nieuws

Het begon met een droom

bouwbreed

De Rotterdamse Kuip vormt zondag het feestelijke decor voor de finale van Euro2000. “Het is zonder enige twijfel het mooiste voetbalstadion van Nederland”, beargumenteerden de organisatoren destijds hun keuze voor de Kuip boven de Amsterdamse Arena. De Kuip: een stadion dat in een droom van toenmalig Feyenoord-voorzitter Leo van Zandvliet ontstond. Aan de vooravond van een van de grootste gebeurtenissen in de Kuip blikt Cobouw terug naar het allereerste begin.

Feyenoord kampte in de eerste helft van de jaren dertig met grote huisvestingsproblemen. De trotse voetbalclub werd mede door de goede resultaten in de competitie steeds populairder. De accommodatie aan de Kromme Zandweg in Rotterdam kon de toestroom van supporters nauwelijks aan. Feyenoords bestuur van toen, dat onder leiding stond van L. Van Zandvliet, wilde een nieuw stadion realiseren in Rotterdam-Zuid. Ook de gemeente voelde wel iets voor deze plannen. Immers: Rotterdam-Zuid werd in die tijd vooral bevolkt door Brabanders en Zeeuwen die de werkeloosheid van het platteland waren ontvlucht. De Maas vormde een flinke barrière tussen ‘de stad’ en Zuid. “Het stadion zou het met weinig moois verwende stadsdeel Zuid prestige kunnen verschaffen”, zo meende het gemeentebestuur. Maar de voetbalclub wilde niet een simpel onderkomen bouwen. Van Zandvliet verlangde per se een stadion voor 60.000 toeschouwers, zodat hij zich ook kon richten op internationaal voetbal. Tot dat moment werden interlands hoofdzakelijk in het Amsterdamse Olympisch Stadion afgewerkt. Met een dergelijke capaciteit moest, zo was Van Zandvliets visie, de KNVB Oranje ook in Rotterdam laten spelen. De vraag was echter: hoe bouw je een dergelijk groot stadion waar vanaf elke zijde het voetbalspel is te volgen? Op een nacht zag Van Zandvliet het licht. Hij droomde over een dubbeldekstribune zonder kolommen. Na het ontwaken belde hij zijn medebestuursleden die hij maar met moeite wist te overtuigen. Dezelfde zomer nog reisde Van Zandvliet heel Europa af op zoek naar een geschikt stadion. In de Londense wijk Highburg stuitte de delegatie op het stadion van voetbalclub Arsenal: “Een robuust, fraai gelijnd bouwwerk met een uitkragende overkapping die op de meeste plaatsen beschutting bood tegen regen en wind”, zo werd het omschreven.

Architect

De Rotterdamse architect L.C. van der Vlugt werd er door het Feyenoord-bestuur bijgehaald. Van der Vlugt had furore gemaakt als ontwerper van de Van Nelle Fabrieken. Hij toog aan het werk. Behalve de dubbeldeksconstructie van de hoofdtribune heeft Van der Vlugt overigens niets van het Londense stadion overgenomen. Eén ding hebben de voetbaltempels wel met elkaar gemeen: dat is dat ze er beide nog immer goed bij staan. Als bouwer voor de Kuip werd J.P. van Eesteren aangetrokken. Het bedrijf had in 1935 het vertrouwen van het Feyenoord- bestuur gewonnen door in zes dagen tijd een staantribune voor 10.000 mensen te realiseren. Deze tribune bouwde de aannemer op het oude complex aan de Kromme Zandweg. De wijze waarop deze opdracht tot stand kwam is legendarisch. “Kan je het maken Van Eesteren, en kan het hele geval in zes dagen klaar zijn?”, had Van Zandvliet gevraagd. Waarna hij na het luister-eens-even-hier van Van Eesteren eraan had toegevoegd: “Niks luisteren, je maakt die tribune. Je begint maandag en je zorgt dat-ie zaterdag klaar is”, kreeg hij te horen. En zo gebeurde het ook. Van Eesteren bouwde de staantribune met zestig timmerlieden in zes dagen. De bouw van de Kuip verliep daarentegen niet al te soepeltjes.

Het stadion zou zo’n 1,2 miljoen gulden gaan kosten. Slechts een vijfde van de prijs die voor het Olympisch Stadion in de jaren twintig was neergeteld. Gevolg was dat moest worden gewerkt met een uitgeklede begroting. Van Eesteren betaalde zijn arbeiders nauwelijks meer dan een werkloosheidsuitkering. Zelf kreeg het bedrijf overigens ook nauwelijks betaald. De bouwer zag trouwens maar een deel van zijn geld, omdat hij genoegen moest nemen met uitbetaling in aandelen. Van Beuningen, voorzitter van de raad van commissarissen en grote geldschieter van de club, redde in die tijd de aannemer zelfs nog van de ondergang. Hij deed dit door het stadion 100.000 gulden te lenen. “Omdat de firma Van Eesteren de kasmiddelen nodig heeft om aan haar verplichting tegenover leveranciers te kunnen voldoen”, zo verklaarde Van Beuningen.

Wapengekletter

Maar ook op bestuurlijk niveau klonk het nodige wapengekletter. Rotterdam was weliswaar bezig met een bereikbaarheidsplan voor Rotterdam-Zuid, maar in de praktijk kwam daar maar weinig van terecht. Ook hiervoor speelden de aanhoudende crisis en een chronisch geldgebrek bij de gemeente een grote rol. Rotterdam kwam zijn contractuele toezegging het stadion te ontsluiten pas na toen Van Beuningen met de vuist op tafel had geslagen. Bij die gelegenheid dreigde hij het stadion zelfs leeg te laten staan: “Het zal ongebruikt blijven staan totdat het verroest ineen valt.” Maar Van Beuningen, rijk geworden met zijn bedrijf ‘Steelden handelsvereniging’, moest voor de ontsluiting van het stadion toch met geld schuiven. Hij leende de gemeente uiteindelijk 600.000 gulden voor de aanleg van de toegangswegen. Voor het hele project, met inbegrip van de 22 buitentrappen, werden 750 bouwtekeningen gemaakt. De tekenaars lagen niet meer dan enkele weken op de uitvoering voor. Terwijl het beton voor de tribune aan de ene zijde al gestort werd, hadden nog lang niet alle bouwtekeningen voor de tribune aan de andere zijde de tekentafel verlaten.

Eerste paal

Feyenoord-aanvoerder en captain van het Nederlands Elftal, Puck van Heel, sloeg in 1936 de eerste paal voor de Kuip. Een jaar later opende het stadion op 27 maart 1937 met de wedstrijd Feyenoord-Beerschot. Op de opening ontbrak architect Van der Vlugt. Hij was een jaar daarvoor overleden. De oorlogsjaren waren ook voor Feyenoords trots zwarte tijden. Het had weliswaar het Duitse bombardement doorstaan maar daarmee was feitelijk alles gezegd. Het heeft er in de jaren flink om gespannen. Door het speelverbod in 1943 liepen de exploitatieverliezen flink op, omdat de voornaamste inkomstenbron moest worden gemist. Rekeningen konden op een gegeven moment niet meer worden betaald. Er is toen zelfs een offerte aangevraagd voor de sloop van het stadion. Frank Rijsdijk’s Industrieele Onderneemingen NV, taxeerde de sloopwaarde van het stadion op een kwart miljoen gulden: “Deze taxatie is geschied zonder dat wij rekening hebben gehouden met het afvoeren van het vrijkomende puin, terwijl wij in aanmerking hebben genomen dat ons generlei beperkingen zullen worden opgelegd wat betreft den duur van het sloopen van het stadion. We kunnen u echter wel zeggen, dat bij eventuele verkoop en gunning aan ons, het opruimwerk met den meeste spoed zal geschieden en gezien onze sloopcapaciteiten zal, zeker geen enkele firma ons dit opruimingswerk kunnen verbeteren.” Het moet voor de Firma Rijsdijk’s een bittere teleurstelling zijn geweest dat de toenmalige raad van commissarissen de offerte terzijde legde. Niemand voelde voor sloop van het stadion en de vennootschap bleef bestaan. De Kuip was voor de ondergang behoed. Pas begin jaren vijftig was sprake van enige winst op de exploitatie. De commissarissen hebben elke gulden die het stadion heeft verdiend in het voetbalbedrijf en in het onderhoud van het stadion geïnvesteerd. “Dankzij dat huisvaderlijke beheer staat het stadion er nog en behoort het ook nog steeds tot de best onderhouden en veiligste stadions van Europa.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels