nieuws

Bouw- en woningtoezicht aansprakelijk voor meetfouten

bouwbreed

De wetgever heeft aan de gemeenten opgedragen te voorzien in het bouw- en woningtoezicht. Elke gemeente moet de staat van de volkshuisvesting onderzoeken. Ook moet zij toezicht uitoefenen op de naleving van de voorschriften die de Woningwet en haar uitvoeringsbesluiten geven. Als de gemeente daarbij fouten maakt, kan zij aansprakelijk worden gesteld voor de schade.

In de praktijk betekent het bouwtoezicht, dat gemeenten in bouwvergunningen de uit die taken voortvloeiende voorschriften opnemen, en dat zij tijdens de bouw toezicht uitoefenen op de naleving ervan. In de gemeentelijke bouwvergunningen wordt ook vaak een bepaling opgenomen, dat de afdeling bouwtoezicht de precieze plaats aangeeft waar de woning mag worden gebouwd door wordt aangegeven.

Dat was ook gebeurd in de Friese gemeente Skarsterlân toen een zekere Terpstra een woning wilde laten bouwen in het uitbreidingsplan Sint Nicolaasga-Oost. In 1996 had het bouwbedrijf Van der Werf BV daar een gedeelte van het bouwterrein van de gemeente gekocht, maar daarna zijn recht op levering bij een mondelinge overeenkomst aan Terpstra overgedragen.

De door hem aangevraagde bouwvergunning kreeg hij vlot. Er was een bijlage aan gehecht, waarin onder andere stond dat de woning (beter gezegd: de plaats van de woning) moest worden uitgezet door de afdeling bouwtoezicht, afdeling wonen en werken.

Nadat Terpstra aan een andere bouwer dan Van der Werf opdracht voor de bouw had gegeven, zetten begin 1997 twee ambtenaren van bouwtoezicht de plek uit waar de woning gebouwd moest worden. De kadastrale meting van het hele perceel had toen al plaatsgevonden, maar een van de piketpaaltjes was door uitgegraven grond van een naburig perceel bedolven. Het was uitgerekend het paaltje waarvan uitgegaan moest worden bij de uitzetting. Die vond daarom verkeerd plaats. De woning werd daardoor meer dan vijf meter verschoven en ook iets om haar as gedraaid gebouwd.

Dat merkte de eigenaar bij toeval toen zijn woning al volledig wind- en waterdicht was. Zijn buurman had hem gevraagd een stapeltje stenen van zijn grond weg te halen. Dat leidde tot nieuwe meting, waardoor definitief kwam vast te staan dat Terpstra’s huis op de verkeerde plek stond.

Claim

De schade, die volgens Terpstra daarvan het gevolg was, claimde hij bij de gemeente. Die erkende die fout van haar afdeling bouwtoezicht, maar vond ook dat zij niet alle schade hoefde te vergoeden. Voor een deel moest de schade volgens haar worden toegerekend aan Terpstra zelf. Die en zijn aannemer hadden volgens Skarsterlân de fout moeten ontdekken direct na het leggen van de fundering. Omdat Terpstra als opdrachtgever aansprakelijk was voor de fout van zijn niet-ondergeschikte aannemer, was hij ook mede-aansprakelijk voor de schade, vond de gemeente.

De zaak kwam voor de Rechtbank Leeuwarden. De rechter verwierp zonder meer het gemeentelijke verweer: nu een speciale afdeling van Skarsterlân belast was met het uitzetten mochten Terpstra en zijn aannemer erop vertrouwen dat dit foutloos zou gebeuren. Zelfs als zij of een van hen deskundig mochten zijn op dit gebied, hoefden zij niet te controleren of de gemeenteambtenaren hun taak wel goed hadden verricht. Die ambtenaren hadden ook rekening moeten houden met de grote hoeveelheid grond op de bouwkavel en met het feit dat de overige piketpaaltjes, die allemaal zichtbaar waren, een bepaald visueel beeld creëerden.

Ook de opvatting van de gemeente, dat de verkeerde uitzetting veel eerder ontdekt had moeten worden, werd niet door de rechter gedeeld. Wel waren de beide buurwoningen tijdens de uitzetting al gedeeltelijk gerealiseerd, maar er waren nog geen erfafscheidingen aangebracht, zodat niet duidelijk was hoe (de fundering van) de woning lag ten opzichte van de omgeving.

Aansprakelijk

Dit betekende, dat de gemeente voor de volle honderd procent aansprakelijk was voor de schade. Hoeveel die bedroeg was tijdens de procedure nog niet bekend. Daarvoor zou een schadestaat-procedure gevolgd moeten worden. Als partijen daar niet uit komen beslist de rechter. Van dat schadebedrag diende in ieder geval vijfduizend gulden te worden afgetrokken want de verzekeringsmaatschappij van de gemeente had aan Terpstra al een voorschot tot dat bedrag uitgekeerd.

Skarsterlân was dus wel zo verstandig geweest zich tegen wettelijke aansprakelijkheid (W.A.) te verzekeren en zal waarschijnlijk zelf geen financieel nadeel ondervinden van deze rechterlijke beslissing.

Gemeenten, die dat tot nog toe niet hebben gedaan, dienen zich te beraden of zij het voorbeeld van haar Friese collega niet moeten volgen, want de ontwikkeling in de rechtspraak wijst in de richting van een eerder aanvaarden van gemeentelijke aansprakelijkheid voor dit soort fouten dan voorheen.

Dat begon een jaar of tien geleden toen een Limburgse gemeente aansprakelijk werd geacht voor het ten onrechte goedkeuren van een vloerpeil door een van haar ambtenaren. De vertraging in de bouw, die daarvan het gevolg was, kwam toen volledig voor rekening van de gemeente.

Dat zal overigens niet altijd het geval zijn; van de omstandigheden hangt het af hoe de rechter oordeelt. Maar met de mogelijkheid dat een fors schadebedrag volledig door de gemeente moet worden betaald dient wel degelijk rekening te worden gehouden.

(BR 2000 p. 159)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels