nieuws

Standaard voor huisnetwerk voorziet in behoefte

bouwbreed

De informatica in huis rukt op. Het merendeel van de huishoudens heeft tegenwoordig een computer. Een groeiend aantal zou alle mogelijkheden van moderne en iets traditioneler apparatuur als cv, tv en audio willen samenvoegen. Daarvoor is nu een standaard uitgewerkt.

Wat is een minimum-configuratie voor een woonhuis, als je het wilt uitrusten met een huisnetwerk, ook gezien de ontwikkelingen in de naaste toekomst? Een antwoord op deze vraag is gegeven in het vorige week tijdens de BouwRai gepresenteerde rapport ‘Het toekomstvaste huisnetwerk voor de nieuwbouw’ van Invenit, het Domotica Platform Nederland. Staatssecretaris Remkes nam het boekwerk in ontvangst en verzekerde de toehoorders dat dit onderwerp in zijn aanstaande Nota Wonen een belangrijke rol speelt.

De Invenit-slogan ‘Meer met minder kabels’ lijkt daarmee vooral beleidsmatige kost. Er zijn echter veel aanknopingspunten met de informatie- en communicatietechnologie waar het in deze rubriek om draait.

Het verbinden van externe communicatiemiddelen als telefoonlijn en tv-kabel met interne systemen is verre van gestandaardiseerd vandaag de dag. Het Domotica Platform stelt zich ten doel om voor zowel elektriciteit als communicatie een standaard te bieden waar iedereen bij kan aansluiten.

Als je bedenkt dat ook het elektriciteitsnet een prima drager voor datacommunicatie kan worden, is die combinatie zo gek nog niet. Bovendien zijn de elektrotechnische installateurs de vaklieden bij uitstek voor de aanleg van al die soorten leidingen.

Invenit vertegenwoordigt een zo breed mogelijke groep uit zowel de aanbieders als de toekomstige afnemers-sferen. Dus de installateurs verenigd in de VNI en de Uneto, de corporaties via Aedes en de Consumentenbond om de bewonerswensen te vertegenwoordigen.

‘Zoemwoord’

Wat zijn de eisen aan de hardware-infrastructuur die Invenit formuleert? Voor de bekabeling gaat het om twee standaarden: Twisted Pair categorie 5 en Coax 12. Dat laatste zolang tv-signaal nog niet over de eerstgenoemde soort kabel kan lopen. Overigens wil het platform aan de bekende wandcontactdoos van de kabel-tv standaard een derde gat laten toevoegen, opdat de nieuwe woningen gereed zijn voor satellietontvangst.

Het is inderdaad een van de nadelen van de tegenwoordige minimale installatie, dat je alleen kabeltv hebt en niet kunt kiezen voor satelliet zonder zelf de bekabeling daarvoor te moeten aanleggen. Keuzevrijheid is immers het moderne ‘zoemwoord’, zoals het hippe begrip ‘buzz word’ goed vertaald kan worden.

Wat opvalt is de afwezigheid van glasvezel als standaard, waar je toch veel meer me kunt dan dat ouderwetse koperdraad. Invenit wil duidelijk niet voor de muziek uitlopen: “Als over vijf tot tien jaar het gebruik van glasvezel, voorbij de meterkast en binnen de woning, zich zou aandienen, dan moet een dergelijke kabel alsnog in de installatiebuizen van 19 mm kunnen worden aangebracht”, aldus het rapport. Wel aan gedacht dus, maar nog niet rijp voor de markt, oordeelt het Platform.

Daarnaast zijn er drie comfort-klassen gedefinieerd met de minimum voorzieningen die daarbij horen, plus vijf communicatie-klassen waarin klasse 1 het hoogst haalbare is, met leidingen naar radiatoren, ramen, deuren en schakelaars, alles voor de toekomstige bediening op afstand.

Duurder

In de dagelijkse woningbouwpraktijk speelt de toepassing van domotica nog nauwelijks. Oorzaak: het maakt een bouwobject duurder. Het platform zoekt besparingen door standaardisatie, en als de architect al rekening houdt met de aanleg van domotica, kan het ook goedkoper worden.

Het is inderdaad hoog tijd voor een nieuwe norm in de woningbouw. Bij de presentatie van het rapport wees directeur C. Rosenbaum van de Uneto op de nu nog geldende NEN 1010 uit de jaren vijftig, toen er nog niet eens televisie bestond. Niettemin verzuchtte een bezoeker tijdens de paneldiscussie dat men al tien jaar bezig is met de verbreiding van het domotica-woord, zonder dat er veel bereikt is.

Alle panelleden beaamden dit, maar vonden dat met de publicatie van de standaard toch een belangrijke stap gezet is. Bovendien: de markt lijkt er eindelijk rijp voor, men begint te vragen naar toepassingen in woonhuizen die meer tot de verbeelding spreken dan het op afstand kunnen sluiten van je gordijnen, of je cv al aanzetten vanuit je auto op weg naar huis.

Dat is zonder twijfel te danken aan de doorbraak van Internet in de huiselijke sfeer; opeens wordt het interessant om in je huis op meerdere plekken een Internet-verbinding te hebben. Kookrecepten wil je in de keuken kunnen raadplegen, online spelletjes wil je kind in zijn kamer kunnen doen en het telewerken kan nu echt van de grond komen. En het is handig om dat allemaal via een centrale huis-server te laten lopen in plaats van losstaande systemen.

Ontwerpers en bouwers van nieuwe huizen, maar ook zij die renovaties van bestaande bouw plannen, zullen steeds vaker te maken krijgen met deze wensen. Daarom is het goed dat er een standaard uitgewerkt is.

Pieter van Scherpenberg, Scherpenberg@netland.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels