nieuws

‘Haal btw-verhoging uit loononderhandelingen’

bouwbreed

De verhoging van het hoge btw-tarief van 17,5 naar 19 procent mag geen rol spelen bij de loononderhandelingen. Deze stelling verkondigde N. Wellink, president van De Nederlandsche Bank tijdens de zomerparty van het NVOB.

Wellink, toch al fervent voorstander van voortgezette loonmatiging, onderbouwde zijn stelling door te wijzen op het gevaar voor extra inflatie. Die treedt op als gevolg van de lastenverlichting van zes miljard volgend jaar. De toch al dreigende oververhitting van de Nederlandse economie wordt door de extra bestedingsruimte versterkt. Extra loonstijgingen werken daarop nog eens verder door. Maar ook de aangekondigde btw-verhoging draagt bij aan de inflatie. “Voor volgend jaar wordt een inflatie voorzien van 3,5 procent. Dit is voor iets meer dan een procentpunt een eenmalig effect dat hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de verhoging van het hoge btw-tarief per 1 januari 2001. Belangrijk is dat de sociale partners bij de loononderhandelingen door dit eenmalige effect heenkijken. Dat kan door zich te baseren op een inflatiecijfer dat is geschoond voor de invloed van overheidsbeleid”, hield Wellink zijn gehoor voor.

Huizenprijzen

De centrale bankpresident ging verder nog eens in op zijn zorgen over de explosieve stijging van de huizenprijzen. Sinds 1990 zijn die in Nederland met 100 procent gestegen. Europees gezien heeft alleen in Ierland een dergelijke stijging ook plaatsgevonden. “Maar elk nadeel hep zijn eigen voordeel”, citeerde hij Johan Cruijff. “De omvangrijke vermogenswinsten uit woningbezit hebben de economische groei in Nederland naar raming verhoogd met gemiddeld 0,4 procentpunt per jaar in de afgelopen vier jaar.” Wellink verbaasde zich erover dat ondanks de enorme economische groei de winsten van bedrijven daarbij achterblijven. In 1999 realiseerden de beursgenoteerde ondernemingen in Nederland een winstgroei van 13 procent. “De bouwsector doet het met een winstgroei van 1 procent slechter dan gemiddeld”, rekende hij voor. Een verklaring voor die achterblijvende winstontwikkeling zag Wellink in de hogere lonen als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Hij illustreerde dat aan de hand van het gegeven dat de cao-lonen in 1998 zo’n 3 procent zijn gestegen terwijl de werkelijke loonstijging 6 procent heeft bedragen. Een gedeelte van dat verschil valt te verklaren uit periodieken en promoties, maar het verschil neemt toe. Op zich noemde hij het geen ongunstige ontwikkeling dat de cao-loonstijgingen steeds meer het karakter krijgen van een uitgangspunt voor de totale loonstijging, in plaats van een plafond, mits het maar niet leidt tot structurele loonstijgingen. De totale loonstijging moet gematigd blijven.

Mee-ademen

Een hoger aandeel van flexibele beloningselementen is ook goed om te vermijden dat ondernemers vast zitten aan hoge loonkosten wanneer de economische ontwikkeling stagneert, Flexibele beloningselementen kunnen immers mee-ademen met de conjunctuur”, zo hield hij zijn gehoor voor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels