nieuws

Projecten in San Francisco zijn maatwerk

bouwbreed

Gratis advies en een groep professionals uit alle hoeken die onbetaald meedenken. Aannemers en ontwikkelaars worden graag lid van de raad voor de stadsontwikkeling, SPUR. Doorgaans mijden zij praatorganen, maar toetsing hier geeft hun voorlopige bouwplannen vleugels.

Het is stipt half één. Lunchbijeenkomst van de San Francisco Planning and Urban Research Association op de derde etage van een grijs kantoorgebouw in de binnenstad. Alle stoelen in het zaaltje zijn bezet. Gejaagd tappen een paar ambtenaren en twee aannemers nog gauw een plastic bekertje water uit een tank. Anderen beginnen te kluiven aan hun meegebrachte pizza of met een klein vorkje in een enorme bak sla op hun knieën te graaien. Precies half twee hamert de voorzitter de bijeenkomst af. In dat uur hebben vier ambtenaren hun plannen gepresenteerd voor nieuwe stadsbuurten rondom kale tramhaltes. Ook is verteld hoe SPUR al eerder aan de wieg stond van zulke initiatieven. De zaal stelt een spervuur aan vragen. Een vastgoeddeskundige, een projectontwikkelaar en vertegenwoordigers van buurtgroepen plaatsen hun kanttekeningen. Om half twee is het klaar. Bijna iedereen heeft nu het besef dat de plannen veelbelovend zijn en dat er hard aan moet worden getrokken. Agenda’s komen tevoorschijn, de lunchresten gaan de prullenbak in. Vijf minuten later zijn de zeventig aanwezigen weer weg. SPUR organiseert al gauw vier sessies per week, alle werkweken door. “Een kwart van onze leden komt uit de bouwwereld”, vertelt directeur Jim Chappell. “Door de enorme prijzen en de beperkte uitbreidingsmogelijkheden wordt investeren veel meer maatwerk. Dat zet een premie op goede samenwerking. Er is veel te verdienen maar je moet er wel wat voor doen.” “Bouwers die hopen dat zij met een positief advies van SPUR sneller een bouwvergunning krijgen, waarschuw ik altijd. Wij kijken vanuit allerlei invalshoeken naar de kwaliteit van de plannen en vragen ons steeds af hoe de stad en de regio er als geheel op vooruit kunnen gaan.” De organisatie is opgericht in 1959 en krijgt haar inkomsten uit contributie, fondsen en bedrijven. Daarmee is zij onafhankelijk van de overheid. ‘Business Members’ betalen per jaar tussen de 500 en 20.000 dollar. Er zijn er ruim honderd van. Commissies uit de leden bereiden adviezen voor en organiseren de lobby die daarbij hoort. De economische kant van een project, maar ook de sociale dimensie, de stedenbouw, de mobiliteit en het milieu: SPUR weet dankzij haar leden overal van. De kleine staf vormt de spin van het web dat een betere stad nastreeft. Terwijl belanghebbenden doorgaans bouwinitiatieven vaak willen tegenhouden, wil SPUR ontwikkelingen juist stimuleren. Maar dan wel de beste kant op. SPUR heeft steeds meer invloed gekregen op de beslissingen over stad en regio. Na de vlucht van het kapitaal en de mensen naar de suburbs sloeg in de jaren zeventig de trend om. Veel mensen willen weer werken en wonen in de stad. Het denken van SPUR heeft de basis gelegd voor het aanbod waar nu zoveel vraag naar is: effectief en hoogwaardig openbaar vervoer, attractieve havenfronten en hoogbouw die past in de omgeving. Commissies van SPUR stimuleerden als eerste de, nu populaire, Europese aanpak van stadsvernieuwing: flinke stadsblokken met beneden winkels of kantoren en boven woningen met royale balkons. Chappell heeft nog een advies voor Nederland: “Stel in een florerende markt strikte bebouwingsgrenzen en voorschriften op. En handhaaf die ook. Iedereen wordt gedwongen met anderen meer rekening te houden. Vroegtijdige samenwerking zorgt voor goed doordachte plannen. Plus een veel betere kwaliteit van gebouwen en omgeving.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels