nieuws

Tweede Kamer twijfelt nog over HSL-Oost

bouwbreed

De Tweede Kamer betwijfelt of de hogesnelheidstrein op het traject Utrecht-Arnhem-Duitse grens samen met het overige treinverkeer, over bestaand spoor kan rijden. Desondanks blijft minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat bij haar standpunt dat de aanleg van een volwaardige HSL-Oost niet nodig is.

Een beperkt aantal technische aanpassingen, waaronder de installatie van een nieuw beveiligingssysteem (BB21) en het ongelijkvloers maken van belangrijke kruisingen, volstaat volgens de bewindsvrouw. De investeringskosten liggen in dat geval tussen 1 en 2 miljard gulden, terwijl een volwaardige HSL 9 tot 11 miljard vergt, maar slechts vijf tot vijftien minuten reistijdwinst oplevert.

Netelenbos beloofde gisteren in een debat met de Tweede Kamer haar voorstellen beter te onderbouwen. Of dat voldoende is, moet volgende week blijken als CDA-Kamerlid Leers probeert met een motie af te dwingen dat de minister naast de benuttingsvariant voor het bestaande spoor ook een variant laat onderzoeken waarbij wordt uitgegaan van uitbreiding van het aantal sporen van twee naar vier. Dan kan de Tweede Kamer volgens hem straks een goede afweging maken. Bovendien probeert Leers een Kamermeerderheid te laten uitspreken dat ook de benuttingsvariant optimaal moet worden ingepast in de omgeving. Hij doelt daarmee met name op de steden die door de lijn worden doorsneden.

Grote vraag voor de Kamer is of de nieuwe techniek op tijd beschikbaar is en inderdaad een betrouwbare spoorlijn oplevert met meer capaciteit. De Kamer is beducht voor desinvesteringen. Netelenbos betoogde echter met grote stelligheid dat de capaciteit met nieuwe technieken 75 procent kan worden vergroot.

Gemakzuchtig

De NS heeft aangegeven vier sporen nodig te hebben. Netelenbos vindt dat echter gemakzuchtig: “Dan is het lekker eenvoudig om treinen te laten rijden en hoeft men geen rekening te houden met anderen”, sneerde ze. Ook het beeld dat de Kamerleden schetsten van de huidige lijn – staande passagiers in overvolle treinen, die steevast te laat arriveren – deed de minister af met een vingerwijzing naar de NS. “Er is sprake van veel materieeluitval en daardoor van veel te korte treinen. Ik geef toe dat dit beeld niet gunstig is als je praat over de vraag of er nog meer bij kan. Maar we zullen grondig onderbouwen waarover we het hebben. Als het technisch niet haalbaar is, dan gaat het natuurlijk niet door.”

Het kabinet heeft er vooralsnog voor gekozen alleen de benuttingsvariant uit te werken. Daarop zijn 1200 inspraakreacties gekomen. In maart volgt een definitief besluit.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels