nieuws

Holle opzetter hoeft niet gesneld

bouwbreed

Niet alleen complete betonnen heipalen, maar ook opzetters voor houten heipalen kunnen hol worden uitgevoerd. Dat bedacht funderingsspecialist P. Peters uit Hilversum. Zijn idee bespaart veel materiaal en aansnuiten en koppensnellen zijn niet meer nodig.

octrooi

nummer: 1007478 uitvinder: P.C. Peters licentiehouder: Unibeton BV, Zeewolde

Om ze tegen rot te beschermen, krijgen houten heipalen vaak een bovenkant van beton. Daardoor kan de eigenlijke paal tot onder het grondwaterniveau worden geslagen, waar schadelijke schimmels er geen vat op hebben. De betonnen opzetter vormt tegelijk een mooi aangrijpingspunt voor de draagconstructie van het bouwwerk, maar dan moet de kop wel eerst worden gesneld. Terwijl een houten paal van rond 23 centimeter een last van tien ton kan dragen, kunnen de gangbare opzetters moeiteloos het vijfvoudige aan. Nergens voor nodig en zonde van het materiaal vond P. Peters, die besloot te experimenteren met een holle opzetter.

Appelboor

Hij bedacht bovendien een andere verbinding tussen de heipaal en de opzetter, zodat de paalkop voordat die onder de grond verdwijnt niet meer met een kettingzaag hoeft te worden bewerkt. Dat zogenaamde aansnuiten is nodig om te zorgen dat de opzetter er goed op past. In plaats van een bredere opzetter die over de paal valt, is Peters’ oplanger uitgerust met een ingestorte stalen buis, die aan de onderkant uitsteekt. Die buis werkt zich onder druk van het heiblok als een soort appelboor in de paalkop. Daarna kan er doorgeslagen worden. Zonder dat de heimuts hoeft te worden verwisseld, want paal en oplanger hebben dezelfde diameter. Ook dat scheelt weer een handeling. Het is volgens Peters ook mogelijk de ‘appelboor’ in een volgende opzetter te steken. Door dat een aantal maal te herhalen, ontstaat een soort holle gesegmenteerde heipaal. Als die een eindje onder de bovenkant met een prop wordt afgesloten, kan er wapeningsstaal in worden gestoken worden, dat de verbinding vormt met de funderingsbalken. Het tijdrovende, kostbare en verkwistende koppensnellen is dus niet nodig. De vondst is volgens Peters een uitkomst voor iedereen die lichte constructies bouwt die met houten palen kunnen worden gefundeerd. Maar speciaal kassenbouwers zijn goed uit met zijn opzetter, omdat zij de stijlen van hun constructies eenvoudig in de opzetter plaatsen en vervolgens aanstorten met beton. De holle opzetter is een uitvloeisel van een ander idee waar Peters momenteel druk doende mee is: de holle heipaal. Daarvoor heeft hij in Zeewolde een complete fabriek neergezet, waarover Cobouw vorige week berichtte. De palen worden niet in een bekisting gestort, maar door een vormmachine uitgepoept. Ook de holle paal is door een octrooi beschermd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels