nieuws

Aanbrengen van knus balkonnetje heeft ingrijpend effect

bouwbreed

Wij Nederlanders willen alles tot drie cijfers achter de komma regelen. Dat leidt niet alleen tot een complete papierwinkel, maar ook tot vertraging in de projecten, die we willen realiseren. Zo kan er bijna niets gebouwd worden zonder een bouwvergunning. Zelfs als een hogere autoriteit een gebouw nodig heeft moet hij aan zijn lagere broeder (de gemeente) vragen of dat mag.

Wel bestaan er tegen zo’n beslissing beroeps- en bezwaarprocedures voor het geval het antwoord “nee” luidt, maar die kunnen jarenlang duren. De bouw is dan niet alleen inmiddels duurder geworden dan begroot was, ook de behoefte om er op korte termijn over te kunnen beschikken komt dan vaak danig in het gedrang. Geen wonder dus dat de regering al jaren geleden het als een van de speerpunten van haar beleid ziet de wetgeving te dereguleren. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Eerst gaan we toch weer alles wat mag en niet mag uitputtend in regelingen opnemen. Kijk maar eens naar het Besluit meldingplichtige bouwwerken van 1992. In de afgelopen jaren is wel gebleken dat die niet echt deregulerend heeft gewerkt en dat bovendien de daarin opgenomen limitatieve opsomming het gevaar met zich brengt dat men iets over het hoofd gezien heeft. Ook de Internationale Voetbal Federatie hanteert in zijn spelregels heel gedetailleerde regels. De voetbalregel, die in de praktijk tot de grootste problemen heeft geleid is de buitenspel-regel. Een wetenschapper heeft aangetoond, dat het vooral het hoekverschil waaronder de vlaggenist ten opzichte van aanvaller en verdediger staat, bepalend is voor de vraag of zijn ogen hem al dan niet bedriegen. En dan is er nog een joker geweest die nog niet zo lang geleden een verfijning bedacht voor die regel. Gelijk staan met een verdediger levert geen buitenspel meer op voor de aanvaller. Alsof dat iets veranderde in de situatie.

Balkonnetje

Maar terug naar ons bouwrecht. Behalve meldingplichtige bouwwerken kent onze Woningwet ook bouwvergunningvrije werken, die wel gemeld moeten worden aan de gemeente. Afgezien van enige idiote bepalingen worden daarin ook, wat vage, algemene normen aangelegd. Een daarvan is het aanbrengen van veranderingen aan een bouwwerk van niet-ingrijpende aard. Wat daar allemaal wel of niet onder valt mag de rechter dan weer uitmaken. Die is in ons land zo langzamerhand tot subsidaire wetgever geworden. De vraag of het nieuwste van het nieuwste, de “Tea for Two- balkons” werken van ingrijpende aard zijn, lijkt in ieder geval nog duidelijk op een constructieve norm te wijzen. Maar nee hoor, de rechter vindt dat ook welstands-aspecten daarbij betrokken moeten worden. Ik kan mij niet helemaal aan de indruk onttrekken dat hij daarmee meer zijn zorg over de aantasting van ons stedelijk schoon heeft laten meespreken dan dat hij een uitleg heeft gegeven aan de bewoordingen van de wet en de bedoeling die de wetgever daarmee had. De zaak speelde in Amsterdam en dan nog wel aan een van haar mooiste grachten, de Prinsengracht. De eigenaar van het pand op nummer 917-b meldde aan b & w dat hij een “Tea for Two” balkon zou gaan aanbrengen aan zijn voorgevel. Hij vroeg daarvoor geen bouwvergunning aan omdat het om een verandering van niet- ingrijpende aard ging, die bovendien geen uitbreiding van het bebouwde oppervlak inhield. Dat laatste is een van de voorwaarden voor het niet- vergunningplichtig zijn. Maar het Amsterdamse college schreef hem terug, dat het hier een gevelwijziging betrof en dat zij daarvoor geen toestemming gaf. Toen de Prinsengracht-bewoner daar bezwaar tegen maakte werd dat afgewezen en ook zijn beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Dus wendde de man de laatste mogelijkheid aan om toch zijn balkon te kunnen aanbrengen. We zaten al drie jaren verder in de twintigste eeuw, maar de Raad van State was nog de vlugste in deze hele procedure. Binnen een half jaar gaf die de eindbeslissing. En dat was in feite een heel simpele: de wettelijke term “van niet-ingrijpende aard” moet niet alleen in bouwkundige zin worden opgevat, maar ook in stedenbouwkundige zin. De welstandscommissie had over dit balkonnetje negatieve adviezen uitgebracht en die waren voor het stadscollege de enige reden geweest om te vinden dat het hier een verandering van ingrijpende aard betrof. Nee, had de rechter gezegd, niet die reden maar het feit dat hierdoor wel een uitbreiding van het bebouwde oppervlak zou plaatsvinden had tot de afwijzing van het balkonnetje moeten leiden.

Historisch

Maar volgens de Raad van State was dat niet de juiste motivering. De bescherming van het Amsterdamse stadsgezicht speelde daarvoor de belangrijkste rol. Daarvoor was dan een wel zeer ruime interpretatie nodig van wat een werk van ingrijpende aard is. De termen van het betreffende artikel 43 in de Woningwet wijzen duidelijk in de richting van een bouwkundige uitleg: “geen betrekking hebben op de draagconstructie” en “geen uitbreiding van het bebouwde oppervlak”. Alleen de “handhaving van het niet-wederrechtelijke gebruik” is geen bouwkundige voorwaarde in dat artikel, maar het geeft geen enkel houvast voor de opvatting van de bestuursrechter van de Raad van State. Hij is overigens wel eerlijk in zijn motivering. Het aanbrengen van het balkon zal een zodanig effect op de omgeving hebben, dat sprake zal zijn van een verandering van ingrijpende aard. Daarvoor moesten ze dat begrip wel, zoals gezegd, flink oprekken en ook nog vinden dat b & w de adviezen van de welstandscommissie voor hun oordeel niet een doorslaggevende rol hadden toegekend. Nee, ze mochten zelf vinden, dat het aanbrengen van een balkon aan een historisch pand in zo’n historische omgeving geen verandering van niet-ingrijpende aard zou zijn. Alsof dat niet dezelfde constatering was die de welstandscommissie tot haar negatieve oordeel had gebracht. Staatssecretaris Remkes schijnt overigens dit soort balkons op zijn lijstje van vergunningvrije werken te hebben staan. Als hij ter bescherming van onze historische stadsgezichten dan maar als voorwaarde voor dat vergunningvrij zijn, opneemt dat zij aan redelijke welstandseisen moeten voldoen, want anders moet de rechter weer op de stoel van de wetgever gaan zitten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels