nieuws

Geen tuibrug of zij trilt

bouwbreed

Een orkaan doorstond zij vlekkeloos. Maar bij een zacht briesje dit voorjaar sloeg ze ineens vervaarlijk aan het trillen: de tuibrug in de oeverververbinding tussen Denemarken en Zweden. IJlings plaatste de aannemer alsnog de dempers waarop hij had beknibbeld. Inmiddels zijn de tuien, pylonen en het brugdek volgestouwd met elektronica om de brug continu te monitoren.

Twee dagen voor de opening loopt Konstantin Pedersen nog een laatste keer zijn instrumenten na. Kruipt onder het brugdek om de verplaatsingsmeters bij de opleggingen te inspecteren, slaat een blik op de hellingmeters op de pijlers, poetst het weerstation op de reling nog eens op. De vorsten van Zweden en Denemarken mogen er tijdens het doorknippen van het lint morgen immers geen aanstoot aan nemen. Lang voordat de Sontbrug onverwacht aan het trillen sloeg, kreeg Pedersens firma Gravquick al de opdracht de tuibrug uit te rusten met rek-, helling- versnellings- en verplaatsingsmeters. Die brug is immers verreweg de kwetsbaarste schakel in de verbinding. Met een vrije overspanning van 490 meter en een doorvaarthoogte van 55 meter is het weliswaar niet de grootste tuibrug in de wereld; het is wel de zwaarst belaste. Op het bovendek zijn vier rijbanen te vinden voor autoverkeer. In de staalconstructie daaronder lopen twee spoorbanen, waar zware goederentreinen en hogesnelheidstreinen in volle vaart overheen razen.

Alarm

Twintig kilometer verderop, in het centrum van Kopenhagen, buigt Klaus Falbe-Hansen, van Ove Arup & Partners, zich in zijn werkkamer over de schetsen van een nieuwe brug. De leider van het ontwerpteam van het ‘Oeresundskonsortiet’ lacht besmuikt wanneer hij wordt herinnerd aan het trillen van de Sontbrug. Hij heeft de laatste tijd vooral van doen gehad met de millenniumbrug in Londen, waarvoor zijn bureau eveneens het constructieve rekenwerk verzorgde.

Doodstil

Vergeleken met de ophef die ontstond toen die brug trilde, bleef het doodstil toen de Sontbrug in beweging kwam. Dat gebeurde immers ruim voor de opening, zodat het publiek er nauwelijks kennis van nam. Bouwvakkers op de brug zagen dat de tuien grote ellipsoïden beschreven en sloegen alarm. De installatie voor het monitoren was nog niet operationeel. Dempers waren wel in het definitie-ontwerp opgenomen, maar aangezien de aannemer verantwoordelijk was voor het detailontwerp nam hij de vrijheid om daarvan af te zien. Wel werd volgens Falbe-Hansen overeengekomen dat de opdrachtgever een ‘lumpsum’ van tien miljoen kronen zou reserveren, voor het geval toch maatregelen nodig bleken. Dat bedrag is inmiddels aangesproken. Onder de langste tuien zijn dempers geplaatst.

Windtunnel

Tuibruggen zodanig berekenen dat ze de zwaarste stormen kunnen weerstaan is volgens Falbe-Hansen het probleem niet. Maar de hele windschaal doorrekenen, inclusief alle variaties in richtingen en neerslag, is ondoenlijk. Daar zijn de computermodellen niet verfijnd genoeg voor. Het lukt ook niet in een windtunnel. De Sontbrug is wel in de windtunnel getest, maar vooral om te kijken of de 204 meter hoge pylonen in de bouwfase de windlast aankunnen. Ze worden dan immers niet op hun plek gehouden door de tuien. En een dwarsverbinding tussen de pylonen boven het brugdek was om architectonische redenen niet voorzien. In de windtunnel én in de praktijk deden zich geen problemen voor en bleek de constructie in dit opzicht stijf genoeg. Maar het blijft dus altijd spannend hoe een brug zich in de praktijk gedraagt, bezweert de leider van het ontwerpteam. Daarom is onder andere gekozen voor het monitoringsprogramma en zijn de tuien en het brugdek inmiddels volgestouwd met geavanceerde elektronica.

Vliegenpoep

In een kamertje in een van de pylonen laat Pedersen van Gravquick zien wat voor informatie de instrumenten opleveren. Elke minuut komen er van zestig sensoren honderd signalen door. De medewerkers in de controlekamer op de Zweedse oever worden in ieder geval niet belast met die ontzaglijke stroom data. Die krijgen alleen een alarmmelding wanneer de versnellingsmeters een bepaalde limiet overschrijden. Maar op de grijsgrauwe dagen voorafgaand aan de opening van de brug komen de meters niet verder dan eentiende daarvan. Pedersen verzekert dat de tuien ook bij zware stormen niet veel verder komen. Een inspectietochtje met een rammelende lift naar het weerstation en de hellingmeter bovenop de pyloon levert geen bijzonderheden op. Wel een formidabel uitzicht. “Wat er met alle informatie gebeurt is eigenlijk nog onduidelijk”, schreeuwt Pedersen tegen de wind in. Want de windmeters mogen dan een krappe vier Beaufort registreren, op het hoogste punt van de brug lijkt dat een heuse storm. “Een doortimmerd onderzoekprogramma is nog niet opgesteld”, vervolgt hij. “Maar dat komt nog wel. De bouwers hadden wel wat anders om zich druk over te maken. Op de totale aanneemsom betekende de prijs voor het monitoren slechts een vliegenpoepje.” En zo voelt de verslaggever zich ook, daar bovenop die licht wiebelende betonconstructie, ruim tweehonderd meter boven het grauwe water van de Sont. ‘Hele windschaal doorrekenen is ondoenlijk’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels