nieuws

Actief grondbeleid provincie een noodzaak

bouwbreed

Het is momenteel voor provincies onmogelijk een slagvaardig beleid te voeren voor de buitengebieden. Pieter van Geel bepleit daarom aanpassing van het instrumentarium.

En meer durf: waarom zou de provincie niet zelf een grondbedrijf beginnen? De vernieuwing van het landelijk gebied staat hoog op de politieke agenda van de verschillende overheden. Veranderingen in de agrarische sector, druk op milieu en natuur en een toenemende verwevenheid van landelijk en stedelijk gebied leidt tot de wens om tot beleidsinterventies te komen. Begrippen die – in het onvermijdelijke bestuursjargon – daarbij horen zijn onder andere; gebiedsgericht werken, reconstructie, nieuwe economische dragers. Wie kan daar tegen zijn? Zoals zo vaak: niemand. Maar het echte venijn schuilt in de keuze van de in te zetten instrumenten. Natuurlijk staat de overheid het klassieke instrumentarium ter beschikking: regelgeving via de zogenaamde strategische plannen. Op provinciaal niveau kunnen het streekplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan genoemd worden. Op uitvoeringsniveau gaat het om de landinrichting, waarbij communicatie, regie en overleg de bekende bestuurlijke instrumenten blijven. Helaas moet geconstateerd worden dat deze instrumenten onvoldoende zijn om de gewenste doelen te bereiken. De strategische dossiers geven de randvoorwaarden aan voor het te voeren beleid maar zijn absoluut niet geschikt om direkt te sturen. Het duurt gemiddeld vijf tot tien jaar voor het beleid in een streekplan is verwerkt in bestemmingsplannen voor het buitengebied van gemeenten. Bovendien zijn al die plannen buitengewoon goed in het vertellen wat niet kan en heel zwak in het beantwoorden van vragen hoe iets gerealiseerd zou kunnen worden. ‘Strategisch’ is nu eenmaal iets anders dan ‘operationeel’.

Relevante speler

Het uitvoeringsinstrumentarium (zoals landinrichting) is beproefd maar de uitvoeringstermijnen zijn zo lang dat zonder ingrijpende aanpassing van het instrument geen heil te ver wachten is van landinrichting en andere vormen van gebiedsgericht beleid. Gelukkig is die aanpassing voorzien. Niet voor niets staat een Reconstructiewet op stapel waarmee een doorbraak bereikt zou moeten worden. Maar terwijl de overheid zeer strategisch denkt over de inrichting van het landelijk gebied heeft de werkelijkheid van alledag een ander gezicht. De overheid is nauwelijks nog een relevante speler in het buitengebied. Steeds meer stedelijke activiteiten verschuiven richting landelijk gebied. Burgers met een goedgevulde portefeuille kopen boerderijen op die soms een belangrijke rol zouden kunnen vervullen in de reconstructie van het buitengebied. Leegkomende stallen worden opgevuld met niet agrarische functies. De overheid staat erbij en kijkt ernaar: er zijn geen adequate instrumenten om actief mee te doen.

Ontwikkelingsmaatschappij

Instrumenten zijn nodig om zodanige interventies uit te voeren dat de doelstellingen van de overheden in het landelijk gebied worden ondersteund. Om adequaat te zijn moeten zij in ieder geval slagvaardig zijn. Dit impliceert ook dat zij risicodragend zijn en dat kan in de huidige omstandigheden nauwelijks of niet. Ter ondersteuning van het gewenste beleid op provinciaal niveau is een ontwikkelingsmaatschappij voor het landelijk gebied noodzakelijk. De juridische vormgeving is niet zo interessant wel de doelstelling en een schets van het takenpakket. Een bloemlezing van de mogelijke taken: ùverwerven en veiligstellen van locaties die voor de landbouw en het proces van reconstructie van belang zijn; ùhet aankopen en slopen van oude en het ontwikkelen van nieuwe glastuinbouwlocaties; ùhet ontwikkelen van rood voor groenprojecten, vooral om verrommelde situaties in het buitengebied op te lossen: de sloop van stallen in ruil voor woningen, het zoeken van nieuwe funkties voor leegkomende gebouwen van zorginstellingen.

Grondbedrijf

Een actieve rol van de provincies in het landelijk gebied zal ondersteund moeten worden door aanpassing van wet en regelgeving. Niet alleen op het gebied van het grondbeleid, met een voorkeursrecht ook voor provincies, maar ook op het gebied van de ruimtelijke ordening. Bij dat laatste moet gedacht worden aan instrumenten voor versnelde doorwerking van het ruimtelijk beleid ‘van boven naar beneden’ met projectprocedures. Het allerbelangrijkste is echter dat ook zonder aanpassing van de formele regels heel veel kan. Het is in de provinciewet absoluut niet verboden om een eigen grondbedrijf op te richten. Heel veel kan met de huidige instrumenten. Op dit moment lijkt het grootste probleem te zijn dat de overheid niet meer durft, het zelfvertrouwen kwijt is. Afrekenen op wat mis gaat is blijkbaar veel belangrijker dan beleid beoordelen op doelstellingen en ambitie. Stapels mamagementrapportages doorlezen en zorgvuldig analyseren welke risico’s er gelopen worden scoort. Nieuw beleid dus niet. Dat is jammer voor ons buitengebied. ‘Overheid speelt geen relevante rol in buitengebied’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels