nieuws

Twee dagen sjouwen op Parijse beurs Intermat 2000 Vijftig voetbalvelden glimmende bouw- en grondverzetmachines te kijk

bouwbreed

parijs – “Het is wel heel erg groot en buitengewoon interessant. Jammer alleen dat zo weinig van die machines echt draaien.” De Waddinxveense machinist Jan Burger (28) sjouwde twee dagen met Cobouw over Intermat 2000, de grote tweejaarlijkse bouwmaterieelshow in Parijs. “Maar nu eerst even de schoenen uit.”

“Die machines zijn natuurlijk allemaal even mooi en ze staan te glimmen. Banden ingevet, noem maar op. Maar waar het werkelijk om gaat, is of je met bijvoorbeeld de wiellader van het ene merk net zo nauwkeurig kan afwerken als met de andere. En dat kan je alleen ondervinden als je er zelf op gaat zitten.”

Jan Burger kijkt er nuchter tegenaan, al is ook hij zichtbaar onder de indruk van een reusachtige graafmachine van Liebherr, de grootste sloopmachine van Caterpillar en al die andere gigantische machines. Want voor veel van de fabrikanten is ‘big’ kennelijk ‘beautiful’.

Schudden

En aan hele kleine machientjes waagt hij zich niet. Bij een Franse vakbladuitgever staat een minigravertje, waarmee het publiek een stapel tijdschriften van de ene naar de andere standaard kan verplaatsen. Wie het lukt krijgt een prijsje.

Niks voor Jan: “Kijk, die stapeltjes staan net te ver weg, zodat de giek helemaal is uitgestrekt. Als je dan die hendeltjes beetpakt, gaat het machientje bij de minste beweging schudden en kan je dat lusje nooit goed vastpakken. Nee, mij niet gezien, dat kleine werk.”

Jan let bij het bekijken van al het uitgestalde moois in Parijs vooral op de cabines: “Ik weet wat het is: je zit de hele dag op zo’n machine en een goede werkhouding is heel belangrijk. Voor je het weet heb je last van je rug.”

Bij de jonge Waddinxvener, die al bijna tien jaar in het vak zit, is een beginnende hernia geconstateerd en aan stoel en werkhouding hecht hij veel belang: “We zijn nu bezig met een klus waarbij we damwanden trillen. Moet ik steeds naar voren leunen om omhoog te kunnen kijken. Maar als je een machine zou hebben met een doorzichtig dak, moet je ook weer opletten dat het echt glas is. Want kunststof is binnen de kortste keren beschadigd en verweerd en dan zie je nog niks.”

Bij het demonstratieterrein van Manitou heeft Jan Burger geluk: door de bemiddeling van Manitou’s Benelux-vertegenwoordiger Henny Noyons mag hij bij wijze van hoge uitzondering een zwenklader van het vernieuwde AS-type zelf proberen. Maar eerst krijgt hij uitgebreide instructie van de Duitse (de machines heetten per slot van rekening vroeger Ahlmann) demonstratiemachinist, die hem alle kneepjes laat zien.

Zelf proberen

Daarna mag hij een half uurtje bergjes grond van de ene plek naar de andere schuiven. In het begin gaat het voorzichtig en langzaam, maar allengs krijgt hij de smaak te pakken en gaat het vlotter.

Toch was het niet direct meegevallen: “Fantastisch natuurlijk, zo’n splinternieuwe machine”, zegt hij, “maar het is wel wennen aan de besturing. Ik denk dat je een dag nodig hebt om een beetje los te worden op zo’n apparaat. Maar ja, dat zal wel voor elke nieuwe machine gelden.”

Het echte werk

Zijn Duitse instructeur, die er duidelijk ook plezier in had, kan dat alleen maar beamen. In half Duits en half Engels waren de twee al snel ‘on speaking terms’, vakbroeders onder elkaar en bezig met het echte werk, even ver weg van al die handelaren.

Graaf-laadcombinaties

Verbazing ook bij de Waddinxveense machinist over de graaf-laadcombinaties, rijkelijk vertegenwoordigd, onder meer bij JCB, maar in Nederland een tamelijk schaars artikel: “Toch zie ik er wel wat in, vooral in de kabelleggerij. Je graaft een sleuf, draait de stoel om en gooit ‘m weer dicht. Je zou zeggen dat het voor specifiek werk heel effectief moet kunnen zijn.”

Tony Perry, volbloed Amerikaan, (“Gepensioneerd, maar ik kan het niet laten”) prijst de Tsjechische graaf-lader EarthForce aan, die sinds 1995 voornamelijk naar de Amerikaanse markt gaat. Het programma begint bij een kleine tweewielgestuurde en tweewielaangedreven 1,9-tonner tot een vierwielgestuurde en vierwielaangedreven 6-tonner, zes typen in totaal.

Componenten

Perry mikt voor de nabije toekomst op de Europese (verhuur)-markt, nu nog vooral Groot-Brittannie, Frankrijk en Spanje en sluit een gang naar de Nederlandse markt allerminst uit. Integendeel, want de Tsjechische fabriek met de naam Superstav, even buiten Praag gelegen, is opgezet door de Amerikaanse ex-marinepiloot Christian Nielsen met uitgebreide financiele steun van twee grote Nederlandse financieringsmaatschappijen: Parcom Ventures van de ING-Groep en FMO.

De machines zijn in de fabriek, waar inmiddels 225 mensen werken, in elkaar geschroefd met gerenommeerde componenten: dieselmotoren van Kubota, aandrijvingen van Carraro en hydrauliek van Rexroth. Tony Perry vertrouwt ons toe dat de machines wel 10 procent of meer goedkoper zijn dan vergelijkbare andere Europese machines. Overigens met uitzondering van de in Groot-Brittannie geproduceerde machines. Die zijn nog duurder. Want door de huidige pond- en eurokoersen prijzen de Britten zichzelf razendsnel uit de markt, constateert ook Perry handenwrijvend.

Oordeel

Praktijkman Jan Burger kruipt in de cabine en is heel mild in zijn oordeel: sober en waarschijnlijk effectief, stelt hij vast. En Tony Perry is er als de kippen bij om een eventueel Groot Misverstand uit de weg te ruimen: “Luister naar de verhalen die er over Skoda zijn verteld. Daar hebben wij ook last van. De Skoda is nu gewoon een goede Europese auto, maar nog steeds hoor je dat het van die goedkope plaatstalen rammelbakken zijn. Dat is al lang niet meer waar. En dat geldt ook voor tal van andere Tsjechische producten, ook voor onze EarthForce.”

Sceptici

“De sceptici zouden de machine zelf eens moeten proberen”, daagt de Amerikaan uit. Terecht, denkt de objectieve waarnemer dan. Maar waarom staan die machines _ net als de schankladers van het Amerikaanse merk Mustang of de graafmachines en hoogwerkers van het Italiaanse Hinowa _ wel te glimmen in een expositiehal in Parijs en draaien ze niet op het veel meer op de praktijk gerichte demonstratieterrein van de Technische Kontakt Dagen, volgende week in Wezep?

De Waddinxveense machinist Jan Burger luistert naar de uitleg van de Duitse instructeur.

‘Je hebt een dag nodig om een beetje los te worden op zo’n apparaat’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels