nieuws

‘Voor onderhoud scholen eerst geld zien’

bouwbreed

Aannemers moeten zich beslist niet laten verleiden tot het verrichten van werkzaamheden voor het armlastige onderwijs in Nederland als er geen enkele zekerheid van betaling is. Dat is de onomwonden reactie van het Nederlands Verbond van Ondernemers in de Bouwnijverheid (NVOB) op het opmerkelijke advies van Roel in ’t Veld aan de vele scholen met achterstallig onderhoud.

De hoogleraar bestuurskunde stelt dat deze scholen nu maar eens zélf een aannemer in de arm moeten nemen en de rekening onverwijld naar het ministerie van Onderwijs moeten sturen. “Ik vind het op zichzelf een boude uitspraak”, zo reageert drs. H. Meerbach, adjunct-directeur van het NVOB, op de oproep van In ’t Veld het ministerie van Onderwijs met aannemersrekeningen fiks onder druk te zetten. “Iedereen met kinderen op school weet hoe nijpend de situatie in het onderwijs is. Met de huisvesting is het dikwijls buitengewoon droevig gesteld. Maar het gaat niet aan zomaar werkzaamheden te laten uitvoeren. Dan zitten wij straks met een stapel onbetaalde rekeningen.”

Muurvast

Volgens In ’t Veld zit het onderwijsbeleid “muurvast” en zijn juist “harde tegenmaatregelen” nodig. Scholen adviseren in opstand te komen en rekeningen voor achterstallig onderhoud naar Zoetermeer sturen gaat wellicht ver maar, zo bepleitte hij donderdag in De Volkskrant, “als ze het massaal doen, is hun probleem natuurlijk wel meteen opgelost.” Meerbach is bepaald niet gelukkig met de oproep tot ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ van In ’t Veld. “Ik adviseer onze leden dan ook niet op verzoeken van scholen in te gaan. Een tussenoplossing zou misschien zijn dat aannemers pro forma rekeningen opstellen die naar het ministerie gaan. Maar of het als aannemer verstandig is, rekeningen te maken voor werk waarvan je niet eens weet of je het ook krijgt, blijft natuurlijk de vraag. De aannemingsbedrijven hebben het al verschrikkelijk druk en de kwestie is of zij daar zin en tijd in willen steken.” P. Breumelhof van het gelijknamige bouwbedrijf in Den Haag past er in elk geval voor. “Wij werken veel voor scholen maar gaan daar pas aan de slag als duidelijk is dat er geld over de brug komt. Ik zal in elk geval niet snel de rekening naar het ministerie van Onderwijs zenden.”

Kerende post

Minister Hermans van Onderwijs zal volgens zijn woordvoerder deze dan ook “per kerende post terugsturen”. “Gemeenten hebben voor scholenbouw extra geld in het gemeentefonds gestort gekregen. Er is geen enkele reden dat gedecentraliseerde beleid te herzien”, benadrukt de woordvoerder van het ministerie. “Dat er meer geld voor het onderwijs nodig is moet toch voor iedereen duidelijk zijn.” De Haagse onderwijswethouder Heijnen begrijpt maar niet dat dit zo’n moeizaam gevecht is. Hoewel hij heeft moeten lachen om de uitdagende oproep van Roel in ’t Veld legt die volgens de bestuurder wel de vinger op de zere plek. “Zeventig procent van de Haagse schoolgebouwen zijn ouder dan dertig jaar. De klassen zijn vaak naargeestig en veel te klein. Als je als volwassene terug gaat naar je oude school, is het net of de tijd heeft stilgestaan. Dit moeten we met z’n allen niet langer willen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels