nieuws

Een tijdelijk ruimtevakwerk

bouwbreed

nummer: 1012424 uitvinder: P. van Oers en E. van den Brande octrooihouder: SGB North Europe, Helmond Een ruimtevakwerk dat je zo in elkaar haakt en dat dienst kan doen als tijdelijke overkapping. Dat bedacht afstudeerder Erwin van den Brande samen met steigerbouwer SGB.

Octrooi

Ruimtevakwerken zijn er te kust en te keur, maar doorgaans is de montage een hele tour. Lichtgewichtconstructies, die je in een vloek en een zucht in elkaar zet en na bewezen diensten even eenvoudig weer demonteert, zijn nauwelijks voorhanden. Met de vraag een dergelijk systeem te bedenken, benaderde hoofd engineering ir. P. van Oers van steigerbouwer SSH Handep, tegenwoordig SGB, de TU-Eindhoven. Afstudeerder Marcel van den Brande zette zijn tanden in het vraagstuk en ontwikkelde samen met Van Oers een veelbelovend systeem. Het eindproduct doorstond een internationaal nieuwheidsonderzoek en verkreeg octrooi voor twintig jaar.

Haakverbinding

Kenmerkend voor het systeem is vooral de haakverbinding tussen de dwarsverbindingen en de randstaven. In de steigerbouw wordt zo’n verbinding wel vaker toegepast, maar voor een ruimtevakwerk is hij uniek. De verbinding kan zonder extra borging zowel trek- als drukkrachten opnemen. De dwarsstaven zijn bovendien tot een soort driehoekige spanten verbonden, die direct de ruimtelijke werking garanderen. Daardoor zijn geen schoren nodig om een stijve constructie te krijgen. Dat is wel nodig bij de tweedimensionale tralieliggers die tot nu toe wel tot tijdelijke ruimtevakwerken worden samengesteld. Een bestelbus is volgens productontwikkelaar Van Oers groot genoeg om het systeem in losse onderdelen te transporteren, waarna op locatie een flink vakwerk samengesteld kan worden. Niet alleen kunnen er tijdelijke overkappingen van worden gemaakt, zodat bouwers bij weer en wind kunnen doorwerken; ook podia, grote liggers en tijdelijke loopbruggen liggen in het verschiet.

Gewicht

In productie is het systeem nog niet. Daarvoor is eerst nader marktonderzoek nodig. Volgens Van Oers zal dat antwoord moeten geven op vragen als: hoe lang moeten de randstaven worden? Hoe groot de driehoekselementen? Is er behoefte aan verschillende maten en komt dat kostentechnisch uit? En niet te vergeten: waar kan nog gewicht bespaard worden? Want dat is veruit de belangrijkste vraag in de steigerbouw: hoe krijg ik een zo licht mogelijke constructie die toch sterk en stijf genoeg is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels