nieuws

Stadsgehoorzaal Leiden snel asbestvrij

bouwbreed

Half augustus moet de Stadsgehoorzaal in Leiden gereed zijn voor het volgende congres. De plafonds, waarin asbest is gevonden, worden in hoog tempo verwijderd en vervangen. Dat lukt onder meer dankzij het enthousiaste management van het jonge en ambitieuze ingenieursbureau Oesterbaai uit Delft.

Drs. R. Höll en ir. G. Gribnau zijn asbestdeskundige. Samen hebben zij een ingenieursbureau voor sloopmanagement opgericht. “Na mijn studie civiele techniek ben ik toevallig in het complexe slopen terechtgekomen”, legt Gribnau uit. “Daar blijkt heel weinig over bekend te zijn. Ik heb mij vooral verdiept in het complexe slopen in binnensteden. De Technische Universiteit in Delft toont daar ook veel belangstelling voor. Misschien komt er nog wel eens een leerstoel sloopmanagement.”

Verval

De Stadsgehoorzaal in Leiden ligt met de achterzijde tegen enkele panden aan een gracht en de voorzijde aan een drukke winkelstraat in het centrum. Het is een karakteristiek gebouw met een grote en een kleine zaal, een foyer en een trappenhuis. De op een binnenplaats bijgebouwde kantoorruimte vertoont sterke tekenen van verval. Andere delen van het gebouw hebben zo’n vijf jaar geleden een opknapbeurt gehad. Toch heeft de gemeente besloten anderhalf miljoen gulden te besteden aan het verwijderen van de plafonds, de asbestplaten en de rachels. Dat gebeurt onder onderdruk, zodat er geen asbestvezels door het gebouw kunnen gaan zwerven. De ruimte boven de plafonds wordt minutieus schoongezogen en alle deeltjes groter dan een mikron worden uit de lucht gefilterd.

Logistiek

Het slopen van de plafonds is een nauwkeurig karwei, want de vloeren, wanden en deuren mogen niet beschadigd worden. Maar dat was niet de voornaamste reden om ingenieursbureau Oesterbaai in te schakelen. De werkelijke problematiek is het managen van de interne verhuizing, de complexe sloop en de renovatie van installaties en plafonds binnen enkele weken. “De logistiek is bijzonder ingewikkeld”, aldus Gribnau. “We moeten bijvoorbeeld materiaal in een ruimte opslaan door een deur. Op hetzelfde moment is een tweede deur nog gesloten in verband met de sloop van asbest. Vervolgens wordt de eerste deur afgeplakt en de tweede geopend. Er is dan geen mogelijkheid meer om ontbrekend materiaal aan te voeren.” Het werk is niet alleen complex binnen het gebouw, maar ook daarbuiten. Gribnau: “Er staat bijvoorbeeld een container voor de ingang van een kerk, omdat hij niet op de blindengeleidestrook op het trottoir mag staan. Op zondag moet de container echter weer weg.” Boven de plafonds bevinden zich ook luchtkanalen, geïsoleerd met glaswol. Höll: “Wij verwijderen deze isolatie ook onder asbestcondities, omdat er asbestvezels in kunnen zitten. Ik geloof niet, dat er regelgeving is voor het slopen van glas- of steenwol.”

Lichaamsvreemd

Volgens Gribnau is er voor wat betreft het gevaar voor de gezondheid een belangrijk verschil tussen vezels van asbest en van glaswol. “Asbest splijt in meerdere vezels, die het lichaam niet herkent als vreemd. Glaswol is hol en wordt wel als lichaamsvreemd ervaren”, aldus Gribnau. Hij voegt eraan toe: “We weten echter niet alles over minerale wol. Als we in een sloopproject glas- of steenwol tegenkomen, bellen we de experts.” De platen met asbest uit de Stadsgehoorzaal worden met de hand in kleine plastic zakken verpakt en met speciale vrachtwagens afgevoerd. “Zij gaan naar een ‘asbestbank’, een stortplaats voor asbesthoudend materiaal. Het wordt bewaard onder een laag van vijftig centimeter grond, tot er een oplossing voor de verwerking is gevonden”, aldus Höll. Het is mogelijk om asbest onschadelijk te maken. “Als je het materiaal zeer sterk verhit, worden de vezels bolletjes en de kristallijne structuur verdwijnt”, licht Höll toe. “Dat is ook mogelijk bij lage temperaturen onder hoge druk, maar economisch is het niet rendabel”, voegt Gribnau toe. Voorlopig blijft het bij een geconditioneerde opslag.

Eeuw werk

Uit de Stadsgehoorzaal wordt zo’n duizend vierkante meter asbesthoudende plaat verwijderd. “Er valt in Nederland nog veel asbest te saneren. Als de markt in het huidige tempo doorgaat, is er nog voor honderd jaar werk”, aldus Höll. Hij ziet de toekomst van ingenieursbureau Oesterbaai dan ook rooskleurig in. “Dit project hebben we verworven, omdat we een jong en ambitieus bureau zijn. Het vereiste tempo en de tijdsdruk zijn enorm hoog. De meeste aannemers vonden het moeilijk een prijs af te geven voor dit project, vanwege de complexiteit en de korte beschikbare tijd. Het is een zeer intensief project, maar het lukt ons wel om het te managen”, besluit Gribnau.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels