nieuws

Enkeling verliest van ‘nationaal belang’

bouwbreed

Als die vermaledijde Betuweroute er dan toch moet komen zou ze eigenlijk helemaal onder de grond moeten komen. Nu wordt het milieu door een stukje tunnel in de Betuwe zelf nog een beetje gespaard, maar de grondeigenaren moeten allemaal wijken voor dit politieke stokpaardje. Desnoods door onteigening van hun grond.

Ook drie stukken grond van de heer Van Helden zijn nodig voor de aanleg van de Betuweroute. Daarom werd in november 1998 een Koninklijk Besluit geslagen. Dat kon via de versnelde procedure van de Onteigeningswet omdat NS Railinfrabeheer BV belang had bij een vervroegde uitspraak over de onteigening van Van Heldens percelen. Van Helden had daarvóór al een aantal bezwaren tegen de onteigening van zijn grond naar voren gebracht. Eén daarvan was dat de spoorweg ter hoogte van zijn percelen best onder de grond kon worden gelegd door eerst een tunnel te boren. Daarom ontkende hij dat de noodzaak, die voor elke onteigening moet worden aangetoond, ten aanzien van hem ontbrak. Dat had hij ook al naar voren gebracht in zijn bezwaarschrift tegen de Planologische Kern Beslissing (PKB). Daarin wordt door de ministerraad een plan voor bepaalde aspecten van het nationale ruimtelijk beleid vastgesteld. Maar voordat dit gebeurt ligt het voor iedereen ter inzage, zodat men zijn eventuele bezwaren ertegen kenbaar kan maken. Van Helden had van die mogelijkheid ook al gebruik gemaakt, maar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State deelde zijn opvatting niet.

Schadeloosstelling

Hij liet zich niet ontmoedigen en gebruikte elke mogelijkheid die hem geboden werd om bij de rechter zijn gelijk te halen. Voordat het tracé van de Betuweroute op 26 november 1996 kon worden vastgesteld, moest ook eerst weer op het beroepschrift van Van Helden een uitspraak komen van de Afdeling Bestuursrechtspraak. Maar ook dit beroep werd door die Afdeling van de Raad van State ongegrond verklaard. Het was inmiddels mei 1998 en het belemmerde een versnelde onteigening van de stukjes grond in Tiel. Van Helden was niet te vermurwen. Weer stuurde hij een bezwaarschrift in, maar de Kroon (dat is in feite de verantwoordelijke minister) vond dat zijn bezwaar niet bij de onteigeningsprocedure thuis hoorde maar in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (dus bij de vaststelling van de PKB) en de Tracéwet (de vaststelling van het tracé van de Betuweroute). Maar dat was al gebeurd ! De noodzaak van de onteigening was toen dus vastgesteld en de vervroegde onteigeningsprocedure kon beginnen. Eind maart dagvaardde Railinfrabeheer de Betuwse grondeigenaar voor de rechtbank in Arnhem om de onteigening in het algemeen belang uit te spreken. Van Helden kwam met drie argumenten om de rechtbank te weerhouden van een voor hem ongunstig vonnis. De mogelijkheid van ondertunneling werd als eerste naar voren gebracht. Dat alternatief voor bovengrondse aanleg noemde hij kostenefficiënt, maar als hij daarmee bedoelde dat de kosten van een tunnelaanleg vergelijkbaar waren met de aan hem te betalen schadeloosstelling kon dat natuurlijk niet echt serieus worden genomen. Zijn bezwaar was, dat deze mogelijkheid bij de behandeling van zijn bezwaarschriften niet serieus waren genomen. De Arnhemse rechters vonden dat de bezwaren van Van Helden tegen het tracé van de Betuweroute niet opnieuw in deze onteigeningsprocedure aan de orde konden komen.

Hoogste rechter

Ook zijn andere bezwaren werden niet gehonoreerd, zodat de onteigening van zijn gronden werd uitgesproken. Op 8 juli 1999 kwam dat vonnis, waarbij een voorschot op de daaraan verbonden schadeloosstelling werd bepaald op 47.250 gulden. Geen enkele mogelijkheid om de onteigening van zijn grond te voorkomen liet de Tielenaar onbenut. Bij onze hoogste rechter hoopte hij zijn percelen nog te kunnen redden. Zijn eerste klacht over het vonnis van de rechtbank was dat die had nagelaten te bezien of de onteigening wel nodig was als er ter plekke een tunnel zou worden aangelegd. De Hoge Raad ging daar uitgebreid op in. Na te hebben aangegeven dat de aanleg van de Betuweroute op grond van de Tracéwet dient te geschieden volgens het door het Tracébesluit vastgestelde tracé, stelde de Raad vast dat op grond hiervan de spoorweg ter plekke bovengronds moet worden aangelegd. Een discussie over de alternatieve mogelijkheid van ondertunneling daar kan dus niet meer in een onteigeningsgeding aan de orde komen.

Slapeloze nachten

Dat zou alleen kunnen als Van Helden zijn bezwaar tegen het tracé niet in de wettelijk voorgeschreven procedures naar voren zou kunnen brengen. Van de mogelijkheid om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak in beroep te komen tegen de planologische kernbeslissing én het Tracébesluit had hij gebruik kunnen maken en dat ook gedaan. De Rechtbank mocht daarom ook een onderzoek naar de noodzaak van onteigening bij een ondergrondse aanleg achterwege laten. Sinds 16 februari van dit jaar weet Van Helden dat hij de slag verloren heeft en zijn grond kwijt is. Toch moet je bewondering kunnen opbrengen voor zo’n vechter tot de laatste slag. Het zal hem heel wat geld gekost en slapeloze nachten bezorgd hebben. Maar hij had het op zijn vingers kunnen natellen want de Betuwelijn moet er komen en daartoe is alles netjes volgens de regels van het spel gespeeld. En de belangen van een enkeling wegen nu eenmaal niet erg zwaar, zeker niet als je die legt naast dat grote nationale belang, waarvoor een Planologische Kern Beslissing nodig was. En of het doel van die PKB niet op een andere, veel goedkopere, milieuvriendelijker en voor de burgers minder bezwaarlijker manier gediend kon worden is aan de Hoge Raad (terecht) nooit gevraagd.

(BR 2000 p. 432)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels