nieuws

Gebouw servicecentrum Oost fors onder EPC-waarde

bouwbreed

Het ontwerp van het servicecentrum Oost in Enschede kent een uitgekiend concept van natuurlijke ventilatie.

Ventilatieroosters in de gevelplint, kozijnen en de dakrand waarbij elektronische units de luchtdruk regelen, dragen bij aan een gezond en relatief goedkoop klimaat in het gebouw.

Er kan fors worden bespaard op mechanische installaties, terwijl de EPC-waarde slechts 1,2 bedraagt. Dat is fors onder de standaardnorm voor utiliteitsgebouwen.

De natuurlijke ventilatie in het servicecentrum wordt geregeld via het zogeheten Autoflow-systeem. Dat is niet geheel nieuw in Nederland, maar de combinatie van klimaattechnische maatregelen is wel degelijk uniek in het ontwerp van DAAD-architecten. De dubbele gevels met luchtspouw op de oost- en westzijde zijn ingericht als serres met een planten- en vijvertuin.

Het luchtcirculatiesysteem oogt vrij eenvoudig, maar is bijzonder effectief. In elke kantoorruimte van het gebouw kan de hoeveelheid aanvoerlucht individueel worden geregeld en afgesteld. De buitenste schil van het gebouw bestaat uit gevelplaten van een nieuw type polycarbonaat dat op piekmomenten warmte kan absorberen. Deze maatregel is bedoeld om de temperatuur in de serres zoveel mogelijk te laten fluctueren met de buitenlucht. De serres worden daarom ook niet mechanisch verwarmd.

“Voor ruimten waar je niet (lang) verblijft, is een koude temperatuur prettig. Daarom laten we de buitengevel ook ongeïsoleerd. De binnenruimten dienen zeer geleidelijk te worden opgewarmd”, legt projectleider E. Bleumink van Bouw Consulting Twente uit Enschede. BCT is verantwoordelijk voor het bouwmanagement van dit project.

Serres

Het gebouw bestaat uit een vierkante centrale kern, met daaromheen gegroepeerd de kantoorruimten. Op de oost- en westkant worden serres over de gehele lengte van 31 meter en een stramienmaat 5,40 meter breed gecreëerd. Mensen komen het gebouw binnen via een entreetuin in de serre op de westzijde. “De architect hanteert het uitgangspunt dat in de nabijgelegen wijk de Eschmarke van oost naar west de ecologische zones lopen. Daarom worden de serres op de oost- en westkant geprojecteerd. In de serre op de oostzijde komt een vijver. Deze betonnen bak wordt gevuld met een decimeter water. Die vijver zorgt ook voor de natuurlijke koeling in het gebouw.”

Zelfregelend

Verse lucht komt binnen via ventilatieroosters in de gevelplint van het gebouw. In de luchtspouw stijgt de lucht op door het schoorsteeneffect, waarna de luchtstroom via zelfregelende roosters de binnenruimten bereikt. Deze roosters zitten boven de kozijnen. Naast de roosters, die de gehele breedte van de kozijnen omvatten, zijn kleine elektronische units geïnstalleerd. Deze apparatuur regelt de mate van luchttoevoer. “De gebruiker kan voor een groot deel de luchttoevoer zelf afstellen”, verklaart Bleumink.

Via doorstroomroosters in de binnenwand trekt de lucht door een vide in de kern van het gebouw naar een ophoging van het dak. Op dit gedeelte staan vier grote ventilatoren die de opgewarmde lucht naar buiten blazen. De vides aan weerszijden van de centrale kern reiken van de begane grond tot de derde verdieping en geven het gebouw een licht en ruimtelijk karakter. Op roosters die aan het plafond hangen is tevens een plantentuin gesitueerd. Daardoor schijnt het licht diffuus in het gebouw.

De serres bestaan uit een staalconstructie met hardglazen panelen. De traphellingen in de serres die naar de bovenliggende ruimten leiden zijn uitgevoerd in onbehandeld bangkirai. Er is trouwens veel hout gebruikt. De binnenwanden zijn betimmerd met Siberisch lariks. De gevel aan de noord- en zuidkant met polycarbonaat beplating is op een aluminium frame geplaatst.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels