nieuws

Milieuaansprakelijkheid blijft riskant

bouwbreed

De wijze waarop de Europese Unie (EU) de milieuaansprakelijkheid wil regelen, kent nogal wat haken en ogen. Daarvan is ‘de prijs van een dode vogel’ er maar één. De financiële risico’s voor kleine en middelgrote bedrijven kunnen in de toekomst groot zijn.

Als het aan de Europese Commissie (EC) ligt komt er een kaderrichtlijn voor de gehele unie over aansprakelijkheid voor milieuschade. Daarin staat het principe ‘de vervuiler betaalt’ centraal. Bovendien zullen niet gevaarlijke activiteiten die wel schade aan de biodiversiteit aanrichten, onder schuldaansprakelijkheid vallen. Dit is een lichtere vorm van aansprakelijkheid dan risicoaansprakelijkheid, waarbij de schade beslissend is ongeacht de schuld van de veroorzaker. De bouw zal dus vooral te maken krijgen met schuldaansprakelijkheid bij schade aan biodiversiteit. Die geldt dan specifiek voor de zogenoemde Natura-2000 netwerken. Dit zijn gebieden die nu al beschermd zijn via de Habitat-richtlijn en de Vogelrichtlijn. Nu al geldt voor de lidstaten van de EU de verplichting aanzienlijke schade die wordt toegebracht aan die beschermde gebieden te herstellen. Om het principe ‘de vervuiler betaalt’ verder gestalte te geven, wordt voorgesteld niet meer de belastingbetaler daarvoor te laten opdraaien, maar de veroorzaker van de schade.

Knelpunt

Daar zit hem voor de bouw meteen een knelpunt. Want wie is de veroorzaker? De gemeente die goedvindt dat in beschermde gebieden wordt gebouwd? De ontwerper of de uitvoerende bouw? Antwoorden op die vragen zijn van belang omdat volgens de voorstellen een klager slechts één partij hoeft aan te spreken. Als die partij kan aantonen niet de hele schade te hebben veroorzaakt, wordt de aansprakelijkheid beperkt tot dat gedeelte dat die partij wel heeft veroorzaakt. De financiële risico’s voor bedrijven die zich met gevaarlijke en potentieel gevaarlijke activiteiten bezighouden, kunnen in verband met de risicoaansprakelijkheid groot zijn. Dat geldt voor de traditionele schades aan personen en goederen en voor verontreinigde locaties. Maar ook ten aanzien van schade aan biodiversiteit geldt voor deze bedrijven de risicoaan6geld kwantificeerbaar. Alleen daardoor al is het voor verzekeringsmaatschappijen vrijwel onmogelijk een premie te berekenen. De EC is hier voorlopig ook nog niet uit. Daarom ook is voorgesteld de milieuaansprakelijkheid nieuwe stijl stapsgewijs in te voeren. Dat geeft de financiële wereld de tijd te bekijken of de risico’s van het stelsel berekenbaar en beheersbaar te maken zijn.

Commentaar

Het EG-Beraad voor de Bouw (EGBB) bereidt momenteel een commentaar voor namens de overheid en de bouw. “Wij zijn druk over bezig te overleggen. Ook wij zien risico’s die voor bouwbedrijven moeilijk te verzekeren zullen zijn”, zegt directeur EGBB ir. P. Meinders. “Bovendien vragen we ons af of een kaderrichtlijn wel de goede weg is. Daar praten we nog over.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels