nieuws

Water, varkens en (dunne) verstedelijking

bouwbreed

Aan sterke staaltjes van Haagse verkokering is geen gebrek. Maar de staatssecretaris voor Hoog Water, Tineke Netelenbos, liet onlangs alle records ruim achter zich met haar pleidooi om Vinex-locaties aan te wijzen als calamiteitenberging. En dan te bedenken dat het van hoge Verkeer en Waterstaatshand verordenen van Vinex-vijvers alleen nog

maar de maatregelen bij hoge waternood betreffen. We hebben het nog niet eens gehad over de structureel benodigde ruimte voor water. Gelukkig is daar is een commissie voor, die later dit jaar met aanbevelingen komt.

Het moet een fantastische uitdaging zijn om, zeg maar eens, 40.000 hectare in westelijk Nederland her in te richten als waterachtig gebied om daarmee uit het lood geraakte balansen weer te herstellen. Wonen aan het water wordt in dit land hogelijk gewaardeerd en de Friese en Zeeuwse wateren raken vol. Als de commissie ervoor zorgt dat ze de “Ruimte voor water kaart” een beetje laat aansluiten bij bestaande ruimtelijke kaders en oog heeft voor onze collectieve wensen rond ruimtelijke kwaliteit en aantrekkelijke woon- en recreatiemilieus, kan er niet veel misgaan. Eigenlijk vraagt het accommoderen van zoveel ruimte voor water om een Vijfde Nota. Daarin moeten keuzes worden gemaakt over de verdere verstedelijking en de wateropgave dient daarin te worden ingezet om integrale inrichtingsdoelstellingen te optimaliseren.

Het watervraagstuk is geen probleem maar een kans. Daarin lijkt het veel op de reconstructie van de varkenshouderij. Dynamiek in het ruimtelijk systeem biedt kansen voor trefzekere interventies. Populair gezegd, daar kan de ruimtelijke ordening op meesurfen. Het nieuwe programma van eisen voor de inrichting van Nederland, nu even beperkt tot varkens en water, biedt mogelijkheden om Nederland beter, schoner en veiliger in te richten en tegelijkertijd tegemoet te komen aan de wens van vele Nederlanders om te wonen in het groen en/of aan/op het water.

Wat betreft de varkens. Wat zou het mooi zijn als we de Gelderse Vallei nu eindelijk eens zouden kunnen transformeren tot een parkachtig palet van groene en rode functies. Het sterk neerzetten van een ruimtelijk perspectief kan misschien helpen om na vijftien jaar moeizame discussies en vele miljoenen varkenshulp onder krachtige aansturing aan de slag te gaan. Misschien een idee om de voormalige VROM-bewindsman Marcel van Dam aan te stellen als regeringscommissaris? Hij kijkt vanuit zijn woonplaats Putten uit over dit gebied.

En wat betreft het water zouden we, bij gebrek aan een Vijfde Nota, de VROM-Raad kunnen vragen ontwerprichtlijnen te geven voor uitbreiding van het plassengebied in westelijk Nederland. De ontwikkeling van een waterrijke en groene deltametropool kan daarbij als ontwikkelingsperspectief gelden.

Intussen moet de minister van VROM zijn contourpotloden nog maar even niet slijpen. Voor varkens- en watergebieden passen zulke starre principes in ieder geval niet. De potloden waren trouwens al opgeborgen toen de varkensdeal met LNV werd gesloten. VROM heeft daar getekend voor ruim 6000 woningen in de reconstructiegebieden.

Niets mis mee, maar het zou jammer zijn als het Departement voor Ruimtelijke Kwaliteit nu weer zou overgaan tot de orde van de dag. Want het maakt natuurlijk nogal wat uit waar die woningen terechtkomen. Als ze simpelweg bovenop afgebroken stallen terechtkomen, leggen ruimtelijke kwaliteitsambities het bij voorbaat af. In de Gelderse Vallei, maar ook in Brabant is een meervoudige agenda te realiseren: beetje duurzame landbouw, ecologische herprogrammering maar ook recreatie en hoogwaardige woongebieden. Compact waar mogelijk, in de Vallei bijvoorbeeld rond het station Voorthuizen, maar elders ook wat extensiever. Het mag ook wel een beetje meer zijn. De dure herinrichting moet tenslotte ook worden betaald. Als we snel met deze operatie beginnen kunnen we wat ervaring opdoen voor de komende loodgieterklus, het water.

Ik stel daarom voor dat de commissie waterbeheer 21ste eeuw de inrichtingsopgave doorschuift naar de ruimtelijke ordenaars. Als die dat goed doen, met de juiste surftechniek, kan ons veel verkokering worden bespaard. Deze twee voorbeelden, varkens en water, maken overigens weer eens duidelijk hoe noodzakelijk de totstandkoming van een “planbureau voor de ruimtelijke inrichting” is. Daarin kunnen VROM, V en W en LNV samen werken aan de integratie van sectorale doelstellingen in samenhangend kwaliteitsbeleid voor de fysieke omgeving.

Jaap Modder, Directeur Nirov

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels