nieuws

‘Het wordt nooit meer zoals vroeger’ Enschedese wethouder volkshuisvesting probeert draad weer op te pakken

bouwbreed

enschede – De eerste uren na de ramp voelde hij zich deelnemer aan ‘Crisis’, het televisieprogramma van Felix Rottenberg, waarin prominente Nederlanders op een ramp moeten reageren die zich steeds verder uitbreidt. “Voor mijn gevoel was het allemaal niet echt.” D. Buursink, wethouder van Volkshuisvesting in Enschede, blikt voor het eerst terug op de vuurwerkramp die ‘zijn’ wijk trof. Maar hij kijkt ook vooruit. “We moeten toch verder.”

De hectiek, die dagenlang de sfeer in het stadhuis bepaalde, is verdwenen. Geen geren meer van journalisten in de gangen of samenscholingen van verontruste inwoners voor de balie van de receptionistes. Iedereen in het gemeentehuis van Enschede lijkt weer op adem te komen. “We proberen de draad stukje bij beetje weer op te pakken”, zegt Buursink in zijn ruime kamer op de tweede verdieping.

Hij oogt vermoeid. “Dat ben ik ook. Dat zijn we allemaal. We hebben in korte tijd zoveel beleefd, dat wens ik niemand in dit land toe.”

Zijn blik gaat naar de luchtfoto van de wijk Mekkelholt die voor hem op tafel ligt. De foto is nog van ver voor de ramp. Toen alleen nog vernieuwingsplannen de gemeleerde wijk bedreigden en het merendeel van de bewoners nog nooit van een vuurwerkopslagplaats, laat staan van S.E. Fireworks, had gehoord.

Allemaal weg

Buursink trekt met zijn wijsvinger denkbeeldige lijnen over de foto. Meer nog tegen zichzelf dan zijn bezoek zegt hij op bijna fluisterende toon wat er van de huizen op de foto over is. “Deze woningen naast Grolsch zijn allemaal weg. En die huizen daar zijn zo slecht dat ze zullen moeten worden gesloopt.”

Twee korte, maar wel allesvernietigende explosies hebben ruim vijfhonderd woningen verwoest. “Die zaterdag”, herinnert Buursink zich, “keek ik halverwege de avond bijna klinisch naar de televisiebeelden van de klap. Ik ken de wijk van haver tot gort. Wist waar het depot zich bevond en schatte toen nog in dat we ongeveer tweehonderd huizen kwijt waren.”

De wethouder was thuis in zijn appartement, tien hoog aan de boulevard in Enschede, toen hij wat hoorde knetteren. “Vanaf mijn balkon had ik een goed overzicht op de brand. Ik moet zeggen, het zag er met dat vuurwerk in eerste instantie wel gezellig uit.” Maar bij de eerste explosie had hij al direct door dat het goed fout zat. “Bij de tweede grote knal schoot het direct door mij heen: ‘dit is een gigantische ramp’.”

Buursink pakte zijn fiets en was als eerste op het stadhuis. “Het was gek, want overal rinkelden de telefoons en ik hoorde zelfs het antwoordapparaat afgaan met de mededeling ‘wij zijn gesloten’. ‘Moeten we afzetten’, flitste het nog door me heen, maar dat heb ik geloof ik niet gedaan.”

Burgemeester Mans zette direct na zijn komst het rampenplan in werking. Buursink: “Het was allemaal zo onwezenlijk. Buiten was er een chaos, dat wist je, maar we hadden daar geen beelden bij. Binnen waren we heel druk bezig alles te regelen zonder dat ook maar iemand in paniek raakte. Zelfs toen we bericht kregen dat bij Grolsch duizenden liters ammoniak dreigden vrij te komen, bleef iedereen rustig. Achteraf heb ik dat als zeer wonderlijk ervaren.”

Buursink regelde aan het begin van de avond al aannemers die zich klaar moesten houden om de getroffen wijken in te trekken. “Je bent feitelijk dan al met de toekomst bezig voor als het vuur onder controle is.”

Om een uur die nacht ging hij naar huis. Maar de slaap wilde niet komen. “De adrenaline in mijn lijf bleef maar stromen. Om vier uur ben ik weer naar het stadhuis terug gegaan, waar loco-burgemeester Helder dienst had. Ik ben hem toen wat gaan helpen.”

Zondagochtend vroeg zat hij al met de corporatiedirecteuren rond de tafel. “Onze eerste zorg was de slachtoffers onder dak brengen. Nog steeds ben ik er trots op dat we die dag honderd mensen vervangende woonruimte hebben kunnen aanbieden. Honderd mensen, in zo’n korte tijd, dat is echt een prestatie.”

Emotie

Kort na het middaguur ging Buursink naar huis. Na een hazenslaapje van twee uurtjes knapte er iets in hem toen hij de extra editie van de regionale krant Tubantia oppakte. Pas toen drong de ware omvang van de ramp tot hem door. “Toen ook kwamen de emoties echt los.”

Die zondagnacht was Buursink verantwoordelijk voor de rampenstaf. Een verantwoordelijkheid die zwaar op zijn schouders drukte. “Ik ben in mijn leven nooit voor verantwoordelijkheden weggelopen, maar toen had ik het er toch even heel moeilijk mee.” Drie vergaderingen van de rampenstaf, bestaande uit onder andere politie en brandweer, zat hij die nacht voor. “Je buigt je dan over de afzettingen, het verkeerscirculatieplan en ook de vermistenlijst, waar steeds meer namen opkwamen.”

Zijn nachtdienst eindigde met een interview voor Radio Nieuw-Zeeland. Dit optreden leverde de gemeente weer een aantal meldingen op van bezorgde geemigreerde Nederlanders die plotseling vrienden zeiden te missen. “Het kwam door dit soort telefoontjes dat de vermistenlijst zo vervuilde en zo lang werd.”

Voor de rest van de week stelde Buursink zichzelf drie taken: de slachtoffers onderdak brengen, zorgen voor permanente huisvesting met een goede financiele regeling en het maken van plannen voor de wederopbouw. De eerste twee taken zijn inmiddels afgerond. “Er is ook een redelijke financiele regeling. Iedereen heeft een bankrekening gekregen waarop, afhankelijk van de gezinssamenstelling, een bedrag is gestort om opnieuw te beginnen. Die bedragen varieren, maar voor een gezin met twee kinderen is dat ongeveer 45.000 gulden. Het kan altijd meer, maar de mensen zijn wel voor even gered.”

Herbouwplannnen

Buursink zegt toe te zijn aan zijn derde taak, het maken van herbouwplannen. Grenzend aan de wijk moet de Vinex-locatie Groot Roombeek verrijzen. Het stedenbouwkundig plan van Riek Bakker voor de 1100 nieuwbouwwoningen sluit naadloos aan op de bestaande bebouwing. Echter, delen daarvan zijn er nu niet meer. “Zowel de corporaties als ik willen dat er sociale huurwoningen terugkomen. Als het even kan op dezelfde plek. Het wordt natuurlijk nooit meer zoals vroeger, maar we zijn het aan de oorspronkelijke bewoners wel verplicht.”

Hij verwacht wel dat grote delen van het oorspronkelijke plan van Groot Roombeek overeind kunnen blijven. “Nog deze week gaan we daarover met de betrokkenen praten. Ook met Bouwfonds Woningbouw, die het plan ontwikkelt, en natuurlijk met Riek Bakker.”

Zelfbescherming

Op de vraag of hij zelf is wezen kijken in het getroffen gebied, volgt een moment van stilte. “Nee”, zegt hij dan, “ik ken elke straat en elk huis in die buurt. Het is mijn wijk. Het is uit zelfbescherming dat ik er nog niet ben geweest.”

Morgenmiddag komen minister Pronk en staatssecretaris Remkes naar Enschede. “Misschien ga ik dan mee. Misschien_”

‘Er moeten sociale huurwoningen terugkomen’

‘Ik ken daar elke straat

en elk huis’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels