nieuws

Timmerbedrijven halen omzet 2,6 miljard gulden

bouwbreed

De gezamenlijke Nederlandse timmerbedrijven behalen dit jaar een omzet van 2,6 miljard gulden. Die verwachting spreekt het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) uit in het onderzoek ‘De timmerbedrijven’.

De komende jaren zal de omzet niet meer explosief toenemen. Voor 2005 komt de totale branche-omzet uit op circa 2,7 miljard, meent het EIB. In 1997 realiseerden de timmerbedrijven een omzet van 2,2 miljard. In de daarop volgende twee jaren steeg deze respectievelijk met 5 en 9 procent. De timmerbedrijven profiteerden de afgelopen jaren volop van de algehele voorspoedige economische ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande hogere omzetten door bouwbedrijven. Aannemers (36 procent) en particulieren (23 procent) zijn de belangrijkste opdrachtgevers. Bedrijfsleven (17 procent), woningbouwverenigingen (7 procent) en collega-timmerbedrijven (3 procent) volgen op afstand. Overige opdrachtgevers zijn verantwoordelijk voor 14 procent van de omzet. Naarmate de bedrijfsomvang van de timmerlieden toeneemt, realiseren zij een hoger omzetaandeel in opdracht van aannemers, bedrijfsleven en woningbouwverenigingen, zo constateert EIB-onderzoeker drs. H.S.A. Scholman. Kleinere timmerbedrijven moeten het voor hun opdrachten vaker van particulieren hebben. De timmerbranche leunt zwaar op de nieuwbouwsector (64 procent). Hoe groter de bedrijven zijn, hoe belangrijker de nieuwbouwactiviteiten. De onderhoud-, herstel- en verbouwsector draagt 29 procent bij aan de omzet. De overige sectoren zijn goed voor een omzet van 7 procent. De onderhouds- en herstelmarkt is voor de kleinere bedrijven van groter belang dan voor de grotere. De meeste timmerbedrijven werken op deze markt voor een vaste, van te voren afgesproken prijs. Hoge loonkosten en personeelstekorten hinderen de timmerbedrijven het meest, zo blijkt uit het EIB-onderzoek. Zo’n 70 procent geeft aan de hoge loonkosten het belangrijkste knelpunt te vinden. Arbeidskosten bedragen gemiddeld 28 procent van de omzet. Een tekort aan voldoende gekwalificeerd personeel (65 procent), beunhazerij (61 procent), tijdsdruk (59 procent), trage betaling door opdrachtgevers (57 procent) en scherpe prijsconcurrentie (51 procent) zijn andere belangrijke kenpunten. Kleinere bedrijven ondervinden hiervan over het algemeen minder problemen dan grotere. Omdat het grootste deel van de bouwactiviteiten in het Westen van het land plaatsvindt, zijn in de Randstad ook de meeste timmerbedrijven gevestigd: vier op de tien. Drie op de tien hebben de zuidelijke provincies als vestigingsplaats. Twee op de tien bedrijven bevinden zich in oostelijk Nederland, terwijl zich in het Noorden slechts een op de tien timmerbedrijven bevindt. Zwaar leunen op sector nieuwbouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels