nieuws

Adviseurs spelen niet met vuur

bouwbreed

Voor het beroep van brandveiligheidsadviseur bestaat geen opleiding op niveau. Het Bouwbesluit is niet verankerd in het onderwijs.

Des te noodzakelijker is het, aldus ing. J. Koudijs en ir. J. Mertens, om te komen tot certificering, in overleg tussen overheid en markt. Het is niet vreemd dat een zo dramatisch verlopen brand in een zo prominent gebouw als de Ostankinotoren reacties losmaakt. Zeker niet als bij zo’n brand mensenlevens te betreuren zijn. (Overigens moet ook worden geconstateerd, dat de mensen die op 340 meter hoogte in het restaurant aanwezig waren de toren veilig konden verlaten). Dat naar aanleiding hiervan nog eens de Nederlandse situatie tegen het licht wordt gehouden ligt voor de hand. Het gaat ons echter te ver om, uit het feit dat een volledig uitgewerkt stelsel van eisen voor gebouwen hoger dan zeventig meter ontbreekt, de conclusie te trekken dat het in Nederland met regelgeving voor hoge gebouwen slecht gesteld is. Het op dit moment aanzwengelen van deze discussie suggereert dat er in de Nederlandse hoogbouw Russische toestanden zouden voorkomen. Wij zijn van mening dat dit niet het geval is. In zijn artikel “Brandveiligheid: niemandsland boven zeventig meter” (Cobouw 31 augustus) legt redacteur Ad Tissink de verantwoordelijkheid voor een ondermaatse brandveiligheid bij de adviesbureaus. De kwaliteit van zich brandpreventiespecialisten noemende organisaties en toetsers laat soms te wensen over. De suggestie dat adviesbureaus per definitie voor honorarium naar het pijpen van de opdrachtgevers dansen en daarbij de brandveiligheid met voeten treden gaat ons echter te ver.

Meningsverschil

Wat is onafhankelijk en deskundig? Het staat buiten kijf dat een onafhankelijk adviesbureau het belang van zijn cliënten dient. Dat belang, een brandveilig gebouw tegen aanvaardbare kosten, leidt in Nederland bijna altijd tot het streven naar het veiligheidsniveau zoals dat in de regelgeving is vastgelegd. Voor specifieke gebouwen gaat dit gepaard met discussies met de handhaver (veelal via de brandweer) over de interpretatie van de regels. Dat de handhaver in zo’n discussie soms meer vraagt dan in de wet staat komt ook voor. Er is niets mis met zo’n meningsverschil. Een op maat gesneden oplossing kan immers leiden tot een brandveilig gebouw Belangrijk hierbij is dat beide partijen weten wat uit het oogpunt van brandveiligheid echt nodig is. Het gaat immers in veel gevallen om de veiligheid van mensen (gebruikers, omstanders en brandweer).

Kennisontwikkeling

Dit wordt lastiger bij een beroep op gelijkwaardigheid. Hierbij komen vaak complexe berekeningen in beeld. Onder meer bij het ontwerpen van rook- en warmteafvoerinstallaties en stuwdrukventilatiesystemen voor bijvoorbeeld parkeergarages. Ook worden voor het aantonen van gelijkwaardigheid ontruimingstijden met computermodellen berekend. Geconstateerd moet worden dat de kennisontwikkeling bij toetsers geen gelijke tred houdt met de kennisontwikkeling bij de hoogwaardige adviesbureaus. De toepassing van deze kennis wordt geremd, omdat veel toetsers de inzet van geavanceerde (rekenkundige) methodes als ‘overkill’ ervaren en vaak niet willen accepteren. Daartegenover staat dat andere toetsers een niet correcte toepassing van geavanceerde methoden soms ook te gemakkelijk accepteren, waardoor bouwvergunningen op grond van ondeugdelijke analyses worden verleend. Dit alles lijkt in ons land met een complexer wordende samenleving die intensief ruimtegebruik nastreeft een ongewenste ontwikkeling, die uiteindelijk ten koste zou kunnen gaan van de gewenste en noodzakelijke brandveiligheid. De adviesbureaus kunnen en willen in dit verband een bijdrage leveren door richtlijnen voor correcte toepassing van de geavanceerde methoden te ontwikkelen en hun analyses toetsbaar te maken. Hierover wordt momenteel gesproken in het door Tissink aangehaalde initiatief om te komen tot certificering van adviesbureaus.

Certificering

De brandweer dient zich te realiseren dat de vuistregels en maatregelen van voor het bouwbesluit niet in alle gevallen leiden tot een veilige(r) situatie. Meer dan eens hebben we moeten constateren dat we op basis van onze kennis en kunde zwaardere maatregelen aanbevelen dan de door de handhavers gehanteerde interpretatie van de wettelijke minimumeisen. Daarover wordt de opdrachtgever geïnformeerd. Ook de centrale overheid zou zich de discussie over de kwaliteit moeten aantrekken. Nieuwe regelgeving laat te lang op zich wachten (Bouwbesluit tweede fase). Dit leidt er onder andere toe dat partijen onnodig discussiëren over het al dan niet mogen toepassen van de hierin opgenomen nadere uitwerking van veel soorten niet tot bewoning bestemde gebouwen. Wel gepubliceerde normen en richtlijnen bevatten fouten. Dat is op zich al storend, maar het gedurende meerdere jaren uitblijven van rectificaties grenst aan nalatigheid, vooral ook omdat bij menige toetser kennis en inzicht te kort schieten, om een van de eisen en richtlijnen afwijkend standpunt in te kunnen nemen. Het feit dat er voor het beroep van brandveiligheidsadviseur geen opleidingen op niveau zijn is tekenend voor de ontstane situatie.Dat geldt over ook voor adviseurs op het gebied van de (bouw)regelgeving. Het Bouwbesluit is niet in het reguliere bouwkundeonderwijs verankerd. Alle partijen in de bouw mogen zich deze leemten in het onderwijs aantrekken. Het ontbreken van een opleiding is overigens nog niet synoniem aan het ontbreken van kennis. Om te komen tot betere advisering met betrekking tot het aspect brandveiligheid zijn initiatieven genomen om te komen tot een certificeringsregeling voor brandveiligheidsadviseurs. Om te kunnen worden gecertificeerd en daarmee erkend, zal moeten worden aangetoond dat men beschikt over de vereiste kennis en vaardigheden. Door het ontbreken van opleidingen is het lastig om in het kader van certificering de aanwezigheid van kennis en kunde aan te tonen. Dat is een van de vele problemen die nog moeten worden opgelost alvorens zinvol tot certificering van bureaus kan worden overgegaan.

Platform

Overigens staan de onafhankelijke brandveiligheidsadviseurs open voor een brede discussie. De oproep die Ad Tissink in het slot van zijn stuk doet is ons dan ook uit het hart gegrepen. Het is voor de brandveiligheid wenselijk dat er een platform ontstaat waarop adviesbranche, overheid, inspectieinstellingen en kennisinstituten met elkaar praten. Dit wordt onderstreept door Tissinks eerdere artikel “Veel kaf tussen koren in brandveiligheidsbranche” (Cobouw 30 augustus) waarin is aangegeven dat een kleine groep adviesbureaus reeds initiatieven heeft genomen om te komen tot certificering. Het genoemde platform is hierbij van groot belang, aangezien zo’n certificering alleen tot stand kan komen door samenwerking tussen de overheid en de betreffende marktpartijen.

Ing. J.T. Koudijs, dgmr raadgevende ingenieurs, Arnhem

Ir. J.J. Mertens, Adviesbureau Peutz & Associés, Mook

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels