nieuws

Hoog tijd voor slimbouw

bouwbreed

Als er een ding is waar Nederlanders moeite mee hebben als het op bouwen aankomt, is het hoogbouw. Telkens wanneer ergens bouwplannen op tafel worden gelegd die flink de hoogte ingaan, breekt een storm van verontwaardiging los. Dat komt natuurlijk in de eerste plaats omdat Nederlanders als rechtgeaarde polderbewoners een intuitieve hekel hebben aan alles wat iets te ver boven de horizon uitsteekt. Deze nationale fobie heeft ons geen windeieren gelegd. Internationaal staan we bekend om onze landaanwinning en waterwerken. Ook het virtuele poldermodel waarin iedereen met elkaar overlegd tot de hersendood erop volgt, dwingt respect af. Het allerbelangrijkste waar wij 24 uur per dag naar streven is een “zo breed mogelijk draagvlak”. De prijs die we daarvoor betalen is een vreselijk saai politiek klimaat zonder stevige debatten en zonder herkenbare politici van wie iedereen onmiddellijk weet waar hij of zij voor staat. De beloning is rust. We zien de ander nimmer als tegenstander, laat staan als vijand, en we kunnen ons dan ook niet voorstellen dat er op de wereld nog mensen zijn met echt slechte bedoelingen. Deze houding staat vernieuwing en verandering op vele plaatsen in de weg, ook in de bouwwereld.

Maar er is nog iets anders dat hoogbouw parten speelt. Wonen in een flatgebouw wordt nog steeds door velen geassocieerd met de crisistijd en de geur van spruitjes in de hal en het trappenhuis van de portiekflat. Onze bekendste nationale hoogbouwwoonbuurt de Amsterdamse Bijlmermeer heeft ook al niet veel geholpen om aan dit naargeestige beeld een einde te maken. En dus _ zo blijkt uit onderzoek naar de woonwensen van de bevolking _ droomt 80% van de Nederlanders van een stukje grond buiten de stad met een losstaand huis(je) erop. Onzinnig natuurlijk, want al is Nederland helemaal nog niet vol als je naar de bebouwde ruimte kijkt, het wordt wel tijd om op te gaan passen en te stoppen met het vermorsen van onze schaarse ruimte. Tom Poes, verzin een list, zo is in dit soort situaties de meest gehoorde kreet. De politiek en de bouwwereld hebben de taak van Tom Poes dit keer overgedragen aan het EMR, oftewel het Expertisecentrum Meervoudig Ruimtegebruik in Gouda.

In gewoon Nederlands: het Centrum voor Slimbouw. Daarin zitten _ volgens goed poldergebruik _ vertegenwoordigers van alle mogelijke partijen bij elkaar aan tafel die op hun beurt weer verantwoording afleggen aan (u raadt het al) een interdepartementale werkgroep. Als eerste grote klus staat een congres op de agenda dat op 25 mei 2000 is gepland. De PvdA-ministers Jan Pronk (het grootste maar ook het oudste Politieke Dier van Nederland) en Tineke Netelenbos (de eerste vrouwelijke premier, zullen we wedden?) zijn er allebei om met hun aanwezigheid het belang van het onderwerp aan te geven.

Een sterk duo, maar het mist de allure en de uitstraling van bijvoorbeeld Prins Willem-Alexander die het boegbeeld is geworden van het watermanagement.

Wie wordt Mister (of Mrs.) Slimbouw in Nederland? Wie gaat de kar van het concept van het meervoudig gebruik van onze ruimte trekken? Wie gaat de sociale en culturele belemmeringen te lijf die maar al te vaak echte discussies over een nieuwe manier van bouwen in de weg staan?

Of_ hebben we een dergelijke Mister Slimbouw niet nodig en kunnen we ook zonder een Kroonprins aan het roer stappen in de goede richting maken? Een sterke topman of topvrouw met wie het project volledig geidentificeerd wordt, heeft immers ook grote risico’s, zoals de aandeelhouders van World Online inmiddels beseffen. Als zo iemand op enig moment ter discussie staat, komt het hele project in gevaar.

Volgens mij moet een omslag in het bouwdenken op middellange termijn ook zonder Mister Slimbouw mogelijk zijn, maar dan hebben we wel dringend behoefte aan iets anders. Een van de lessen die in de PR vanuit Amerika zijn overgewaaid is deze: Don’t tell them, show them! In het Nederlands kennen we een variant op deze uitspraak: Eerst zien, dan geloven. We hebben dus een voorbeeldproject nodig dat korte metten maakt met alle vooroordelen en misverstanden die er met name tegen hoogbouw bestaan. Een spectaculair en adembenemend project dat het bestaansrecht van oorspronkelijke en echt vernieuwende ideeen in de bouwpraktijk aantoont.

Efficienter, duurzamer en leefbaarder, in een woord: slimmer omgaan met de ruimte die we hebben is dringend nodig omdat het anders niet lukt het groen dat we nog hebben, te behouden. Een voorbeeldproject van hoe het niet moet, hebben we al. Rijdt u maar eens een eindje door Belgie, en dan het liefst even van de grote weg af. Een kleine rondrit volstaat om de reiziger ervan te overtuigen is dat het anders kan en moet. Laten we van onze Platte Polder deze eeuw ook een Slimme Polder maken!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels