nieuws

Visie op functie en vorm gaf de stad gezicht

bouwbreed

Voor ieder vraagstuk, technisch of maatschappelijk, is een rationeel antwoord te vinden. Met die grondhouding maakte het architectenbureau Van den Broek en Bakema in het verleden school. In de jaren vijftig en zestig gold het nationaal en internationaal als een van belangrijkste Nederlandse bureaus. Het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) toont hierover de komende maanden in de expositie ‘De functie van de vorm’ een overzicht met tekeningen, maquettes, foto’s, geluidsbanden en films.

“Je hebt in de architectuur pragmatische veelbouwers en je hebt idealisten, die door star vasthouden aan hun ideeën tot weinig productie komen. Het bureau Van den Broek en Bakema wist een evenwicht te vinden tussen die twee polen”, stelt NAi-conservator. Op de kale vlakte die thuisbasis Rotterdam direct na de oorlog was, staken al snel her en der werken van Van den Broek en Bakema Architecten de kop op. Huf’s Schoenenpaleis (1954), warenhuis Ter Meulen (1948-51), meubelmagazijn HH de Klerk (1949) en winkelcentrum Lijnbaan (1949-1953) zijn nog altijd beeldbepalers in het Rotterdamse stadscentrum, bekend om hun transparante opbouw, waarin de middenstand zich op aanlokkelijke wijze kon presenteren. Ze vertegenwoordigen niet alleen een grote hoeveelheid bouwvolume waarom Rotterdam zat te springen, maar ook een duidelijk omlijnd idee over architectonische vormgeving.

Beleving

‘Ideoloog’ Jo Bakema, die op Nederlandse en Amerikaanse universiteiten veelvuldig te beluisteren was als (gast)docent, onderstreepte de sociale verantwoordelijkheid van de architect: zonder een goed gebouwde omgeving is welzijn van de mensen die erin moeten leven ondenkbaar. De beleving was voor hem even wezenlijk element van de architectuur als het streven naar rationaliteit en functionaliteit. Vandaar Bakema’s uitspraak over ‘de functie van de vorm’: vorm is volgens hem niet simpel het resultaat van de functie van een gebouw. Ontwerpen van het bureau worden gekenmerkt door verfijnde detaillering, overzichtelijke routes en verankering van gebouwen in hun omgeving. “We ontwerpen van Stoel tot Stad”, zei Bakema. Dat gebeurde in een veel nagevolgde expressieve combinatie van beton en baksteen, verspringende zware gevelbanden, bunkerachtige dozen boven een transparante opbouw. Het NAi huisvest de tentoonstelling in zijn Grote Zaal in drie met loopbruggen verbonden stalen torens. Uit het archief dat Van den Broek en Bakema aan het NAi schonk, is een selectie gemaakt van zestig van de ruim 2500 projecten. Per toren wordt een tijdvak behandeld. ‘Nieuwe architectuur voor een nieuwe samenleving’ (1948-1958) vertelt iets over nieuwe technologie, standaardisatie en systeembouw waarmee het bureau naoorlogse bouwopgaven te lijf ging. In de tweede toren – met splitlevel – zijn plannen te zien voor megastructuren en complete stadswijken: ‘Probleemloos rationalisme’ (1958-1968) In de jaren zeventig en tachtig (‘Gemeenschappelijke architectuur’) democratiseerde het bureau mee met de samenleving. Uit die tijd stammen veel stadvernieuwingsprojecten en woningbouw waarin bewonersparticipatie centraal stond.

Naam

De naam van het bureau veranderde in Architectengemeenschap. Overigens een voortzetting van een bureautraditie: tot ontzetting van collega’s als Maaskant (“Dit is het begin van het einde”) werden projectarchitecten altijd vernoemd. De expositie geeft een prachtig beeld van de presentatiemethodes. Op tekeningen uit de jaren vijftig worden gebruikers van gebouwen nog met enkele pennenstreken aangegeven. Het jaren-zestigontwerp voor het Parool-complex in Amsterdam geeft een dwarsdoorsnede waarop iedere redacteur met zijn kopje koffie, typemachine of plantje in beeld is. Passerende auto’s zijn tot en met het nummerbord getekend, van een brommer waaraan wordt gesleuteld is het merk leesbaar. Maquettes voor stadsuitbreidingsplannen in Tel Aviv, Ashdad en Zürich zijn met duizenden stukjes hout laagje voor laagje opgebouwd. In 1988 – het bureau stond er slecht voor na de dood van de naamgevers in 1978, respectievelijk 1981 – nam een nieuwe generatie het roer over. “Een fantastisch avontuur”, volgens directeur Jan van Iersel. De traditie is niet overboord gezet. “De transparantie waar ons bureau in de jaren vijftig naar streefde, is nu technisch veel beter realiseerbaar”, zegt collega Henk Verbij.

Renovaties

Het verleden leeft nog volop: veel opdrachten betreffen renovaties en uitbreidingen van het werk van de voorgangers. De tentoonstelling duurt tot en met 24 april.

De ontwerpen van Van den Broek en Bakema Architecten zijn beeldbepalend voor het na de Tweede Wereldoorlog nieuw opgebouwde Rotterdamse stadscentrum.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels