nieuws

Planschade en bestemmingsplan

bouwbreed

Bij gemeenten en diverse rechterlijke instellingen zijn op dit moment tussen de 1500 en 2000 procedures over planschade aanhangig. Met planschade is grofweg een bedrag van 75 tot 100 miljoen per jaar gemoeid. Alle reden om uw geheugen omtrent planschade en bestemmingsplannen op te frissen. Dit artikel is het eerste in een serie daarover.

Het begrip planschade is opgenomen in de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO). Deze wet geeft regels voor ruimtelijke plannen op rijks- , provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Op grond van de WRO zijn de gemeenten in Nederland verplicht (binnen de bebouwde kom) bestemmingsplannen vast te stellen. Per gebruiksbestemming dienen in het bestemmingsplan voorschriften te worden opgenomen. De procedure tot vaststelling van een dergelijk bestemmingsplan is op zorgvuldige wijze in de wet vastgelegd; de provincie moet goedkeuring verlenen aan een nieuw bestemmingsplan. Tevens dient het nieuwe bestemmingsplan voldoende waarborgen voor de burgers te omvatten. Planschade ziet bijvoorbeeld op schade die een belanghebbende (bijvoorbeeld eigenaar, huurder pachter) lijdt of zal lijden als rechtstreeks gevolg van een (gewijzigd) bestemmingsplan. Van schade kan alleen sprake zijn als deze niet op andere wijze voor vergoeding in aanmerking komt.

Onherroepelijk

De mogelijkheden tot schadevergoeding zijn opgesomd in artikel 49 WRO. De belanghebbende dient zelf het verzoek bij de gemeente in te dienen. Met andere woorden, wanneer de belanghebbende schade lijdt doch geen actie onderneemt om deze vergoed te krijgen, blijft de belanghebbende ondanks dat hij wellicht met recht aanspraak op deze vergoeding zou kunnen maken, met lege handen zitten. Bij het indienen van een verzoek speelt het overigens geen rol of de belanghebbende van de mogelijkheid gebruik heeft gemaakt om tegen het (schadeveroorzakend) besluit te ageren. Wél dient, om überhaupt schadevergoeding te kunnen verzoeken, het besluit hetwelk de schade (heeft) veroorzaakt onherroepelijk te zijn. De gemeenteraad is verplicht om op een ingediend verzoek te beslissen maar heeft een grote vrijheid in de vaststelling en toekenning van de hoogte van een eventuele schadevergoeding. Wil schadevergoeding worden toegekend dan dient er een rechtstreeks verband te zijn tussen de schade en het onherroepelijke besluit. Biedt het bestaande (te wijzigen) bestemmingsplan al de mogelijkheid van afwijkend gebruik dan is er geen reden voor schadevergoeding. Het afwijkend gebruik was immers te voorzien.

Verjaring

Artikel 49 WRO bevat geen termijn waarbinnen een verzoek tot schadevergoeding moet zijn ingediend. Ook uit de jurisprudentie kan men geen ‘maximale’ termijn opmaken. Er zijn zaken bekend waarin na twaalf jaar alsnog een verzoek om schadevergoeding werd ingediend en gehonoreerd. Tot op heden vervalt noch verjaart het recht tot planschadevergoeding. Mogelijke wijzigingen hiertoe blijken niet uit de “Discussienota Fundamentele Herziening Wet Ruimtelijke Ordening”. Die nota is dit voorjaar door de Directie Bestuur en Ondersteuning van de Rijksplanologische Dienst gepubliceerd. Bijna iedere gemeente heeft een procedureverordening voor de behandeling van planschade verzoeken. Hierin staan regels bijvoorbeeld over de termijn waarbinnen de gemeenteraad over een verzoek tot schadevergoeding dient te beslissen. Tevens wordt vaak op grond van een dergelijke verordening een schadebeoordelingscommissie ingesteld.

Voorwaarden

Concluderend dient tenminste aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan wil de belanghebbende voor vergoeding van planschade in aanmerking komen. 1. De schade kan niet redelijkerwijs ten laste van de belanghebbende komen/blijven. 2. Vergoeding op basis van bijvoorbeeld aankoop, onteigening of verzekering is ontoereikend. 3. De geleden schade moet het rechtstreeks gevolg zijn van de wijziging van het bestemmingsplan. 4. Bij mogelijke bepaling en uitkering van de schadevergoeding wordt rekening gehouden met de voorzienbaarheid van de door de belanghebbende gestelde schade. In volgende bijdragen zullen wij ondermeer ingaan op de Discussienota Fundamentele Herziening Wet Ruimtelijke Ordening, op planbaat als tegenhanger van planschade, en op de afwenteling van planschade op de projectontwikkelaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels