nieuws

Infrastructuur maakt ordening onbeheersbaar

bouwbreed

De Randstad gaat haar groei zoveel mogelijk zelf opvangen. Dat kan door de vier grote steden als één stedenring te zien. Met kiezen, afstemmen en strak organiseren probeert minister Pronk de inrichting van Nederland onder controle te krijgen. De aanleg van grote infrastructurele projecten doorkruisen echter ieder beheersbaar plan. “Het is duidelijk dat niet alles overal kan. We moeten kiezen.” Met die gevleugelde uitspraak legt minister Pronk de laatste hand aan de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening die nog dit jaar zal verschijnen. Met daarin de plannen voor de inrichting van Nederland tot 2020. Pronk durft wel te kiezen, daar is hij sterk genoeg voor: Harde contouren rond steden, harde contouren rond natuurgebieden. Geen gerommel meer in de marges en ruimte voor water. Compacte steden met goede ontsluitingen en openbaar vervoer. Het is echter de vraag hoe lang de minister volhardt in zijn standpunten en of de praktijk de uiteindelijke afspraken niet zal achterhalen. Kiezen is niet het sterke punt binnen de overlegcultuur van Nederland. De eerste water komt in de wijn bij het ‘polderoverleg’ dat de minister voert met de diverse belangenorganisaties. Eind deze maand mag iedereen weer z’n zegje doen over de laatste conceptversie.

Water De tweede plens water volgt in de discussie met zijn collega’s. Economie, natuur en ruimtelijke ordening zijn onderwerpen die per definitie de neiging hebben te botsen. Ook de verantwoordelijke ministers zijn het meestal niet met elkaar eens. Pronk denkt minister Jorritsma echter te paaien met de keus voor netwerksteden. Na het Kabinet zal ook de Tweede Kamer nog wat melk in de pap willen brokkelen. Zij zullen in ieder geval de oprichting van een Nationaal Ruimtelijk Instituut doordrukken. Na de groeikernen en Vinex wordt in Nederland netwerkstad het nieuwe toverwoord om de groei verder op te vangen. De keus is gevallen op Delta-Metropool, Brabantstad, Maastricht-Heerlen- Aken-Luik, Knooppunt Arnhem-Nijmegen, Twente en Groningen-Assen. Die stedenrijen groeien door de geografische ligging nu al naar elkaar toe. Pronk wil met het concept netwerkstad die groei verder stimuleren, maar dan wel gecontroleerd. Legalisering van de corridor-gedachte van Jorritsma, maar alleen het klinkt compacter als het woord corridor is vervangen door stad.

Verplicht

Minister Pronk voert tactiek en stelt wel eisen. Nieuwe bebouwing voorbij de grenzen van de netwerkstad is verboden. Betrokken gemeenten zijn verplicht met elkaar te overleggen over ruimtelijke plannen en moeten ontwikkelingen op elkaar afstemmen. Voorzieningen gelden voor de hele netwerkstad en moeten op elkaar aansluiten in plaats van elkaar te beconcurreren. Ook ontwikkeling van bedrijventerreinen moet op die manier gaan verlopen. De hobby van veel wethouders om bedrijven ‘binnen te halen’ is Pronk een doorn in het oog.

Doorkruisen

De keus voor zes netwerksteden impliceert dat de andere steden niet verder mogen groeien. De ontwikkeling wordt tegengegaan door een rode contour, maar zwak punt in de schakel zijn de tussengebieden waar “onder voorwaarden” verstedelijking is toegestaan. De echte knelpunten zullen ontstaan door de aanleg van nieuwe infrastructuur. Bij de netwerksteden horen snelle spoorverbindingen en goede ontsluiting per weg. Alle partijen zijn het eens over het feit dat de steden wel bereikbaar moeten blijven. Dat betekent echter: nieuw asfalt en nieuw spoor. Met die keus krijgt Nederland een Betuwelijn (9 miljard), een HSL-zuid (9 miljard), een HSL-oost (al dan niet over bestaand spoor), een Hanzelijn en een snelle verbinding naar het Noorden. Al deze verbindingen lopen ook door de Randstad. Exclusief voor de vier grote steden praten we ook nog over Randstadrail (5 miljard), ‘rondje Randstad (6 miljard) en het Bereikbaarheidsoffensief (11miljard). Het Rijk gooit er miljarden tegenaan en dan zijn de investeringen voor nieuwe stations en overslagterminals nog niet eens meegerekend. Pronk is terecht bang voor nieuwe stedelijke knooppunten die ontstaan als gevolg van de nieuwe verbindingen. Toch denkt de minister met de netwerksteden een stokje te steken voor deze ontwikkelingen.

Bouwverbod

De economie laat zich echter niet zo makkelijk vangen. Het stimuleren van zes netwerkgebieden kan een deel van de groei opvangen, maar zal door harde contouren snel uit zijn jasje barsten. De tussengebieden in de Randstad lopen op dat moment het grootste gevaar. Pronk laat daar namelijk ruimte voor verstedelijking en haalt daarmee zijn eigen contourenbeleid onderuit . Open delen in de tussengebieden zijn niet beschermd tegen verstedelijking. Alleen om “waardevolle open gebieden” komt een groene contour met een bouwverbod. De plannen voor natuurontwikkeling zijn ambitieus maar dreigen stuk te lopen door de hoge grondprijzen. Ook al is daar twee miljard gulden extra voor uitgetrokken. Natuur wordt vooral in de Randstad onbetaalbaar omdat de ruimtedruk daar het hoogst is. Een moderne boer laat zich ook niet meer voor een appel en ei uitkopen. Pronk denkt na over een nieuw grondbeleid met exploitatieheffingen en waardeafroming. Het is de vraag of het niet slimmer is nieuwbouw te koppelen aan verplichte natuurcompensatie. Dit idee wordt voor het eerst grootschalig uitgewerkt bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte. De aanleg van het havengebied gaat samen met de aanleg van natuur. Door dit in één begroting te stoppen is zowel het een als het ander te financieren. Nadeel is echter dat waardestijging van grond maar een keer te gelde is te maken. Alleen op het moment dat iets met een groene bestemming een rode bestemming krijgt stijgt de waarde met honderden guldens per vierkante meter. Ironisch genoeg is verder volbouwen dan de enige manier om natuur te ontwikkelen. Volbouwen dé manier om natuur te ontwikkelen De contouren van natuurgebieden in Nederland in de 21ste eeuw.

Bron: Natuur voor mensen, mensen voor natuur.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels