nieuws

Sociale cohesie: van knuffelbegrip tot handvat voor Vinex

bouwbreed

Hoe kun je een wijk zo bouwen, dat die bijgedraagt aan een goede, sociale sfeer? Volgens Ben Lampe zijn variatie en flexibiliteit in de bebouwing belangrijke voorwaarden, evenals het bewust openlaten van ruimte voor invulling door de bewoners zelf. Speciale aandacht vergen voorzieningen voor de opgroeiende jongeren.

Beleidsmakers hebben lange tijd de fysieke en economische infrastructuur prioriteit gegeven boven sociale infrastructuur. Wat verwaarlozing van sociale aspecten voor gevolgen kan hebben, wordt nu echter op verschillende plaatsen zichtbaar. Daarom is het van belang concrete antwoorden te formuleren op de lastige vraag, wat sociale cohesie precies is en hoe die tot stand kan worden gebracht. Bij de provincie Utrecht is men ermee aan de slag gegaan in een tijdelijke commissie uit Provinciale Staten. Gewerkt wordt binnen het kader van een toekomstvisie op de inrichting van de provincie tot aan 2020. Blijft de provincie een prettige provincie om te wonen, heeft iedereen voldoende kansen en mogelijkheden in sociaal opzicht?

Containerbegrip

Sociale cohesie is een containerbegrip met een scheepslading aan betekenissen. Van muliticulturaliteit tot individualisering tot de groeiende kenniseconomie, het heeft er allemaal mee te maken. Het is ook een knuffelbegrip: politici nemen het graag in de mond, iedereen vindt het belangrijk. Er bestaan vele verschillende vormen van sociale cohesie. Traditionele, zoals in de kleine kernen, en nieuwe vormen, meer gebonden aan een leefstijl. Verschil in schaalniveaus speelt ook een rol: buurt, wijk, dorp, stad, regio. Sociale cohesie kan optreden binnen een groep van mensen, maar ook tussen groepen onderling, en is niet altijd positief: denk maar aan jeugdbendes. Het ontbreken van sociale cohesie kan leiden tot marginalisering van individuen (denk aan de zwervende junk in Hoog Catherijne), burenruzies, segregatie van groepen, het ontstaan van ‘no go areas’ en verpaupering. Er is sprake van sociale cohesie als mensen een gemeenschappelijk doel hebben, individu- overstijgende gedeelde waarden, waar mensen zich verantwoordelijk voor voelen. Als hierdoor de mensen zich op elkaar betrokken voelen, zodat voorkomen wordt dat bepaalde (groepen van) mensen in sociaal opzicht raken uitgesloten

Monotoon Het probleemoplossend vermogen van sociale cohesie zit ‘m in de informele betrokkenheid die mensen op elkaar hebben. Die kent echter grenzen; er is altijd ook een formele sociale infrastructuur nodig van regels en voorzieningen die minimale bestaansvoorwaarden garandeert. Wat betekent dit bijvoorbeeld voor de inrichting van Vinex-wijken? Daar spelen nu nog weinig problemen. Ongenoegens over slecht geplande of ontbrekende voorzieningen en openbaar vervoer zijn eerder een planningsprobleem dan een sociaal probleem. De mensen die in de Vinex- wijken wonen hebben daar bewust voor gekozen. Zij gaan niet in zo’n wijk wonen met de verwachting daar een compleet functionerende (formele of informele) sociale infrastructuur aan te treffen. De bewoners zijn vaak regionaal georiënteerd en mobiel genoeg om de voorzieningen en diensten die zij nodig hebben zelf op te zoeken. De kritiek op het monotone karakter van Vinex-wijken is niet nieuw. Al sinds de jaren vijftig klinkt kritiek op nieuwbouwwijken. Zolang buitenwijken bestaan, hebben intellectuelen, architecten en critici daar minachting voor gekoesterd. De bewoners van de wijken zelf blijken meestal tevreden. Buitenwijkbewoners leiden ook een ander leven dan grotestadsbewoners. Waar de laatste categorie is gericht op het oude centrum, beschouwen de buitenwijkbewoners hun huis en directe omgeving als het centrum en vanuit deze uitvalsbasis trekken zij, meestal in de auto, naar steeds andere plekken in de regio om te werken, te winkelen of te recreëren. Problemen in Vinex-wijken zijn dan ook vooral mogelijke problemen in de toekomst. Er wonen veel mensen die voor het eerst een huis kopen. Zij beschouwen dit huis vaak als een tussenstation in hun wooncarrière, een opstap naar een echt mooi huis. Leidt dit ertoe dat op termijn veel bewoners doorverhuizen, dan is er weinig basis voor een informele sociale infrastructuur. Dus weinig basis voor een structurele vorm van sociale cohesie op wijkniveau. In combinatie met andere factoren, (slechte planning van voorzieningen, onaantrekkelijke ligging en inrichting van de wijk, slecht beheer van de openbare ruimte) kan een wijk op termijn achteruitgaan. In het ergste geval worden bepaalde wijken op den duur restwijken: wijken waar mensen wonen vanuit een negatieve vestigingskeuze: er was niets anders haalbaar. Of: ik kan het me niet veroorloven weer te vertrekken.

Maatregelen

Om te voorkomen dat op den duur een nieuwbouwwijk langzaam leegloopt of achteruitgaat, en een soort van niemandsland ontstaat, valt te denken aan een scala aan maatregelen: ù Het flexibel benutten van ruimte en gebouwen. Een gebouw moet in de loop van de tijd verschillende doelen kunnen dienen, afhankelijk van de situatie. ù Gevarieerd bouwen: huurwoningen naast privé-paleizen, bejaardenwoningen naast eengezinswoningen. ù Vermenging van functies: bedrijvigheid in de wijk naast sport, recreatie en winkels. ù Niet alle ruimte tot de laatste vierkante centimeter volplannen, maar bewoners zelf nog een rol geven in de invulling van hun wijk. Bij al deze maatregelen moet in het achterhoofd worden gehouden dat voor het ontstaan van een traditionele stad, waar woningen gemengd zijn met winkeltjes, cafés, restaurants en bedrijven, een veel hogere dichtheid nodig is dan de twintig tot vijfendertig woningen per hectare in de Vinex-wijken. Een aandachtspunt is verder het volgende: omdat zich veel starters met jonge kinderen in de wijk vestigen kun je voorzien dat er over tien, vijftien jaar veel jongeren in deze buurten zullen wonen. Voor hen moet er wat te doen zijn in de wijk: een pleintje om te voetballen, een pad om te skeeleren, een route om te fietsen of te joggen. Zo niet, dan leidt dat in het ergste geval tot allerlei vormen van overlast, variërend van geluidshinder tot vandalisme. De openbare ruimte dient zo te worden ingericht, dat jongeren hun tijd kunnen doorbrengen op straat, zonder de mensen uit de buurt daarmee storen. Dat is niet in overeenstemming met de huidige trend, waarbij steeds minder grond voor collectieve activiteiten beschikbaar is. Voor de projectontwikkelaars die zich bezighouden met Vinex-wijken geldt nu eenmaal dat ze het liefst zo veel mogelijk grond willen verkopen. Niet alleen de hardware is van belang, de fysieke leefomgeving, ook belangrijk is dat de software aanwezig is: de (formele) sociale infrastructuur, die onder andere kan worden ingezet bij een goed beheer van de openbare ruimte. Buurtopbouwwerk voor jongeren is in dat opzicht van belang. Een van de redenen dat de nieuwbouwwijken uit de jaren zestig nu vele sociale problemen kennen ligt in het feit dat in de jaren tachtig en negentig de sociale voorzieningen zijn afgekalfd door bezuinigingen en efficiency-operaties.

Afstemming

De Utrechtse ad hoc commissie sociale cohesie zal binnenkort deze maatregelen voorstellen in een notitie aan Gedeputeerde Staten. Het beleid zal moeten worden afgestemd op andere beleidsterreinen waar sociale cohesie ook een rol speelt: bijvoorbeeld het stedelijke vernieuwingsbeleid (denk aan het investeringsbudget stedelijke vernieuwing), het beleid op het gebeid van de ruimtelijke ordening (het streekplan) en het grote stedenbeleid. Sociale cohesie moet een thema worden, dat bij de ontwikkeling van beleid op fysiek gebied integraal mee wordt genomen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels