nieuws

Stadskantoor

bouwbreed

Moet dat nou, zo’n kolos?

Jan Dirk Peereboom Voller: “Dat heeft te maken met het programma: voor een beperkt deel publieke balies, voor de rest verzamelkantoor. Het stadskantoor ligt naast een onwijs breed spoorwegemplacement, maar moet met twee andere, even grote gebouwen aan een toekomstig plein wel deel uitmaken van de stad. Ik vind dat het als overheidsgebouw herkenbaar moet zijn. Het mag zich manifesteren. Er komt nog een metershoge bureaulamp te staan, een kunstwerk in plaats van een carillon of torentje.”

Groot is één ding, maar kan die blinde muur niet kleinschaliger?

PV: “Het is stedelijk. Daar ben ik niet bang voor. Het hoeft er niet uit te zien als een sanatorium of bejaardenhuis. Het gebouw staat op een kavel van 45 bij 90 meter en bestaat uit kantoorvleugels van veertig meter lang en veertien meter breed. Dat is een heel plezierige maat. Die vleugels meanderen rond een binnenplaats. Van binnen maakt het op die manier helemaal geen grote indruk. En aan de pleinkant zijn voor de levendigheid enkele winkels ondergebracht. Het is geen pompeuze, rode burcht.”

Het lijkt alsof groot in de mode is. Het mag weer?

PV: “Of het modieus is, daar kan ik zelf moeilijk over oordelen. Het is wel zo dat ik behoor tot de generatie van na de kleinschaligheid van Hertzberger en Van Eyck. Ik probeer altijd dingen groot te maken.”

En dan maar eindeloos bakstenen stapelen?

PV: “Rode baksteen was voorgeschreven. De kleur die wij hebben uitgezocht komt ook in de twee andere gebouwen aan het toekomstige plein terug. Door de voegen ook rood te maken, kun je grote vlakken maken. Daar pak je de maat van het gebouw mee. Je maakt geen stad als je er kleine mootjes van maakt.”

Wat zijn die donkere stroken boven de ramen?

PV: “Het zijn dragende gevels met een overspanning zonder kolommen van binnen. De indeling bestaat uit kleine, meest tweepersoonskamers met een middengebied dat voor andere dingen kan worden gebruikt. Het is een gematigde variant van een flexibel kantoor zonder vaste werkplek, zou je kunnen zeggen. De kamerwanden zijn van glas. Om het daglicht in het midden te behouden wilde ik dat de bovenkant van de ramen niet verduisterd zou worden, de onderkant heeft wel zonwering.

De gemeente wilde absoluut geen koeling, daarom is het bovenste deel in sterk zonwerend glas uitgevoerd en is het totale glasoppervlak beperkt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels