nieuws

De pijnlijke nuchterheid van de planbureaus

bouwbreed

Terwijl de Tweede Kamer zich opmaakt voor een debat over de wenselijkheid van een nieuw planbureau voor de ruimtelijke ordening kwamen twee (bestaande) planbureaus begin deze maand met een verkenning die goed laat zien hoe nuttig een planbureau kan zijn, dat op enige afstand van de politiek opereert. Het gaat om een bundel essays, getiteld “Trends, dilemma’s en beleid”.

Ze zijn op verzoek van het kabinet geschreven en gaan over het lange termijn beleid. Was getekend, Don en Schnabel, respectievelijk directeur van het Centraal Planbureau (CPB) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De studie bevat essays vanuit beide planbureaus op alle

beleidsterreinen van de rijks-overheid. Het CPB tekende voor het hoofdstuk “Omgaan met ruimte”. Het is een ontnuchterend verhaal. Een kleine bloemlezing. Conclusie 1: het valt reuze mee met de ruimtenood in dit land. Er is genoeg ruimte voor iedereen, zelfs al blijft het goed gaan. Verder: meer openbaar vervoer (ov) leidt tot meer mobiliteit. En drie: het planbureau pleit vooral voor ruimtelijke sturing op het schaalniveau van de agglomeratie, tegenwoordig netwerkstad geheten.

Het CPB-essay maakt korte metten met alle hogedruk verhalen over de

ruimte in dit land. Het valt reuze mee met al die vermeende ruimtedruk. De landbouw treedt al jaren op als “leverancier” van ruimte voor verstedelijking en natuur. Het goede nieuws is dat dit de komende decennia gewoon doorgaat. Sterker nog, er komt meer landbouwgrond vrij dan kan worden opgenomen door andere functies. We zullen dus meer natuur moeten maken of anders de landbouwgrond braak moeten laten liggen. Voor wat ruimere vormen van wonen in het groen is dus best ruimte. En ook Vijfde nota wijken (Vijno) kunnen wat losser in het jasje worden aangelegd. De ro-dominees en andere onheilsprofeten in de ruimtelijke ordening moeten dus op zoek naar nieuwe “doomsday-scenario’s”.

Het CPB geeft ze in ieder geval geen kans op het onderwerp verkeer,

infrastructuur en openbaar vervoer. Ook hier gaat een aantal kletsverhalen op de schop. Het planbureau trekt de conclusie dat de aanname, dat met meer OV de automobiliteit kan worden teruggedrongen, niet juist is. Voorts wordt betwijfeld of het OV in staat is veel mensen uit de auto te krijgen. Volgens het CPB kan het ov pas concurreren bij verplaatsingen boven de 50 kilometer. Dit maakt echter maar zes procent van de totale verplaatsingen uit. Marginale effecten dus.

Toch valt aan de hand van hun cijfers ook een andere conclusie te

trekken. Bijna veertig procent van de autoverplaatsingen zit in de afstandsklasse nul tot vijf kilometer. Het ov-aandeel is hier een procent! Conclusie: mevrouw Netelenbos kan beter fietspaden aanleggen dan Rondjes Randstad beknuffelen.

Het CPB gaat mijns inziens ook voorbij aan het succes van de

buitengewoon goed presterende ov-systemen in vele middelgrote Duitse steden. Die doen het vooral goed op afstanden tot dertig kilometer. Bijna negentig procent van de autoverplaatsingen in Nederland gaat tot dertig kilometer. Conclusie: beter vervoer op het niveau van de netwerkstad aanbieden.

Nog een conclusie, ook vloeken in de ro-kerk: als onze nieuwe

uitbreidingswijken ruimer van opzet worden, dan ligt een duur ov- systeem niet voor de hand. Stop dat geld liever in de dichter bevolkte stedelijke gebieden. Kortom: het CPB zet veel van de bestaande OV- prioriteiten keurig op zijn kop. En tenslotte wordt het kabinet door het CPB ook nog eens fijntjes gewezen op het belang van de stadsregio als aanknopingspunt voor ruimtelijk beleid. Uitgerekend het type gebieden waar politiek-bestuurlijk het meest mee gesold wordt. Ja, dat is andere koek, zo’n planbureau! Dit rapport van CPB en SCP sterkt mij in mijn mening dat een planbureau voor de ruimtelijke ordening een hele nuttige zaak kan zijn. Het houdt de beleidsmakers en de politiek scherp. De vraag is wel of men zoveel nuchterheid aankan.

Terzijde. Als Pronk volgende maand naar de VN vertrekt, dan staan er

twee goede kandidaten gereed. De Haagse wethouder Peter Noordanus en de vice-voorzitter van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, Adri Duivesteijn. De eerste is van het Klaas de Vries type, de andere zit in de categorie Rick van der Ploeg. Dat wordt een interessante keuze voor Melkert en Kok.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels