nieuws

Bouw in Limburg is geen lolletje meer

bouwbreed

De Limburgse bouw maakt zich grote zorgen. Het stringente bouwbeleid zorgt er voor dat de toch al niet uitbundige winstmarges nog verder onder druk komen te staan. “Bouwbedrijven nemen steeds vaker werk onder de kostprijs aan om maar aan de slag te blijven,” weet de voorzitter van de afdeling Maastricht van het NVOB, J. Heusscher. “Met alle gevolgen van dien.”

Het is rustig op het Raadhuisplein van Cadier en Keer. Een handjevol vrouwen doet op deze vroege maandagochtend boodschappen bij de plaatselijke ‘super’. De tabakszaak met postvoorziening en de drogisterij hebben zich nog kunnen handhaven, maar de hobbywinkel op de hoek heeft de pijp aan maarten gegeven. De winkel staat leeg. Het verlaten pand is symptomatisch voor de kleine kernen in deze streek. Dat zegt Heusscher, eigenaar van het gelijknamige aannemingsbedrijf, met twintig man in dienst goed voor een jaaromzet van vijf miljoen gulden. “Met de supermarkt hebben wij nog geluk. Ga je vijf kilometer verderop, dan is er helemaal niks meer aan voorzieningen. Het is voor zaken niet meer vol te houden.” Niet alleen de detailhandel heeft het moeilijk. Ook scholen komen steeds dichter in de buurt van de ondergrens wat leerlingaantallen betreft, het verenigingsleven wordt in zijn voortbestaan bedreigd. In de ogen van de NVOB-afdelingsvoorzitter komt dit voor een belangrijk deel door het bouwbeleid in de kleinere kernen. Er mag nog maar sporadisch worden gebouwd. Wat vervolgens op de markt komt, is peperduur en door starters niet op te brengen. “De jongeren trekken weg naar de Vinex-locaties. Iets wat ze eigenlijk niet willen. Geen jongeren betekent geen nieuwe aanwas en dus ook geen draagvlak meer voor voorzieningen.” Volgens de ervaren bouwer is het allemaal zo simpel als wat.

‘Hollanders’

‘Kleine dorpen lopen leeg’, kopte Dagblad de Limburger afgelopen week. Een rondgang langs kleinere kernen in het Heuvelland en de Oostelijke en Westelijke Mijnstreek leert dat ze allemaal kampen met dalende inwoneraantallen. “Als er iets vrij komt gaat dat vaak naar mensen van buiten de provincie”, vertelt Penninger van BPB Penninger Beheer uit Maastricht. Zo is hij nu met “Hollanders” in gesprek over de aankoop van een vrijstaand huis in de Kerkstraat in Cadier en Keer. “De vraagprijs is 759.000 gulden, maar”, voegt de makelaar er moeiteloos in één adem aan toe, “er moet nog tussen de 1,5 tot twee ton aan worden verspijkerd.” De koper kan zich dan wel eigenaar noemen van een huis op 880 vierkante meter grond in een ‘exclusief dorp’. “Het zijn forse prijzen die vooral door mensen van buiten worden neergeteld.” Heusscher kent de prijzen. Hij ziet het gevaar van deze ontwikkeling met angst en beven op zich af komen. “Door het contourenbeleid van de provincie kiezen gemeenten voor de enige mogelijkheid; bouwen op inbreilocaties. De prijzen van die stukjes grond zijn enorm gestegen. We betalen nu al tussen de driehonderd tot vijfhonderd gulden per vierkante meter. Vijf jaar geleden was tweehonderd gulden voldoende voor diezelfde vierkante meter.”

Kapot

Niet alleen maakt het de bouw van een huis duurder, het heeft in de visie van Heusscher tot gevolg dat “elk lapje groen” in de kern wordt volgebouwd. “Daar maken we ons karakteristieke Limburgse landschap mee kapot. Beter is het om tegen de kernen aan wat gebiedjes aan te wijzen waarop nog voor de eigen bevolking kan worden gebouwd. Het zou al schelen als leegstaande boerderijen woningen kunnen worden zonder dat ze voor de gemeentelijke contingenten meetellen.” Op steenworp afstand van Heusschers onderneming bouwt bouwbedrijf Duijkers op een klein stukje grond een woonhuis. “Het wordt minder”, zegt de aannemer. “Ik ben blij dat ik nu dit huis heb. Voor de rest richten we ons op verbouwingen. Het is allemaal net genoeg.”

Projectontwikkeling

Heusscher zegt nog in de gelukkige omstandigheid te verkeren dat hij voor zestig à zeventig procent zelf werk creëert. “We doen sinds 1963 aan projectontwikkeling. Hebben hier en daar wat gronden gekocht en ontwikkelen voor eigen risico.” Echter, het woningbouwbeleid plus de toegenomen inspraakprocedures zorgen ervoor dat het inschatten van de risico’s een meer dan heikele opgave is geworden. “Vroeger nam je redelijk snel een beslissing. Nu denk je langer na voor je ergens in investeert. Het kan immers jaren duren voordat je er rendement op hebt, als je dat al hebt.”

Inkrimpen

“Maar”, zegt hij na een korte stilte, “desondanks zijn we beter af dan de bedrijven die alleen in opdracht werken. De spoeling wordt dunner. Dan zitten er twee dingen op: schaalvergroting door fusies of het personeelsbestand inkrimpen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels