nieuws

VNG: voorkeursrecht moet wel aangepast

bouwbreed

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) betreurt het dat minister Pronk afziet van aanpassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten (WVG). Volgens senior-adviseur ruimtelijke ordening Van Rijckevorsel van de VNG blijft de wet op een aantal punten rammelen.

Minister Pronk (VROM) had een wijzigingsvoorstel naar de Raad van State gestuurd. Aanleiding vormden constructies tussen projectontwikkelaars en grondeigenaren, bedoeld om de WVG te ontduiken. Deze wet schrijft voor dat grondeigenaren hun bezit eerst aan de gemeente moeten aanbieden, alvorens ze het aan derden kunnen verkopen. Als sprake is van plannen voor een nieuwbouwwijk mogen grondeigenaren wel zelf bouwplannen realiseren op hun perceel, als ze voldoen aan het bestemmingsplan. In een aantal gemeenten, waaronder Utrecht (Zaak Oostveen), sloten projectontwikkelaars deals met grondeigenaren. De suggestie werd gewekt dat de eigenaren zelf zouden bouwen. Rechtszaken waren het gevolg. Aanvankelijk reageerden rechters verschillend. Maar inmiddels liggen er vijf arresten van vier gerechtshoven waarin de constructies worden afgewezen. Om die reden acht Pronk een wijziging van de wet niet meer nodig. Ook Van Rijckevorsel is blij met de ontwikkeling van de jurisprudentie. Hij gaat er van uit dat de Hoge Raad de uitspraken bevestigt. Hij zou het echter een goede zaak vinden als in de wet duidelijk wordt aangegeven dat alle constructies, bedoeld om de wet te omzeilen, voor vernietiging in aanmerking komen.

Foefjes

Het risico is volgens hem aanwezig dat steeds nieuwe juridische foefjes worden bedacht. Als gevolg daarvan moeten gemeenten telkens opnieuw procederen. Wethouder Rijckenberg van Utrecht heeft hiervoor gewaarschuwd. Ondanks dat Utrecht in hoger beroep de zaak Oostveen won, is zij voorstander van wijziging van de WVG. Van Rijckevorsel vindt verder dat de wet niet duidelijk is in de termijnen die gelden voor het aanbieden van de grond en het nemen van beslissingen daarover. “Het is nu voldoende als een eigenaar terloops opmerkt dat hij van plan is zijn bezit te verkopen. De gemeente moet dan binnen acht dagen reageren. Dat leidt soms tot onduidelijke situaties. Daarom zou de eigenaar moeten worden verplicht schriftelijk te verzoeken of hij de grond mag verkopen. Verder vindt de VNG het bezwaarlijk dat gemeenten telkens het voorkeursrecht moeten herbevestigen als een plan in een nieuw stadium komt. “Dat leidt tot veel onnodige, administratieve rompslomp”, zegt Van Rijckevorsel. Hij vindt voorts dat duidelijk moet worden gemaakt dat behalve uitbreidingsgemeenten ook andere gemeenten gebruik kunnen maken van de WVG als het gaat om stads- en dorpsvernieuwing.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels