nieuws

Vijfde nota betuttelt maar schept volop kansen voor de bouw

bouwbreed Premium

De Vijfde nota ruimtelijke ordening zal een grote impuls geven aan de bouw. Nederland is vol. Dus moet op de nu al bebouwde plaatsen worden bijgebouwd, tussengevoegd, ondertunneld, opgehoogd, afgebroken en vervangen.

Willem Schrieks signaleert dat dat gunstig is voor de bouwproductie.

Volgens de Vijfde nota is het noodzakelijk om te “intensiveren” en “transformeren”. Om er zeker van te zijn dat dit ook werkelijk zal gebeuren, worden grenzen getrokken rond de bestaande bebouwing. En binnen die strak getrokken grenzen moet de bouwopgave zich voltrekken.

Eenmaal vastgesteld kunnen deze “rode contouren” alleen nog maar worden veranderd na goedkeuring door de minister van VROM. Kortom, dat wordt in de toekomst veel slopen en vervangen op een nu al vol gebied.

Hoewel dat gunstig is voor de bouwproductie, moeten er vanuit de bouwsector toch enige kanttekeningen bij worden geplaatst. Technisch is dit voorgenomen beleid natuurlijk goed te realiseren, maar een groot probleem is dat het beleid te veel is gericht op zaken die door de markt niet worden gewenst.

Onze ervaringen met de wensen van de klant, maar ook onderzoek dat in opdracht van de overheid wordt uitgevoerd, geeft aan dat in de beleidsvoornemens onvoldoende rekening wordt gehouden met de klant.

Benepen beleid

Traditiegetrouw voeren we in Nederland een te benepen beleid op het gebied van bouwen en wonen. En dat wordt met de nieuwe Vijfde nota voortgezet.

Na de oorlog is de woningnood aangepakt door grote aantallen te goedkope woningen te bouwen. Die wijken moeten we nu herstructureren omdat de kwaliteit onvoldoende is.

Veel steden hebben bovendien jarenlang bijna alleen goedkope huurwoningen laten bouwen. Dat leidde tot een eenzijdige bevolkingsopbouw, omdat de meer kapitaalkrachtige bewoners vertrokken, met alle gevolgen van dien voor het draagvlak dat bij bepaalde voorzieningen hoort.

Daarna hebben we de stadsvernieuwing ter hand genomen. Bouwen voor de buurt was de voorwaarde. De buurt was niet zo kapitaalkrachtig, dus is de geleverde kwaliteit niet op het niveau gebracht dat we nu willen.

In de Vinexlocaties is het gebrek aan geld nu niet het probleem. Nu is het ruimtegebrek dat als beperkende factor wordt aangevoerd, met als gevolg dat de geleverde kwaliteit weer onvoldoende is.

En in het kader van de Vijfde nota gaan we door met het maken van verkeerde keuzes. Dat blijkt uit de volgende punten.

Per persoon hebben we in Nederland 2600 vierkante meter beschikbaar. Daarvan is 280 vierkante meter bebouwd. Tot het jaar 2030 hebben we per persoon volgens de Vijfde nota 128 vierkante meter extra nodig voor wonen, werken en infrastructuur. Objectief gezien is daar meer dan voldoende ruimte voor beschikbaar.

Vol

Nederland lijkt op een aantal plaatsen vol, omdat daar de ruimte voor wonen, werken en infrastructuur te beperkt is. In totaal hebben we nu daarvoor zoals gezegd 280 vierkante meter voor in gebruik. Als we de benodigde extra 128 vierkante meter grotendeels ook nog binnen dat gebied willen realiseren (waar de Vijfde nota van uitgaat), dan wordt het al volle bebouwde gebied nog veel voller. De mensen die het zich kunnen veroorloven zullen nog meer dan de afgelopen decennia de steden trachten te verlaten.

Minister Jorritsma zei daarover tijdens het jubileumcongres van de Neprom begin dit jaar: “De gedachte dat de extra ruimte die nodig is voor wonen en werken moet worden gevonden binnen het stedelijk gebied, de stadsgrens als keurslijf, zogezegd, dat idee spreekt mij totaal niet aan. (…) Het is een illusie te denken dat we in het bestaand stedelijk gebied nog eens twee miljoen burgers extra kunnen opvangen.”

Openluchtmuseum

Buiten de gebieden waar de rode contouren om zijn getrokken, mag niet worden gebouwd. Uit de Nota Wonen blijkt dat er een grote behoefte is aan wonen in het groen maar dat het aanbod beperkt blijft. Die behoefte neemt alleen maar toe, omdat de dichtheden in het bestaande stedelijk gebied toenemen. Er ontstaat een tweedeling in de maatschappij: degenen die het zich kunnen veroorloven een woonplaats in het groen te bemachtigen en de grote groep die vanuit woontorens binnen de rode contouren dat prachtige landschap kunnen bewonderen.

Door het buitengebied op deze wijze op slot te doen en de dichtheden in de steden te verhogen, ontstaat een grotere ontevredenheid met het woon- en werkmilieu.

In een Europa zonder grenzen kan Nederland het zich niet veroorloven de wensen ten aanzien van het vestigingsklimaat, of dat nu gaat om wonen, werken, recreatie of infrastructuur, te negeren. De Europese maatschappij is niet vanuit Nederland maakbaar. En, zo leert de suburbanisatie uit het verleden, de bedrijven en mensen die als eerste vertrekken en een trend zetten, mist men later het meest.

Bescheidener

Ervaringen uit het verleden leren dat de overheid zich wat bescheidener zou mogen opstellen bij het vaststellen wat er mag op het gebied van wonen en ruimtelijke ordening.

Veel kan worden overgelaten aan de betrokkenen ter plaatse. Van groot belang is dat er recentelijk ontwikkelingen in gang zijn gezet, waarbij investeerders en milieubewegingen er samen in slagen initiatieven te ontplooien die voor alle partijen voordeel opleveren. Deze zogenaamde ‘rood voor groen’-initiatieven, worden ten gevolge van de stringente rode contouren, in de knop gebroken.

Door onvoldoende ruimte te bieden voor wonen en werken, ontstaat grote concurrentie tussen verschillende functies. En dat leidt ertoe dat iedereen zijn nog beschikbare ruimte of duur verkoopt of tot het uiterste verdedigt.

Plannen voor stedelijke vernieuwing zijn op zich al gecompliceerd, omdat er met veel partijen tot overeenstemming moet worden gekomen over de gewenste nieuwe situatie. Dat wordt bij de fictieve schaarste aan bouwgrond alleen maar moeilijker. Er moet voldoende bufferruimte worden gecreëerd als smeermiddel, willen stedelijke vernieuwingsplannen uitvoerbaar worden.

Het is alsof tijdens complete sloop en wederopbouw van de winkel de verkoop gewoon door moet gaan, terwijl bovendien de winkelier noch de klanten op deze manier willen verbouwen.

Het geleverde commentaar geeft al aan in welke richting de Vijfde nota aanpassing behoeft.

1. Accepteer ruimhartig dat voor wonen, werken en recreatie ruimte nodig is.

En houd daarbij rekening met het volgende:

De leefbaarheid van bestaand stedelijk gebied wordt het beste gewaarborgd door meer kansen voor hoogwaardig wonen en werken te bieden in de directe omgeving. Dat kost daar veel ruimte.

Burgers verleiden

Maar er is geen alternatief als we de steden willen versterken. Immers, zoals staatssecretaris Remkes verwoordt in zijn Nota Wonen: “Burgers laten zich minder makkelijk dan voorheen de ‘wet voorschrijven’. We kunnen als overheid de burgers steeds minder eenvoudig geleiden door simpel een streep op een kaart te trekken en te zeggen hier wel en daar niet, maar we kunnen hen nog wel verleiden door adequater in te spelen op hun voorkeuren.”

Die woonvoorkeuren zijn duidelijk: een beperkt deel kiest voor hoogwaardige kwaliteit in stadscentra en een veel groter deel heeft als ideaal een (vrijstaande) woning, op een royale kavel of anderszins in de ruimte.

In de zones tussen de natuurgebieden en de rode contourgebieden, dus in de gebieden die in de Vijfde nota als balansgebieden worden aangeduid, kunnen de verschillende belangengroeperingen in onderling overleg prima vaststellen welke ontwikkelingen gestimuleerd moeten worden. Daar is geen Minister van VROM met een zuinig rood potlood voor nodig.

‘Rood voor groen’ moet een kans krijgen in het belang van een mooier Nederland. Er is voldoende ruimte en geld in Nederland beschikbaar om een echte kwaliteitsverbetering te realiseren. Geef daarvoor ruimte in de balansgebieden.

Stroperige procedures

2. Zorg ervoor dat er minder tijd nodig is om te komen tot plannen en vervolgens realisatie.

Als dat voor woningbouwplannen in de Ver7enigde Staten in zes jaar kan, waarom moet dat in Nederland dan, volgens en studie van McKinsey, elf jaar duren? Deze stroperige procedures zijn er de oorzaak van dat nu op Vinex-locaties nog plannen worden gerealiseerd die nu al niet meer voldoen aan de kwaliteit die bij de inmiddels gestegen welvaart hoort.

In de Vijfde nota wordt slechts een verlenging van de proceduretijd gecreëerd. Immers verandering van de eenmaal vastgestelde rode contouren vereist in de toekomst als extra procedure de goedkeuring van Den Haag. De in Nederland gebruikelijke termijn om te komen tot realisatie van plannen wordt daarmee eerder verdubbeld dan gehalveerd.

Rode contouren

Als er niet voor wordt gekozen de periode van planning tot realisatie drastisch in te perken, dan is het zeker niet logisch in de Vijfde nota te besluiten dat binnen enkele jaren rode contouren moeten worden vastgesteld die de behoefte tot 2010 vastleggen.

Dat moet minstens de behoefte tot 2020 worden. Immers op het moment dat de contouren zijn vastgelegd (stel in 2003) moeten ze betrekking hebben op plannen die misschien pas twintig jaar later kunnen worden gerealiseerd.

Er is genoeg ruimte en geld voor een mooier Nederland

Reageer op dit artikel