nieuws

‘Stijging verzuim is trend’

bouwbreed

Het ziekteverzuim in de bouw is vorig jaar verder gestegen. Met die conclusie bevestigt het EIB een tendens die al eerder door de Sectorraad Bouw en het CBS was gesignaleerd.

In de studie ‘Het ziekteverzuim in de bouwnijverheid in 1998 en 1999’ constateert het EIB dat het verzuimpercentage van bouwplaatspersoneel is opgelopen van 4,7 in 1997 naar 5,8 twee jaar later. De gemiddelde verzuimduur steeg in die twee jaar van vijftien naar achttien dagen. Vorig jaar bereikte 1,5 procent van de werkenden op de bouwplaats de maximale duur van een jaar. Voor het uta-personeel was dit circa 1 procent. Wat betreft het ziekteverzuim was 1998 in de bouwnijverheid een keerpunt. Voor het eerst sinds begin jaren negentig steeg het weer. De uitkomsten voor 1999 tonen aan dat deze stijging geen incident is geweest”, stelt het EIB. De invoering van de wet Terugdringing Ziekteverzuim in 1994 en de Wet uitbreiding loondoorbetaling in 1996 hadden positieve gevolgen. Het ziekteverzuim in de bouw daalde, tot zelfs onder het landelijk niveau. Uit een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken bleek vorig jaar ook dat de bouwnijverheid jaarlijks meer geld uitgeeft aan de preventie van ziekteverzuim dan andere sectoren. Als de cijfers van het EIB voor 1999 vergeleken worden met recente cijfers van het CBS en het Landelijk instituut voor sociale verzekering (Lisv), blijkt dat de bouwnijverheid inmiddels qua ziekteverzuim weer een normale bedrijfstak is geworden. Het Lisv stelde onlangs dat het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland 5,3 procent bedraagt. Voor de bouwnijverheid komt het instituut uit op 4,7 procent en voor de categorie industrie en bouwnijverheid op 5,9. Het CBS maakte enkele maanden geleden bekend dat het verzuim in de bouwnijverheid was gestegen van 4,7 in 1998 tot 5,1 procent vorig jaar. Met een verzuimpercentage van 5,8 voor bouwplaatspersoneel zit het EIB daar dus boven. De Sectorraad Bouw wees er eerder al op dat de instroom in de wao vorig jaar voor het eerst sinds jaren weer was toegenomen.

Jongeren

Jongeren zijn over het algemeen vaker ziek dan ouderen. Maar de laatste groep is gemiddeld langer ziek. Opvallend is dat uitvoerders weinig ziek zijn (3 procent). Maar als ze eenmaal ziek zijn, zijn ze dat vaak heel lang: 30 procent zelfs de maximale ziekteperiode van een jaar. Dit wijst volgens het EIB op de psychische belasting bij hen. Uitgesplitst naar beroep zijn het vooral de fysiek zwaardere beroepen die een hoger verzuimpercentage hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels