nieuws

Kanalisatie Waal en aanleg waddenmeren noodzakelijk

bouwbreed

In een intensief gebruikt land als Nederland zijn retentiebekkens geen oplossing voor hoge rivierstanden. Daarom pleit ir. K. Boorsma voor fundamentelere ingrepen.

De effecten van hoge rivierstanden en debieten is voor Nederland geen importproduct, maar een binnenlands probleem ten gevolge van de steeds lagere ligging van de delta, gecombineerd met zeespiegelrijzing. Retentiebekkens of bergingspolders beneden- en bovenstrooms Lobith zijn in een hoogwaardig, technologisch ontwikkeld cultuurlandschap als het onze geen oplossing voor hoge rivierstanden. Binnen de gegeven, gecompliceerde West-Europese verhoudingen werkt voor de langere duur – honderd tot tweehonderd jaar – alleen een fundamentele, integrale aanpak.

Middeleeuws

Vergelijken we het regiem van de Rijn met bijvoorbeeld de Niger, dan springt een aantal grote verschillen in het oog. De bovenloop van die rivier stroomt door nog natuurlijke moerasgebieden. Het moeras, als het ware een spons, knijpt zich langzaam uit en geeft daardoor een meer evenwichtige afvoer. Een andere grote rivier, de Congo-rivier in centraal Afrika, heeft ook een gematigd regiem, doordat er vanwege de spreiding van het stroomgebied over het noordelijk- en zuidelijk halfrond twee moessonperioden optreden. Het verschil met het regiem van Rijn en Maas in West-Europa zit onder meer in de ter plekke aanwezige dynamiek van technologische en economische ontwikkelingen. Daardoor kunnen we met deze rivieren nooit terug naar een Middeleeuwse situatie door gods water lukraak over gods akker te laten stromen, zoals bioloog Saeijs doet voorkomen (Cobouw 20 maart). Een dergelijke nostalgische obsessie is onwerkelijk en niet toepasselijk voor de geologische randvoorwaarden in Nederland. Door verdergaande bodemdaling en een aanzienlijke zeespiegelrijzing dreigt centraal Nederland immers een steeds dieper gelegen bak/schotel te worden. Het verhang dat voor een goede afvoer van de hoge rivierdebieten noodzakelijk is wordt steeds geringer tot zelfs negatief; het water wil niet meer naar zee.

Noordzeekanaal

Het rivierwater wordt geloosd via Hoek van Holland, Haringvlietsluizen, Noordzeekanaal en spuisluizen in de Afsluitdijk. De waterstand in het Noordzeekanaal wordt met het gemaal en de spuisluis in IJmuiden op een peil gehouden dat gemiddeld rond NAP -0,40 ligt. Het luistert zeer nauw. Komt het water beneden NAP -0,55 dan kan dat problemen geven voor woonboten in Amsterdam. Komt het echter boven NAP -0,20 dan levert dit elders narigheid op. Kelders in Amsterdam of buitendijkse gebieden kunnen onderlopen en schepen kunnen niet meer onder bruggen door. De toleranties van het peilbeheer zijn niet groot. Bij eb kan in principe gespuid worden, mits er geen opstuwing van de Noordzee voor de kust plaatsvindt. Deze opstuwing komt echter regelmatig voor. Bij een zeespiegelrijzing in 2050 met 25 cm functioneert de spuisluis in het geheel niet meer, terwijl er een permanente watertoevoer is vanuit het achterland. Het gemaal (uit 1975) kan te hulp schieten. Maar valt op hetzelfde moment veel regen, dan kan het huidige gemaal dit niet meer bijbenen; de waterstand in het Noordzeekanaal begint te stijgen. Al bij een waterstand boven NAP – 0,30 wordt gesproken van wateroverlast. Met de verwachte zeespiegelrijzing kan er niet meer worden gespuid en moet alles worden uitgemalen. Rijkswaterstaat heeft plannen ontwikkeld om op korte termijn (2003) de maalcapaciteit uit te breiden.

IJsselmeer

Onder extreme omstandigheden kan de topbelasting op het Klein IJsselmeer (1230 km2) gedurende vele weken hoog oplopen. Is extra spuicapaciteit in de Afsluitdijk nabij de spuisluizen te Den Oever en Kornwerderzand reëel? Om te kunnen spuien moet het zeeniveau minstens 10 cm onder het IJsselmeerniveau liggen. Bij opwaaiing op de Waddenzee vanuit het noorden wordt de sluisgang al gauw gestremd – wat afgelopen december nog voor problemen zorgde – en temeer zal dit het geval zijn bij voortgaande zeespiegelrijzing. Uitbreiding van de spuicapaciteit is daarom, mede vanwege de voortschrijdende zeespiegelrijzing, niet zinvol. Er is maar één oplossing: het creëren van zoete waddenmeren (zie Cobouw 10 maart).

Kanalisatie

Het is een foute gedachtegang van Saeijs te veronderstellen dat het zomerbed van de Nederlandse rivieren verdiept en verbreed kan worden. Dit vanwege de terugtrekkende bodemerosie van de rivier, bodemdaling, zeespiegelrijzing en sedimentatie. Bij Lobith wordt de Rijn jaarlijks ongeveer 2-3 cm dieper. De bodem van de Waal zakt ook centimeters per jaar en de verwachting van deze erosie voor de toekomst (30 cm over 50 jaar) is niet optimistisch. Welke effecten heeft deze erosie op het Duitse deel van de Rijn of op het transport van sedimenten, rivierdijken, strekdammen en kunstwerken in ons land? De Duitsers, Belgen en Fransen hebben in het verleden het regiem van Rijn en Maas veelal eenzijdig verander]d met de nodige gevolgen voor Nederland deltaland. In de zomerperioden komt het regelmatig voor dat de debieten op de rivieren te laag zijn om het scheepvaartverkeer optimaal te laten functioneren. In relatie met de geschetste bodemerosie van het zomerbed van Waal en Rijn is een studie gewenst naar de mogelijkheden van een kanalisatie van Rijn en Waal tot ver bovenstrooms van Lobith.

Vijandig

Meer aandacht dient ook te worden geschonken aan riool- en drainagesystemen en waterpartijen in stedelijke gebieden. Recent heeft prof. ir. J. Wiggers van de TU Delft daarover behartenwaardige opmerkingen gemaakt. Saeijs schrijft alle problemen in het stroomgebied van de Rijn toe aan menselijk handelen. Dit is kortzichtig. Het gaat om een evoluerend systeem, een ontwikkeling die met ups en downs gaat, afhankelijk van kennisniveau en inzet en met het al dan niet aanwezig zijn van draagvlak in een samenleving. Draagvlak voor civiele werken ontstaat helaas veelal pas als gevolg van rampen. Veelal ten gevolge van onkunde kan de publieke opinie zelfs ronduit vijandig zijn gedurende langere tijd. Desondanks pleit ik voor een studie naar mogelijkheden om Rijn en Waal te kanaliseren en de Waddenzee deels met dijken om te bouwen tot waddenmeren, ten behoeve van waterbeheer tot in de tweeëntwintigste eeuw. Het inrichten van retentiebekkens, bergingspolders of overstromingspolders is principieel onjuist.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels