nieuws

Geldnood bedreigt herstel zeedijk Suriname

bouwbreed

nieuw-nickerie – Het herstel van de zeedijk in het Surinaamse rijstdistrict Nickerie leek op voorhand een klus zoals er al zoveel over de hele wereld zijn uitgevoerd. Toch is het in Suriname allemaal wat anders gelopen.

In april vorig jaar hadden de werkzaamheden, die eind 1996 van start gingen en waarin Nederland 25 miljoen gulden stopt, moeten zijn afgerond. De grootste optimisten hopen nu dat het karwei voor het einde van dit jaar eindelijk zal zijn geklaard. Althans, het grootste deel. Want er blijkt tien miljoen gulden extra nodig te zijn. Geld dat Suriname niet heeft en Nederland niet wil geven.

De bewoners van Nickerie zijn de strijd tegen het water van oudsher gewend. Al in 1820 werd op de rechteroever van de Nickerierivier een dorp aangelegd: De Punt. Maar veertig jaar later dreigde het water, als gevolg van afkalving van de kust, De Punt weg te vagen. Een aarden wal en houten palen boden geen uitkomst, waarop in 1879 de gehele bevolking naar de overzijde van de rivier verhuisde. Daar werd het huidige Nieuw-Nickerie gesticht.

Maar de zee bleef oprukken, wat ruim vijftig jaar geleden aanleiding was om de zeedijk te bouwen, die vooral de 11.000 hectare metende Corantijnpolder moest beschermen. Sindsdien is voor veel bewoners van Nickerie de ruim zeven kilometer lange zeedijk ook de plaats waar men op zondag vertier zoekt. Verliefde stelletjes genieten van de zonsondergang die de Atlantische Oceaan een romantische aanblik geeft. Het is tevens een van de weinige vormen van ontspanning in het 240 kilometer westelijk van de hoofdstad Paramaribo gelegen plaatsje.

Zorgenkind

Maar tegelijkertijd is het al tientallen jaren een zorgenkind voor de polderbewoners, die vooral leven van de rijstverbouw. Het erosieproces langs de kustlijn, achterstallig onderhoud en verzakkingen zorgden de laatste jaren regelmatig voor overstromingen. De dreiging van een fatale dijkdoorbraak lag doorlopend op de loer, met verzilting van de cultuurgrond als gevolg. Als dat gebeurt, zou dit het definitieve einde van de toch al kwakkelende rijstsector betekenen.

Nederland toonde zich bereid de 25 miljoen gulden die voor het herstel nodig was vrij te maken uit de Verdragsmiddelen die Suriname in 1975 bij de onafhankelijkheid cadeau had gekregen. Dus het leek allemaal in kannen en kruiken toen men in 1996 begon: het geld was beschikbaar, de deskundigen waren in huis gehaald en de taken verdeeld. Ingenieur L. Philipse van het Waterschap Friesland werd belast met het ontwerp en de monitoring, de supervisie lag bij DVH en Sunecon. De lokale aannemingsmaatschappij Baitali NV kreeg de opdracht om het werk uit te voeren.

In totaal moeten onder meer 189.000 vierkante meter geotextiel, 185.000 kubieke meter klei en 196.000 kubieke meter breuksteen in de nieuwe dijk worden verwerkt. Aan de eerste twee is geen gebrek, de stenen bleken echter moeilijker aan te leveren. Deze stenen, die moeten komen uit de buurt van het zuidelijker gelegen Apoera in het Amazoneregenwoud, zijn er wel, maar de aanvoer verloopt vanaf het eerste startsein tergend traag. De leverancier had zich fors op zijn taak verkeken. In plaats van de overeengekomen veertien arriveerden er in de eerste maanden slechts twee scheepsladingen per week.

Dat was niet de enige oorzaak van de vertraging. De dijk was er zo slecht aan toe, dat er veel meer noodonderhoud gepleegd moest worden om te voorkomen dat tijdens de werkzaamheden de zeewering het op een andere plaats zou begeven. Bovendien was reparatie van de buitenglooiing noodzakelijk omdat het oude profiel volgens de plannen dient als grondslag voor de constructie van de nieuwe dijk.

Kostenpost

De vertraging en extra werkzaamheden leidden tot een extra kostenpost van tien miljoen gulden. Omdat de relatie tussen Nederland en Suriname eind 1997 eenzijdig door de Surinaamse president Wijdenbosch werd bevroren, en politiek Den Haag in een reactie daarop de geldkraan dichtdraaide, heeft Nederland tot op heden geweigerd dat extra geld vrij te maken.

Het geldgebrek heeft vergaande gevolgen voor de werkzaamheden, die nog volop in gang zijn. Overigens zonder supervisie van DHV, dat zich na de contractperiode van drie jaar in april 1999 terugtrok. Een deel van het dijkvak wordt niet aangepakt, wat volgens de deskundigen verantwoord is omdat de staat ervan nog redelijk is. De bewoners van het achterliggende gebied zijn hiervan niet zo zeker. “Vooral bij springvloed spettert het water er al overheen. En het wordt iedere maand erger. Ik vrees dat men het gevaar pas onder ogen ziet als het te laat is”, zegt landbouwer Harold Oemrawsingh.

Toch is er geen alternatief zolang Nederland niet met meer geld over de brug komt. De Nickerianen hebben van de Surinaamse overheid niets te verwachten, omdat de staatskas volledig leeg is. Suriname heeft al volop problemen om aan zijn gewone verplichtingen te voldoen, zoals het uitbetalen van de ambtenarensalarissen.

Ook moest door de financiele perikelen een deel van het overige ontwerp worden aangepast. Op meerdere plaatsen worden de strekkingen van de dijk tot slechts de strikt noodzakelijke hoogte opgetrokken met breuksteen. “Ik moet maar zien dat het allemaal voldoende is”, vervolgt Oemrawsingh. “Ik vind het onverstandig van Nederland dat ze de zaak niet gelijk goed aanpakken. Je zult zien dat binnen een paar jaar die 25 miljoen gulden die nu wordt geinvesteerd, door het water wordt weggespoeld. En dan zijn de bewoners van Nickerie nog verder van huis.”

Het storten van breuksteen gebeurde aanvankelijk mondjesmaat, omdat de aanvoer door een verkeerde inschatting zeer traag verliep.

De vertraging en extra werkzaamheden leidden tot een extra kostenpost van tien miljoen gulden. Foto’s: Vincent Boon

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels