zonder succes aanbieden van gezondheidskundig onderzoek, dan kan er sprake zijn van civielrechtelijke aansprakelijkheid voor eventuele gevolgschade. De claimende partij kan hierbij gebruikmaken van het feit dat de werkgever van de kraanmachinist op dit punt het Arbobesluit onvoldoende heeft nageleefd. Het is bij dit alles ook te betreuren dat een keuringsregime waarin de bedrijfstak veel energie heeft gestoken en waar de meeste betrokkenen content mee zijn, min of meer op drijfzand is komen te rusten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels