nieuws

Bouwstoffenbesluit

bouwbreed

Het artikel “Gemeenten ondermijnen Bouwstoffenbesluit” (Cobouw 21 juni) roept enkele vragen op. In het artikel stelt de heer Schut, secretaris van de BRBS, dat “bouwstoffen, en ook grond die onder het Bsb vallen, moeten zijn voorzien van een certificaat”.

Deze stelling gaat naar mijn mening in tegen wat er in het Bsb wordt bedoeld. In het Bsb wordt alleen gesproken van een (KOMO)-certificaat als een geldig bewijsmiddel, waarmee kan worden aangetoond dat de bouwstof voldoet. Het is niet zo dat alleen gecertificeerde bouwstoffen nog mogen worden toegepast. Mocht dit wel het geval zijn dan zou het Bsb in strijd zijn met de Europese wetgeving. Certificaten zijn slechts een van de mogelijke bewijsmiddelen om de kwaliteit van de bouwstof aan te kunnen tonen. Daarnaast mogen nog de partijkeuringen, en de fabrikanteigenverklaringen geaccepteerd worden. Verder wordt er gesteld: “Door de huidige situatie lijden de gecertificeerde bedrijven schade.” Ook dit is iets dat ik me niet voor kan stellen. Bedrijven die niet zijn gecertificeerd zullen toch aan het bevoegd gezag moeten kunnen aantonen dat het product dat zij leveren voldoet aan het Bsb; dit moet al gebeuren vanaf 1 januari 1999. Niet-gecertificeerde bedrijven zullen dit dan met analyseresultaten moeten kunnen aantonen. Deze “partijkeuringen” zijn vaak veel duurder omdat elke partij gekeurd dient te worden. Dus het is eerder een financieel nadeel dan een voordeel. Verder ben ik het wel eens met de algemene stelling dat er een groot gevaar is dat het Bsb een ‘dode letter’ wordt. Het zou mij dan ook niets verbazen als binnen vijf jaar de handhaving van het Bsb bij de gemeenten wordt weggehaald en ondergebracht bij de provincies.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels