nieuws

‘Publieke taak’ drijft Aedes en PvdA uiteen

bouwbreed

Beiden hebben het goed voor met huurders.

Aedes-directeur Willem van Leeuwen hoort Tweede

Kamerlid Adri Duivesteijn uitspraken doen “waar je zo in mee kan gaan”. Maar hij kijkt wel uit. “Adri’s werkelijke drijfveren zitten wat meer verpakt. Tussen de zinnetjes door komen ze af en toe naar boven.”

Ze hebben er plezier in. Van Leeuwen verzet zijn volgende afspraak. Het was alweer een tijdje geleden dat ze voor het laatst met elkaar in de clinch lagen. Morgen moeten ze in Nijmegen opnieuw aan de bak tijdens het ‘Kennisfestival 2000’ van de

PvdA. Het dubbel-interview heeft het karakter van een warming up. “Die bewaar ik voor zaterdag”, klinkt het een paar keer, vaak met een schaterlach.

Huren in de 21ste eeuw is het onderwerp, waarbij het vizier voor het gemak op 2010 is gericht. Wat daarna komt, is koffiedik.

Straatvechters

Twee straatvechters die op een uiterst relaxte manier toch zeer op hun hoede zijn. “Dus je bent het eens met een kaderwet?”, test Duivesteijn of de vis wil happen. Zegt Van Leeuwen doodleuk: “Ik weet niet of ik het jou eens ben, maar een kaderwet lijkt me prima.”

Een uitgestoken hand is op dit niveau niet altijd een blijk van instemming. Vingers natellen, is raadzaam. Wat kan er op tegen zijn corporaties te definiëren als een maatschappelijke onderneming “met een”, zoals Duivesteijn er nadrukkelijk aan vastplakt “publieke taak”.

Van Leeuwens eerste commentaar is een achteloos: “Ach, iedereen spreekt vanuit zijn eigen roots.” Maar als Duivesteijn vervolgens simpel intikt: “Je hebt de zorg voor de volkshuisvesting, in het bijzonder voor de laagstbetaalden. Dat noemen wij publieke taak”, besluit Van

Leeuwen hem eens flink aan zijn shirt te trekken. Ineens wordt duidelijk waar de pijn zit in de relatie met de sociaaldemocraten: “Achter een publieke taak in de opvatting van Adri en zijn partijgenoten zitten meteen knoppen waar ze aan willen draaien. Zij zien corporaties als taakorganisaties, een verlengstuk van de overheid.”

Duivesteijns verhaal mag misschien mooier klinken dan het is – in de oren van corporatiedirecteuren – Van Leeuwen poogt op zijn beurt bruggen te slaan op plaatsen waar van een aansluitende infrastructuur vooralsnog geen sprake is. “Adri probeert nu voor de vierde keer een scherpe tegenstelling te maken”, zegt hij op een gegeven moment, “tussen landelijk werkzame ondernemingen en lokaal verankerde organisaties, terwijl het zich in mijn optiek heel goed laat combineren.”

Verschillen in opvatting krijgen in de loop van het vraaggesprek steeds scherpere contouren.

Duivesteijn: “Ik vind het verbijsterend dat een corporatie uit Nijmegen en Arnhem een fusie aangaat met een corporatie in Leiden. Dat zijn andersoortige situaties. Ik opteer veel meer voor regionale samenwerking.”

Vol afkeuring neemt Van Leeuwen kennis van het voornemen van het PvdA-Kamerlid de grenzen van de marktwerking in een kaderwet wonen vast te leggen. Niettemin meent hij Duivesteijn te kunnen overtuigen van de voordelen van een fusie tussen geografisch verspreide corporaties. “Laat volstrekt helder zijn dat we niet naar een situatie willen waarin een landelijk werkzame corporatie ergens in een gemeente een lullig verhuurkantoortje heeft met een baliemedewerker die voor iedere poep en scheet het hoofdkantoor moet bellen. Wat nu tot stand komt”, legt Van Leeuwen uit, “zijn holdingstructuren met zelfstandige ondernemingen daaronder die een ruim mandaat hebben in de hele beheerfunctie, in dat fijnmazige netwerk. In de buurten en wijken kunnen ze naar eigen inzicht allianties aangaan. Maar een aantal hoofdpunten – marktpositionering, grondaankopen, vastgoedmanagement, treasury, productontwikkeling – behandel je op holdingniveau. Waarom kun je dat niet landelijk doen?”

Duivesteijn: “Wonen is een van de weinige dingen waarbij internationalisering en globalisering geen rol spelen. Dat is per definitie lokaal bepaald. Je laat Den Haag ook niet opkopen door de gemeente Nijmegen. Corporaties uit Amsterdam die strategische posities innemen in den lande (via het samenwerkingsverband Kristal, red.) is een krankzinnige ontwikkeling.”

Van Leeuwen: “Zijn volstrekt zelfstandige bedrijven gebleven. Zorgen er ondertussen wel voor dat het geld naar de plaatsen stroomt waar de nood het hoogst is.”

Verdieping

Duivesteijn gelooft er niet in: “Echte onderlinge solidariteit regel je natuurlijk niet op die manier. Ze investeren alleen maar op die plaatsen om een netter rendement te halen. Is precies de houding van het ABP en PGGM. Geen kunst om sociaal te zijn in Tytsjerksteradiel of in Bunde, en tegelijkertijd een interessant rendement te maken. Ik hoef er alleen maar de leuke projecten uit te pikken, net als projectontwikkelaars. Corporaties zouden hun expansie niet moeten zoeken in uitbreiding, maar in verdieping. Onderhoud plegen in de meest basale zin, namelijk in je eigen bezit. Daarin moet de continuïteit zitten. Je moet je beraden op de huurderszeggenschap. Ik ben niet voor niks voor bevordering eigen woningbezit. Want de onvrede van de huurders zit in de afhankelijkheidsrelatie. Als je mag meepraten, worden relaties anders.”

Waar botst concept van de verdieping met concept van Kristal?

Van Leeuwen: “Dat botst helemaal niet. Is een schijntegenstelling. Het is heel belangrijk dat de woonfunctie in een fijnmazig netwerk zit. In een kaderwet kunnen we hiervoor procesvoorschriften opnemen. Nee, ik zie niks in zeggenschap van huurders in vennootschappen. Laten we dat maar klip en klaar op tafel leggen: de huurder als consument heeft geen zeggenschap in de onderneming die de woondiensten produceert en aanbiedt.”

Dat zou kunnen veranderen.

Van Leeuwen: “Doen we niet. Er zijn andere manieren om dat te verankeren. In de gezondheidszorg is hier een oplossing voor bedacht: wettelijk vastleggen dat de Raad van Commissarissen een afspiegeling is van de stakeholders. De Wooncirkel en de SEV praten over een vorm van wijkaandeelhoudersschap. Is ook een concept om over door te denken. Het gaat niet meer over huurders of kopers. Het gaat over bewoners van een wijk die je verantwoordelijkheid wilt laten nemen voor een stuk van de samenleving. Prima. Doet niks af aan het feit dat er een onderneming is die eigenaar is van onroerend goed, die voor eigen risico een exploitatie moet runnen.”

Duivesteijn interrumpeert: “Als een corporatie failliet gaat, betaalt de rijksoverheid alles. Zij is grootaandeelhouder. Dat is de ultieme situatie.” Vervolgt, terwijl Van Leeuwen heftige, afkeurende geluiden maakt: “Ik zie de corporatie als niet-commerciële organisatie die regionaal gebonden is. Die de samenleving ziet als achterban. Niet die commerciële pretmolen in. Het kan zijn dat in bepaalde gebieden corporaties arm zijn. Die moeten geholpen worden door herverdeling. Rijke corporaties wordt het zwart voor de ogen als je dat zegt, want het is hun geld. Sorry hoor, als je in het verleden geen problemen hebt gehad en daardoor veel geld hebt overgehouden, kun je naar mijn idee niet zeggen dat het jouw geld is.”

“Waarom ben je nou steeds op zoek naar tegenstellingen?”, vraagt Van Leeuwen.

“Waar is bij jullie de oppositie?”, stelt Duivesteijn een wedervraag. “Waar zijn de directeuren die de voorhoede vormden. Waar wordt, afgezien van de Kamer, het debat over de toekomst van de volkshuisvesting gevoerd?”

“Er is intern ontzettend veel debat”, weerlegt Van Leeuwen. “Welke voorhoede wil je hebben? Ik heb er een stuk of dertig.”

Serieus: “Je daagt me uit meer in het openbaar te discussiëren. Prima. We zullen meer naar buiten treden.”

‘Aantal hoofdpunten regel je landelijk, zoals grondaankopen’

‘Wonen per definitie lokaal gebonden’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels