nieuws

Pronk is het meer met ons eens dan hij zelf denkt

bouwbreed

Minister Pronk heeft bij de nieuwjaarsreceptie van de ANWB een beeld gegeven van de hoofdlijnen van de toekomstige Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening. De minister heeft voor de nota drie belangrijke vertrekpunten.

Het eerste betreft de ruimtebehoefte voor de komende twintig tot dertig jaar. Hiervoor worden op dit moment schattingen van de hoeveelheid extra ruimte opgesteld die nodig is voor wonen, werken, landbouw, natuur, water, infrastructuur en recreatie. Ten tweede zal de ruimtelijke kwaliteit een groot aandeel krijgen in de nota. Hiervoor zijn een aantal globale eisen opgesteld. Ten slotte zijn er drie ordenende elementen die de nota bepalen: bodem en water, infrastructuur en bebouwing, bos en open ruimte. Pronk wil de steden stedelijker maken en de kwaliteit van de groene gebieden verbeteren. Dit alles dient door middel van rode en groene contouren te worden veiliggesteld. In het gebied waar geen contour van toepassing is, moet de ruimtelijke ontwikkeling worden getoetst aan een algemene kwaliteitsbenadering. De minister zegt daarbij dat hij het corridorconcept heeft laten varen en zal zich in het nieuwe beleid richten op “stedelijke netwerken als economische zones”. Als men echter het verhaal van de minister goed leest, is alleen de term ‘corridor’ verdwenen, maar de filosofie overeind gebleven. De visie van minister Pronk sluit namelijk op een aantal punten aan bij de gedachten die de Nederlandse bouw over de ruimtelijke inrichting van Nederland heeft. De bouw is ook van mening dat de bestaande steden moeten worden behouden en versterkt en het groen minder moet worden versnipperd en er op een aantal plaatsen groen moet worden toegevoegd. De bouw hoopt dat de rode en groene contouren tot duidelijkheid leiden over wat wel en wat niet in een bepaald gebied mag. Op dit moment is hier veel onduidelijkheid over. En dat heeft geleid en zal blijven leiden tot ongewenste vormen van ruimtelijke ontwikkelingen. Uiteraard is lintbebouwing niet gewenst. Dit heeft het AVBB in het verleden al regelmatig aangegeven. Maar de minister zal blijvend rekening moeten houden met het (internationale) mobiliteitsaspect. Als het schrappen van de term corridor betekent dat er een minder belangrijke rol voor de vervoersassen in het nieuwe ruimtelijk beleid is weggelegd, zou dat een slechte zaak zijn. In de ogen van de Nederlandse bouw is er meer dan de netwerkstad. Zo zijn netwerksteden onderling met elkaar verbonden. Dergelijke verbindingen zullen als gevolg van de toenemende mobiliteit steeds belangrijker worden. Op dit moment manifesteert deze ontwikkeling zich al. Het is dan ook niet juist dergelijke tendensen te negeren. Temeer omdat de Nederlander nog steeds zijn woonplaats kiest op grond van veel overwegingen, waaronder natuurlijk zijn geografische werkplek. Maar historische, sociale emotionele en familiaire overwegingen zullen ertoe leiden dat de afstand tussen wonen en werken overbrugd moet blijven worden. De Nederlandse bouw blijft daarom pleiten voor bundeling van wonen, werken en verplaatsen langs vervoersassen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels