nieuws

Vice-presidenten hof en rechtbank positief over mediation

bouwbreed

Onderzoeken of mediation in veel gevallen een betere manier is om conflicten te beslechten dan procederen of arbitrage. Dat is de opzet van het landelijk project Mediation Rechterlijke Macht.

Vijf rechtbanken doen er aan mee: Arnhem, Utrecht, Zwolle, Assen en Amsterdam. Een dubbel-interview met de landelijk projectleider mr. M. Pel, tevens vice-president van het gerechtshof Arnhem, en met mr. M.M.A. Spliet, vice-president van de arrondissementsrechtbank Utrecht en projectleider van het mediationproject aldaar. Over de voordelen van mediation en waarom juist bouwconflicten zich goed lenen voor deze vorm van beslechting.

Hoe conflictgevoelig is de bouw in vergelijking met andere sectoren?

Mr. Pel: “Bij grote bouwprojecten ligt de conflictstof voor het oprapen. Dat hangt samen met lange bouwtijd en de vele partijen die bij de uitvoering zijn betrokken. Er zijn heel veel verschillende lagen van verantwoordelijkheid. Niet iedereen kan alles overzien. Gaat er wat fout, dan is men geneigd de schuldvraag voor zich uit te schuiven omdat de bouw dóór moet. Projectleiders in de bouw zijn bang dat erover praten de dingen erger maakt. Intussen sluimert zo’n conflict eronder, waardoor men toch leeft met de irritatie en met de onzekerheid wie die strop gaat dragen. Dat beïnvloedt enorm de samenwerking.” “Ook angst voor gezichtsverlies kan ertoe leiden dat conflicten onder de mat worden geveegd uit schaamte dat men dit niet zelf kan oplossen of dat mogelijke conflictstof wordt bewaard als wisselgeld in een toekomstig conflict.” Is er een kwalitatieve vergelijking mogelijk tussen de verschillende manieren van conflictbeslechting? Mr. Pel: “Overheidsrechtspraak en arbitrage kun je heel goed naast elkaar zetten. In beide gevallen is er een derde aan wie je de beslissing uit handen geeft. Rechter en arbiter beslissen op basis van bepaalde regels. De regels bij arbitrage zijn net wat soepeler, zo zou je kunnen zeggen, dan in de gewone rechtspraak.” “Bij mediation houd je de oplossing zelf in handen. De mediator helpt mensen om met elkaar in gesprek te komen. Uitgangspunt is dat in elk conflict een oplossing verborgen ligt die voor beide partijen aanvaardbaar, soms zelfs aantrekkelijk is.” Mr. Spliet: “Als mensen erin slagen zelf hun conflict op te lossen, hebben ze er achteraf vaak meer vrede mee.” Mr. Pel: “Het grote voordeel van mediation is dat het vertrouwelijk is. Dat is het verschil tussen een bemiddelaar zoals meneer Rood die in de taxioorlog bemiddelt en een mediator. Een mediator praat nooit met de pers. Zal nooit eigen voorstellen aandragen.” “Door de geheimhoudingsplicht weten partijen dat hun onderhandelingen niet van invloed kunnen zijn op een eventuele toekomstige beslissing van de rechter.”

Conflicten in de bouw gaan altijd over geld. Laten materiële

conflicten zich wellicht gemakkelijker door mediation oplossen dan principiële meningsverschillen? Mr. Spliet: “Er zijn niet zoveel rechtzaken die over principes gaan. Meestal gaat het over interpretatie van feiten en over onmin die is ontstaan.”

Er zijn in de bouw veel partijen die onderling van mening kunnen

verschillen: opdrachtgever, ontwerper, constructeur, hoofdaannemer, onderaannemer, leverancier, gebruiker. In welke gevallen is mediation het meest kansrijk? Mr. Spliet: “Heel belangrijk is als mensen er belang bij hebben dat de relatie in stand blijft.” “Bij mediation worden de angels uit het conflict gehaald. Herstel van de relatie is één van de oogmerken van mediation. Als dat lukt, zal ook de oplossing beter worden nagekomen.”

Helpt het dat bouwondernemers over het algemeen voral praktisch

ingestelde mensen zijn? Mr. Spliet: “Emoties, dat klinkt altijd een beetje soft. Daar hebben we geen last van, zeggen partijen in bouwzaken. Nou, vergeet het maar.” Mr. Pel: “Zelfs in het meest zakelijke conflict blijkt toch de menselijke emotie de ware blokkade tot een oplossing te zijn. Verwarring van emoties met de inhoud is er in bijna alle conflicten de oorzaak van dat partijen er zelf niet uit kunnen komen.”

Op welke momenten kunnen partijen zich tot een mediator wenden?

Mr. Spliet: “Partijen kunnen de rechter vragen de zaak naar de mediator te verwijzen. Dat kan op elk moment dat de zaak nog niet behandeld is op enige zitting, maar ook daarna. Verder kan de rechter tijdens de zitting voorstellen: ‘We hebben geprobeerd te kijken of een oplossing in der minne mogelijk is. Dat lukt nu niet, maar ik heb toch het idee dat het geschil geschikt is voor mediation. Zou u dat niet alsnog willen proberen?'”

Hoe gaat mediation nou precies in z’n werk?

Mr. Pel: “Eerst wordt een inventarisatie gemaakt waar het eigenlijk over gaat. Daarna worden de mediationregels uitgelegd, over de geheimhouding en de vertrouwelijkheid. De eerste fase eindigt met het ondertekenen van de mediationovereenkomst waarin de spelregels staan. Regel één is: speel de bal en niet de persoon. Je moet de persoon met wie je ruzie hebt niet verwarren met de zaak. Mediation is hard voor de zaak en zacht voor de mensen. Regel twee schrijft voor dat je je moet richten op belangen en niet op posities. Vervolgens moet je een oplossing zoeken in wederzijds belang. Niet alleen maar gaan voor je eigen belang, maar ook een open oor hebben voor de ander. Dat is echt bijzonder aan mediation.” “In de tweede fase, de exploratiefase, wordt geïnventariseerd waar de mensen mee zitten, wat zij willen bereiken. In die fase wil je de belangen boven tafel krijgen, en je probeert ze weer aan het praten krijgen. Voor dat doel beschikt de mediator over een arsenaal aan vragen: open vragen, gesloten vragen, relationele vragen, circulaire vragen, vragen om de emoties aan de oppervlakte te krijgen, noem maar op. Als de mensen heel erg verwijten naar elkaar zitten te maken, probeer je de wens eruit te peuren. Zegt één van de partijen bijvoorbeeld: ‘Ach, die man heeft altijd zo’n haast en hij luistert nooit naar me. Het project is al bijna af en ik weet nog niet wat voor stenen ik krijg.’ Dan zal de mediator samenvatten: ‘Wat u wilt, is dat er tijdig overlegd wordt over de materialen.’ Hij verschuift de focus van de man naar de zaak.” “Als dat lukt, zijn aan het eind van die fase de verhoudingen genormaliseerd, en ga je over naar het echte onderhandelen. Brainstormen over alle mogelijke oplossingen. Dan wordt het echt leuk. Is iedereen niet meer zo in zichzelf, niet meer zo kwaad. Eerst gaat het heel aarzelend, maar op een gegeven moment lokt het ene idee het andere uit.” “Je mag niet roepen ‘dat kan toch niet’, of ‘dat heb ik al eens geprobeerd’. Dat is dodelijk voor brainstormen.” Mr. Spliet: “De mensen zijn dan ook bereid met dingen te komen, en goed te luisteren en er op in te gaan.” Mr. Pel: “Een Engelse mediator noemde het moment waarop je voelt dat de omslag komt ‘de turn’. Hij zei ‘als we de turn hebben gehad, weet je: nou gaat het lukken’. Ik had het nooit zo voor mezelf benoemd, maar toen ik daarna mediations deed – meestal is het eerst hopeloos, denk je deze keer gaat het echt niet lukken – maar op een gegeven moment voel je ‘de turn’, dáár heb je hem. Opeens gaan mensen lachen. Intensief met elkaar praten. Aanvankelijk wordt er uitsluitend tegen mij gepraat. Maar vanaf ‘de turn’ verloopt de communicatie weer normaal.”

Partijen willen toch horen wat u ervan vindt.

Mr. Spliet: “Ja, en dat doe je dus niet. Dat speel je terug. Geleidelijk aan gaan ze steeds meer met elkaar in gesprek.” Mr. Pel: “Ik heb er wel eens anderhalf uur bij gezeten zonder iets te zeggen. Dat hoeft dan niet meer.” Welke kennis moet een goede mediator hebben?

Mr. Pel: “Klanten denken vaak dat het beter is als de mediator materiedeskundig is. Maar zelf ben ik ervan overtuigd dat een goede ervaren mediator ieder conflict kan mediaten. Als je gewoon heel simpele vragen stelt, zo van: ‘Ik ken uw wereldje niet, maar wat is nou gewoon bij u? Hoe doet u dat eigenlijk altijd? Als mensen dat gaan uitleggen, zeggen ze soms zelf al: ‘Is eigenlijk wel een beetje raar’. Terwijl, als je daar zelf helemaal inzit, neem je het allemaal wel voor waar aan. Naïeve vragen stellen, heeft een enorme katalyserende werking. Ik doe het graag.”

Waar vinden de gesprekken plaats? In een formele omgeving?

Mr. Spliet: “In Utrecht op kantoor van de mediator. In Arnhem in beginsel op de rechtbank. Mr. Pel: “Een goede mediationkamer heeft geen bureau en aparte tafeltjes voor de klant. Je zit aan een ronde of ovale tafel met z’n allen. De mediationkamer in Arnhem is speciaal ingericht voor het project.” “Heeft een ronde tafel met een warme kleur vloerbedekking, mooie lampen, mooie kapstok, er staan heel grote planten. Als je daar binnenkomt, heb je niet het gevoel een rechtszaal te betreden.”

Hoe eindigt een succesvolle mediation?

Mr. Pel: “Met een vaststellingsovereenkomst. Maar eerst gaat de mediator na of de bereikte oplossing wel reëel is. Je pikt als mediator niet alles. Je moet vragen ‘weet je wel dat je in een procedure vijf keer zo veel schadevergoeding zou kunnen krijgen?’ Of: ‘Wat gebeurt er als je dat doet?’ En: ‘Kan het eigenlijk wel? Is er geen wettelijke regel die geschonden wordt?'” Mr. Spliet: “Zodat men achteraf niet het gevoel krijgt ‘dat had ik nooit moeten doen’. Want dan is het conflict weer in volle omvang aanwezig.”

‘Onzekerheid wie de strop gaat dragen, frustreert samenwerking’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels