nieuws

Toeleverancier draait aannemer rad voor ogen

bouwbreed

Toeleveranciers houden aannemers vaak ten onrechte voor dat zij scherp inkopen. In de praktijk blijkt echter dat de prijzen waarvoor ondernemingen dezelfde producten inkopen zeer sterk verschillen en soms oplopen tot dertig á veertig procent van de inkoopprijs. Als aannemingsbedrijven hun bouwmaterialen beter zouden inkopen, kan dat leiden tot een winststijging van vijftig tot zestig procent.

Tot deze conclusie komt H.M.J. Giesberts, managementconsultant van het adviesbureau Rühl Hagens van Aar uit Venray. Giesberts heeft in opdracht van het NVOB gewest Limburg een inkooponderzoek onder zeventien bouwbedrijven gehouden.

De deelnemende bedrijven kregen van de managementconsultant een uitgebreide vragenlijst over hun inkoopgedrag. Om te voorkomen dat er appels met peren zouden worden vergeleken richtte de lijst zich op zes producten variërend van beton tot steen MBI en van Trespaplaten tot bouwhout.

Volgens Giesberts hebben aannemingsbedrijven nauwelijks aandacht voor het inkoopproces. Er worden maar marginaal verschillende offertes aangevraagd. “Dat kost namelijk tijd en energie en de aannemer blijkt er het nut niet van in te zien. Op de materiaalkosten zet hij standaard een winstopslag en berekent dat vervolgens door aan de klant of hij nu veel of weinig voor het materiaal heeft betaald.”

Rendement

Opvallend noemt de managementconsultant dat bij de onderzochte bedrijven een lagere inkoopprijs niet automatisch een hoger rendement oplevert. Giesberts: “Het voordeel wordt blijkbaar bij de klant neergelegd. Daar moet veel slimmer mee worden omgegaan. Want juist daar kan de ondernemer geld besparen. Een besparing op inkopen van materialen van bijvoorbeeld vijf procent kan namelijk wel een winststijging van vijftig tot zestig procent opleveren.”

Een eye-opener volgens R. Meyboom, secretaris van het NVOB Gewest Limburg. Naar zijn mening maakt dit onderzoek haarfijn duidelijk dat ondernemers geen inzicht hebben in de kosten. Dit laatste bleek overigens ook al uit een eerder benchmark-onderzoek dat het NVOB Limburg heeft laten uitvoeren. “Maar het komt natuurlijk ook omdat de markt van toeleveranciers nauwelijks transparant is. De aannemingsbedrijven sluiten verder vaak jaarcontracten af, of zijn sinds jaar en dag al klant bij dezelfde toeleverancier.”

Giesberts voegt daar nog aan toe dat toeleveranciers er uitstekend in slagen aannemers het idee te geven dat ze heel scherp inkopen. Uit het onderzoek blijkt echter dat er forse prijsverschillen zitten in dezelfde materialen. “Deze lopen soms op tot dertig en zelfs veertig procent. Leveranciers verdoezelen deze verschillen door het product of de leveringsvoorwaarden per afnemer net iets te veranderen waardoor prijsvergelijking moeilijk is.”

Ook blijkt ervaring een grote rol te spelen. De inkopers die de laagste prijzen bij de toeleveranciers weten te bewerkstelligen blijken ervaren rotten in het vak te zijn. Maar ook het wel of niet afnemen van producten in België en Duitsland blijkt tot lagere materiaalkosten te leiden. “Opvallend is dat de bedrijven die de hoogste kosten hebben als enige niet in het buitenland inkopen.”

De resultaten van het onderzoek heeft Giesberts inmiddels aan de deelnemende bedrijven gepresenteerd. “Een aantal kon het bijna niet geloven. Twijfelde ook direct aan de cijfers. Dat is natuurlijk niet zo vreemd als je altijd hebt gedacht dat je het wel goed deed.”

Overigens noemde de deelnemende bedrijven de prijs niet als maatgevend voor het plaatsen van een order bij een toeleverancier. “Betrouwbaarheid en leveringssnelheid vinden de aannemers zelfs belangrijker dan een lage prijs. Maar zonder aan de eerste twee zaken iets af te doen kan er nu natuurlijk wel een lagere prijs worden bedongen.”

Slechte positie

Dit laatste zal in zijn ogen echter nog niet meevallen. “Aannemers hebben natuurlijk een slechte onderhandelingspositie. De macht ligt bij de toeleverancier en aan de onderkant wordt door de opdrachtgevers aan de aannemingsbedrijven getrokken.”

Volgens Meyboom is het daarom noodzakelijk dat bouwbedrijven bij het inkopen van materialen de handen ineenslaan. “Je zou daarbij kunnen denken dat vijf of zes bedrijven gezamenlijk beton inkopen. Ze kunnen dan meer een vuist maken richting de toeleveranciers.”

Giesberts zegt dit een goed idee te vinden, maar voorspelt de nodige drempelvrees bij de bedrijven. “Ze moeten elkaar dan een kijkje in de keuken gunnen. En, daar staat niet iedereen voor open.”

Serieuzer

Volgens de managementconsultant zal er al heel wat gewonnen zijn wanneer de bedrijven serieuzer en vooral ook professioneler naar hun inkoopbeleid kijken. “Ze moeten een duidelijke inkoopstrategie uitstippelen. Bijvoorbeeld bij een groter project automatisch drie offertes laten maken. En vervolgens slimmer omgaan met het voordeel dat ze daarmee boeken. Want die winst moeten ze dan wel in hun zak steken en niet doorschuiven naar de klant.

Laagste inkopers zijn de oude rotten in het vak

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels