nieuws

‘Ik ben de Johan Cruijff van de bouw’

bouwbreed

Hij weet het niet voor honderd procent zeker maar Martinus van den Berg verwacht toch dat hij met zijn tachtig jaar de oudste bouwvakker van Nederland is. Van stoppen met werken wil hij niets weten. Dagelijks is hij om kwart voor zeven op de bouwplaats in Landgraaf te vinden. “Ik ben een fenomeen. Ik zie mij ook als de Johan Cruijff van de bouw. Johan zal ook nooit stoppen met voetbal.”

Een gesprek voeren met Martinus van den Berg, of Matje zoals hij door zijn collega’s van Aannemingsbedrijf Jongen uit Landgraaf wordt genoemd, komt in de praktijk eigenlijk alleen maar neer op luisteren. De in 1920 in Utrecht geboren Van den Berg is een spraakwaterval. Vorige week vierde hij op de bouwplaats zijn tachtigste verjaardag. “Een feest was het”, zegt de bouwvakker terwijl hij zijn tweede shaggie draait. Hij geniet nog steeds van alle publiciteit die zijn verjaardag op gang heeft gebracht. Menig interview heeft hij al gegeven maar hij blijft het leuk vinden. “Het is in deze tijd natuurlijk ook wel bijzonder dat ik nog werk, maar aan de andere kant was dat vroeger heel normaal.” Om daar fijntjes aan toe te voegen: “Dat vindt het Sociaal Fonds Bouwnijverheid blijkbaar ook want van die instantie heb ik helemaal niets gehoord.” Hij heeft, zoals hij het zelf zegt, het bouwen in zijn bloed. “Mijn hele familie zat vroeger in de bouw. Dat ging van vader op zoon.” Na het vak op de ambachtsschool te hebben geleerd vertrok Van den Berg na de oorlog op 28 jarige leeftijd naar de Limburgse mijnen. “Daar was veel werk. Met de Limburgse kolen hebben we de Nederlandse economie weer op gang gebracht.”

Emma

Twintig jaar werkte hij onder de grond. Toen de mijn Emma in Heerlen z’n poorten sloot, kon hij in feite met pensioen. Maar daar voelde hij niets voor. Net gescheiden van zijn vrouw moest hij er niet aan denken om thuis achter de geraniums te gaan zitten. “Ik kan niet anders dan werken. Het contact met collega’s, ’s avonds moe thuiskomen. Ik wilde het toen en wil het nu nog steeds niet missen.” Na een paar jaar bij een renovatiebedrijf te hebben gewerkt trad hij in 1990 in dienst bij zijn huidige werkgever in Landgraaf. Hij liep toen tegen de zeventig jaar. Zijn chef, uitvoerder C. Dijkman: “Waarom niet. Als iemand gemotiveerd is speelt leeftijd geen rol.” En dat vindt Matje ook: “Als je nog gezond en vitaal bent is er geen streep.” Dijkman werkt inmiddels al jaren met Matje en met veel plezier. “Hij krijgt vaak van de jongens meer gedaan dan ik. Hij geeft ze raad, stimuleert ze en wijst ze ,als dat nodig is, op fouten. Tijdens de schaft voert hij meestal het hoogste woord.” De belangrijkste taak van Van den Berg ligt nu bij het schoonhouden van de bouwplaats. “Ik sorteer alle materialen en zorg er voor dat de boel netjes blijft.” Als we vragen waar hij op zijn tachtigste de energie vandaan haalt veert hij op. “Dat is de liefde voor het vak. Ik hou van de bouw. Dan kost het je geen moeite om door te blijven gaan.” Als we daartegenover stellen dat er wellicht meer is in het leven dan alleen werken, reageert hij bijna nurks met: “Wat dan? Als ik een dag niet naar mijn werk ben geweest dan voel ik mij leeg. Ik ben misschien ook wel bang voor het zwarte gat…Maar”, voegt hij daar direct aan toe, “wie is dat niet.”

Mentaliteit

Wel geeft hij toe dat de tijden ten opzichte van vroeger flink zijn veranderd. “Vroeger was er op het werk meer samenhang. In de mijnbouw onder de grond was je sterk op elkaar aangewezen. Je leefde met elkaar en deelde lief en leed. Op tijd werd ook niet gekeken. Er was niemand die vroeg hoe laat het was. Dat is niet meer. We hebben het hier leuk met elkaar, maar het is toch anders. De meeste komen net op tijd of te laat op het werk, en als om kwart over vier de fluit gaat zijn ze direct verdwenen. Een andere mentaliteit. Ze missen die echte liefde.” Als Van de Berg aan het einde van de werkdag naar huis gaat kijkt hij graag even hoe de bouw die dag gevorderd is. “Want dat is de kern van dit schitterende vak. Je begint op een kale vlakte en dan staat er ineens een flat.” Maar eenmaal thuis laat zijn werk hem nog immer niet los.

“Ik vraag mij echt iedere avond af of ik wel genoeg heb gedaan en of de uitvoerder tevreden over mij is. Vind je dat gek? Dan maar gek.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels