nieuws

Grijze pakken

bouwbreed

Onlangs werd ik gebeld door een mevrouw van de Cobouw. Of ik columns wil gaan verzorgen vanuit de invalshoek ‘vrouwen in een mannenwereld’? Daar hoef ik niet lang over na te denken. Ik werk namelijk sinds zeven jaar als manager/adviseur bij het Servicepunt vrouwen in de bouw en word ervoor betaald om de instroom en het behoud van vrouwen in de bouwsector te stimuleren.

Mijn eerste aanraking met de bouw is op mijn vijftiende. Het is zomervakantie en mijn vader belt naar huis ‘alle meiden hier zijn ziek, kan je komen?’ En zo kom ik op kantoor bij het bouwbedrijf waar mijn vader werkt als telefoniste, koffiejuffrouw, archivaris, kortom als manusje-van-alles. Wat me daarvan vooral is bijgebleven: dat er elke dag wel iemand jarig was. Altijd was er reden voor gebak of ijs en dat liet ik niet aan me voorbijgaan. Thuis aan tafel hoor ik van mijn vader dagelijks verhalen over aanbestedingen en opleveringen. Ook de Cobouw blijft niet ongenoemd. Na de middelbare school eind jaren zeventig kies ik echter niet voor de bouw. Werken op kantoor is, had mijn ervaring geleerd, erg saai. Bovendien wil ik, net als zoveel andere meisjes, iets doen met mijn maatschappelijke betrokkenheid: ‘iets met mensen’. Het wordt de studie sociologie. Leren hoe de samenleving in elkaar zit.

Jaren later help ik vriendinnen met een verbouwing in een kraakpand.

Het leukste onderdeel vind ik slopen. Een goede tweede is met een pistool gipsplaten nieten. Van het gipsplaten sjouwen krijg ik spierballen en opeens lukt het me bij de volleybaltraining me op te drukken! Die activiteiten zijn een korte, krachtige aanraking met de praktijk. Handen uit de mouwen. Samen iets opbouwen. Eer van je werk. Leuk! Maar ik ben niet echt een mens met twee rechterhanden. Mijn vaardigheden liggen meer op organisatorisch vlak. En zo kom ik na vele omzwervingen alsnog in de bouw, op een organisatorische plek. Zo vader, zo dochter. En dat geldt voor veel meisjes die voor de bouw kiezen: het is hen met de paplepel ingegoten. En wat je kent, dat kies je eerder. Alhoewel, ik hoor ook van vaders in de bouw die hun kinderen juist afraden om voor de bouw te kiezen. Zoals een vrouw die me ooit vertelde dat ze na de middelbare school graag naar de HTS wilde, maar haar vader (een aannemer) zei: “Doe dat nou niet, je verdient er zo slecht”. Het bloed kroop echter waar het niet gaan kon: ze kwam in de makelaardij terecht, de bouw bleef trekken en op latere leeftijd heeft ze alsnog, in acht maanden tijd, haar MTS-diploma bouwkunde gehaald.

In mijn functie kom ik regelmatig op jaardagen en congressen, Over

het algemeen zijn die bevolkt door mannen. Zij zijn in het voordeel: mij weten zij altijd te herkennen, andersom is dat niet altijd het geval. Keer op keer gebeurt het mij: ik ontmoet een man die is te omschrijven als klein, kalend en met een rond hoofd, gestoken in een grijs pak. Ik denk: “Ik ken die man, maar wie is hij nou ook alweer?”. Ik gok en heb het opnieuw mis. Ach, met een grapje red ik me er elke keer wel weer uit. Maar wat zou het handig zijn als de mannen zich wat meer zouden onderscheiden. Wat te denken van pakken in andere kleuren dan grijs, zwart of blauw? Of doe eens gek en verf het haar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels