nieuws

Woningen en winkels Zeddam van een aangename bescheidenheid

bouwbreed Premium

Het Gerrit Varwerkplein in Zeddam, omgeven door winkels en woningen. Het heeft een hoog Anton Pieckgehalte, maar op zo’n dorpse schaal werkt dat aanmerkelijker beter dan ergens langs de snelweg.

Van wie is het?

Alberts en Van Huut, succesvol bij het grote publiek, maar weinig geliefd bij vakbroeders. In dat opzicht is het bureau, dat na het overlijden van Ton Alberts de naam in stand heeft gehouden, de antipode van Rem Koolhaas’ OMA dat wordt bewonderd door insiders, maar miskend door veel buitenstaanders.

Er is nog een spiegelbeeldigheid. Terwijl Koolhaas iedere keer weet te verrassen met iets nieuws en onverwachts, doet elk nieuw werk van Alberts en Van Huut vertrouwd aan.

Wat moeten we er van vinden?

Of daarmee het oeuvre moet worden afgedaan als een herhaling van zetten of moet wordt geprezen als een stijlvaste reeks variaties op een thema, is een kwestie van persoonlijke smaak. De liefhebber zal er een teken van constante kwaliteit in zien, de tegenstander vindt het meer van hetzelfde.

Dat in alle gebouwen van Alberts en Van Huut dezelfde vormen, kleuren en materialen (stompe hoeken, paarsig rood, baksteen) terugkeren is op zichzelf ook geen reden om er een negatief oordeel aan te verbinden. Ook ieder werk uit het Amerikaanse oeuvre van Mies van der Rohe om maar eens een grote naam te noemen, is uit duizenden herkenbaar. In het door vernieuwingsdrift gedomineerde Nederland is het wel exceptioneel.

Hoe moeten we het plaatsen?

Vergeleken met de wispelturige modes van vandaag is de architectuur van Alberts en Van Huut op het saaie af gewoon. Afgezien van de onregelmatige scheve lijnen, valt er niet zo veel aan te beleven. Materiaalgebruik en detaillering getuigen niet van een grote verbeeldingskracht. Spectaculaire ruimtelijkheid zoals in de grote kantoren voor ING (ooit NMB) in Amsterdam en Gasunie in Groningen, zijn in kleinere werken van het bureau zelden te vinden. Wat dan overblijft is een architectuur met hooguit een wat afwijkende vorm. Toch is het plein in Zeddam de moeite van het signaleren waard.

Waarom zouden we het moeten gaan bekijken?

Omdat als ergens de antroposofische architectuur van Alberts en Van Huut op zijn plek blijkt te zijn, het wel in een dorpse omgeving is. Veel meer in elk geval dan in de Randstedelijke drukte. Het kost nog enige moeite om de winkels verhuurd te krijgen rond het plein dat voor Zeddamse begrippen net een beetje achteraf ligt ten opzichte van de kern. Daardoor ligt het er nog wat verlaten bij, maar zelfs dan is het plein in al zijn bescheidenheid een aangename ruimte, omsloten door gevels die levendig zijn, zonder extreem uit de band springen. En zoveel dorpspleinen worden er in Nederland niet meer gebouwd.

Reageer op dit artikel