nieuws

De coming out van het Utrechts provinciebestuur

bouwbreed

Soms leidt een werkbezoek daadwerkelijk tot nieuwe inzichten. Onlangs bezocht een delegatie van de provincie Utrecht de Spaanse stad Bilbao. De bezoekers konden er met eigen ogen zien hoe belangrijk de samenwerking tussen overheden is om grote, kostbare en ingrijpende projecten van de grond te krijgen. De opstelling van Gedeputeerde Staten van Utrecht met betrekking tot het vastgelopen Utrecht Centrum Project lijkt ingegeven door dit besef.

Zeer onder de indruk waren de Utrechters van het bezoek: dat een kleine en niet al te rijke stad als Bilbao zoveel mooie projecten in een korte tijd kan realiseren. Ook de gedeputeerden Roel Robbertsen en Eveline Korthuis konden er niet over uit dat in Spanje wel lukt wat in Nederland vaak zo moeizaam gaat. Robbertsen bepleitte tegenover deze krant een regierol voor de provincie bij de ontwikkeling van grote projecten. “Er is een trekker nodig die het denken, de voorlichting en de bewustwording over dit onderwerp organiseert.”

Vlak na het Spaanse bezoek geven GS van Utrecht een verklaring uit waarin ze een begin maken met deze trekkersrol. Ze spreken zich uit voor de realisering van het Utrecht Centrum Project (UCP) en geven de partners een moreel steuntje in de rug.

Daar blijft het niet bij. GS blijken zelfs bereid financieel bij te dragen aan het UCP. Voorlopig nog zonder concrete bedragen te noemen en omkleed met allerlei mitsen en maren, maar toch. Voor de betrokken partijen die verder willen met het UCP moet de opstelling van GS een plezierige opsteker zijn: we staan er niet alleen voor.

Ingeslapen

De mogelijkheden van de provincie om financieel bij te dragen moeten niet worden overschat. Zo vreselijk rijk is de provincie Utrecht nou ook weer niet. En ook politiek is de financiële steun niet bij voorbaat in kannen en kruiken. Provinciale Staten mogen soms een ingeslapen indruk maken, zodra het om geld gaat zijn ze klaar wakker. Zo leidde de bijdrage van de provincie aan de herbouw van het stadion Galgenwaard onverwacht tot veel politiek gekrakeel in de Staten.

Maar dat doet niets af aan het principe: de provincie Utrecht, dat voor burgers zo vaak onzichtbare bestuurslichaam met zijn even onzichtbare als onbekende bestuurders, begint zich te manifesteren. En eerlijk gezegd: het werd tijd ook. Al ruim tien jaar wordt er gediscussieerd en geruzied over de vernieuwing van het Utrechtse stadscentrum. Jan en Alleman heeft zich hierin doen gelden: bedrijfsleven, burgers, plaatselijke politici, architecten, stedenbouwkundigen, deskundigen, kroegbazen en zangers van het Nederlandse lied.

Alleen de provincie Utrecht hield zich bedeesd en voorzichtig op de achtergrond. Bij alle discussierondes, voorlichtingsbijeenkomsten, presentaties en persconferenties was er steeds een grote afwezige: de provincie Utrecht. Die valse bescheidenheid kwam waarschijnlijk voort uit de vrees van het provinciebestuur om de stad Utrecht voor de voeten te lopen en gevoelige processen te verstoren.

Een onterechte vrees. Het formuleren van een krachtig standpunt over het UCP door de provincie en – niet te vergeten het voortvarend uitdragen van dit standpunt – zou het UCP juist een steuntje in de rug hebben gegeven; misschien wel het beslissende steuntje, waardoor de noodzakelijke en onontkoombare vernieuwing van het Utrechtse stationsgebied niet opnieuw nodeloos vertraagd zou zijn.

Maar dat is achteraf praten. Hulde daarom voor de late – maar niet te late – coming out van het dagelijks bestuur van de provincie Utrecht. Het is voor alle betrokken partijen en voor de inwoners en bedrijven van de provincie te hopen dat GS deze eerste stap een vervolg weet te geven. Het UCP heeft een trekker/regisseur hard nodig.

En waarom zou dat de provincie niet zijn? Waar een dienstreis naar het buitenland al niet toe kan leiden…

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels