nieuws

Kosten windmolens hoger dan verdiensten

bouwbreed

“De discussie over het wel of niet bestaan van enig nut van de bouw van windmolens staat bol van onbegrip, misleidingen, naïeve goedgelovigheid en misverstanden. Ook geldzucht en politiek spelen een belangrijke rol. Daarom blijkt ‘macht’ de beslissende factor.” Ir J. Halkema laat in zijn boek ‘Windmolens – Fictie en Feiten’ (*) weinig over van windturbines. Niet in de laatste plaats omdat 75 tot 85 procent van het maximale vermogen door de specifieke eigenschappen geheel onwerkzaam blijft.

Windmolens van groot vermogen bestaan niet, stelt Halkema. Groot genoemde vermogens van 1,5 en 3 MegaWatt blijven in een elektriciteitsnet verwaarloosbaar klein. Natuurkundige wetten zadelen windturbines op met enkele bijzonder onaangename maar niet te omzeilen eigenschappen. De energie die de wind aanvoert is evenredig met de massa van de lucht die per seconde door de propellercirkel stroomt. Het opgewekte vermogen is evenredig met de derde macht van de windsnelheid. Een kubieke meter lucht weegt zo’n 1,22 kilo. Bij vollast bedraagt de snelheid ongeveer 15 meter per seconde ofwel Beaufort 7. Vanaf Beaufort 8 staat de turbine stil om zware averij te voorkomen. Dat gebeurt ook wanneer de windsnelheid beneden Beaufort 4 komt, omdat de turbine dan geen elektriciteit opwekt.

Productiefactor

Het effectieve productievermogen van een windturbine staat gelijk aan de productiefactor maal het geïnstalleerde vermogen. De productiefactor geeft aan met hoeveel procent van het maximale vermogen de turbine gemiddeld in een jaar draait. Hoe regelmatiger de wind waait, hoe gunstiger deze factor uitvalt. Het gemiddelde voor alle Nederlandse locaties beloopt 20 procent. Gegevens uit 1997 van het Landelijk Bureau Windenergie gaan uit van 442 windmolens met een totaal geïnstalleerd vermogen van 175.000 kiloWatt en een jaaropbrengst van 28.040 kiloWattjaar. Halkema leidt hier een gemiddelde productiefactor van 16 procent uit af. Nederlandse windturbines benutten hooguit een vijfde of nog kleiner deel van het vermogen. Dat betekent dat ze voor 80 procent van het maximale vermogen niets opleveren. Deze eigenschap staat los van de grootte. In 1997 verbruikte Nederland 9.132.000 kiloWattjaar elektriciteit. Een windturbine van 600 kiloWatt levert jaarlijks 120 kiloWattjaar op. Dit betekent dat 761 windmolens 1 procent van de elektriciteitsbehoefte afdekken. Omdat de opwekking van de wind afhangt, moeten producenten altijd een stoomturbine als ‘draaiende reserve’ achter de hand houden. Zo’n moderne thermische centrale kost per MegaWatt producerend vermogen gebruiksklaar 1,4 miljoen, nagenoeg hetzelfde als een windturbine van 600 kiloWatt. Een gemiddeld effectief producerend vermogen van 1 MegaWatt vergt 8,3 windmolens van 600 kilowatt en dus een investering van 11,6 miljoen gulden. Vergeleken met de geproduceerde kiloWattjaren valt het onderhoud van een windturbine beduidend hoger uit dan dat van een turbogenerator.

(*) ‘Windmolens – Fictie en Feiten’ van ir. J. Halkema: ISBN 90 75095 72 4, Deltech Uitgevers Delft, tel.: (015) 2125915.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels