nieuws

Grove hand voor herstel Naardense kazerne

bouwbreed

Vroeger zaten er een aardappelenboer en een stukadoorsbedrijf in de Naardense Promerskazerne. Binnenkort kunnen er rieten stoelen van Jan des Bouvrie worden gekocht. Een restauratie van 5,5 miljoen gulden maakte van het vervallen, naargeestige gebouw een sfeervolle showroom voor designmeubelen.

Voor de restauratie van het rijksmonument heeft aannemer Van Zoelen vooral veel moeten slopen. Om een gebouw als de Promerskazerne te behouden, is volgens de Rijksgebouwendienst – de eigenaar – een eigentijdse bestemming onontbeerlijk. Het gebouw zelf is zoveel mogelijk in zijn oude staat teruggebracht. De Promerskazerne is onderdeel van de Vesting Naarden en is in 1875 gebouwd. Of het verdedigingswerk werkelijk zo sterk is als het eruit ziet, is onbekend, want de kazerne heeft nooit onder vuur gelegen. Toch heeft het leger er intensief gebruik van gemaakt. In 1879 verbleven er vierhonderd man, in 1906 waren dat er zelfs 726. De grootste vijand van de soldaten bleek het vocht. Uit de doktersarchieven blijkt hoezeer de soldaten hebben geleden onder het natte, koude klimaat in de kazerne.

Aardedonker

Ook voor het gebouw zelf was het water een geduchte tegenstander, zo ondervonden de restaurateurs. Veel door vocht aangetaste stenen en voegen moesten vervangen worden of gerepareerd. Om het gebouw te behouden, moesten voor alles de gaten in daken en muren worden gedicht. Aan de voorzijde hebben graafmachines de metersdikke laag aarde van het dak gehaald. De grond lag daar om de kazerne ‘bombestendig’ te maken. Na het aanbrengen van een speciaal, hoogwaardig folie is de oude situatie teruggebracht. Maar zelfs na de restauratie blijft het vocht nadrukkelijk aanwezig; de witte verf bladdert nu alweer van de stenen gewelven van één van de poternes (gangen door de hoofdwal). “Door de langdurige lekkages zit er nog steeds veel vocht in de muren. Ik denk dat de schilder volgend jaar nog maar een keer moet komen”, zegt G.W. van Hoogevest van het gelijknamige Amersfoortse architectenbureau. Hij begon in opdracht van de Rijksgebouwendienst drie jaar geleden met het restauratieproject. Bij zijn eerste bezoek bleken de huurders (waaronder een aardappelenboer, een jeugdsoos en een stukadoorsbedrijf) de kazerne vrijelijk aangepast te hebben aan hun behoeften. Hij beschrijft hoe hij de kazerne aantrof: “Het was er aardedonker. Je kon geen hand voor ogen zien. Iedereen was aan het timmeren geweest, door allemaal tussenwandjes was het heel hokkerig. Op de grond lagen allerlei soorten tegels schots en scheef door elkaar, aan de muren hingen tl-balkjes, er waren akelige wc-groepjes. Kortom, het was een grote bende.”

Stoer

In de loop der jaren is er meer aan het bouwwerk vertimmerd. In de jaren veertig bracht de genie van de Koninklijke Landmacht grote houten overkappingen aan om regen en kou enigszins buiten de deur te houden. Want de kazerne bestaat in feite uit twee aparte gebouwen met daartussen een open straat. De overkapping dekte deze open ruimte af, maar hield ook het licht tegen. Alle sinds 1876 toegevoegde betimmeringen zijn verwijderd, inclusief de halfverrotte houten overkapping. ‘Sloopwerk’ was daarom een forse post in het restauratieplan. Na het zandstralen gaven schilders het metselwerk zijn oorspronkelijke witte kleur terug. Op de grond ligt weer een eenvormige bestrating en alle houten luiken, deuren en poorten zijn als nieuw en zitten strak in de groene verf. “Sommige restauraties zijn een uiterst precies karwei. Voor grote delen van de kazerne was daarvan geen sprake”, zegt directeur Hekkelman van het Utrechtse aannemersbedrijf Van Zoelen. “Dat past bij de aard van het gebouw. Het is niet verfijnd, eerder een stoer gebouw.” Meer ‘verfijnd’ werk was het herstel van de toegangspoort van de kazerne in originele staat. Gebruikers hadden aan beide kanten een stuk van de muur weggehakt, zodat vrachtauto’s gemakkelijk in en uit konden rijden. Specialisten hebben de smallere, hardstenen toegang inmiddels ‘teruggerestaureerd’.

Glazen kap

Hokkerig is de kazerne niet meer. Lange gangen, grote (voormalige slaap-)zalen en veel licht domineren het beeld. Een ruimtelijke aanblik biedt de honderd meter lange gang met witte muren die het gebouw voor de manschappen en de zieken scheidt van dat voor de officieren en de opslag. De verharding wordt gevormd door klinkers in een regelmatig visgraatpatroon. Een rij groene, dikke houten luiken en deuren flankeren de gang. Aan het uiteinde is een opvallende glazen pui aangebracht, omvat in zwarte, stalen bogen. Een glazen kap in aluminium frame beschermt de bezoekers tegen de elementen zonder het daglicht te belemmeren. Licht en elektriciteitsdraden zijn verwerkt in een staalkleurige tube die aan de kap hangt.

Design

Van Hoogevest: “De kazerne moest wel wind- en waterdicht worden gemaakt en worden verwarmd. Anders kunnen de huurders er niets mee. Door te kiezen voor eigentijdse vormen is duidelijk te zien dat het toevoegingen zijn. Ze zijn bovendien verwijderbaar. Je kunt ze weghalen, zonder iets aan de gebouwen zelf te veranderen.” De helft van de restauratie is betaald door het Rijk. De andere helft door Jan des Bouvrie, die tevens huurder is van de voormalige kazerne. Hij wil er een exclusief, overdekt centrum vestigen waar meubels en andere designartikelen te zien en te koop zijn. Verder zullen jonge kunstenaars er hun creaties tonen. En mogelijk komt er ook een Italiaanse modezaak.

Vrije toegang

Achterin het gebouw, onder de stoere gemetselde gewelven, staan de bekende Des Bouvrie-stoelen en -tafels voor de lunchroom waar het winkelend publiek een kopje cappuccino kan gebruiken. De vrije toegang van de kazerne was een voorwaarde voor de Rijksgebouwendienst. Het publiek moet het monument kunnen bezichtigen. Dat kan voor het eerst op 9 september, de Landelijke Monumentendag. Een dag daarvoor is de officiële opening voor genodigden. Het gebouw is zoveel mogelijk in oude staat teruggebracht.

Vocht grootste vijand van soldaten én gebouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels