nieuws

Schimmig spel rond hittewerende mortel in Botlekspoortunnel

bouwbreed Premium

Klaarstaan om een megaklus uit te voeren met een product dat nog niet op grote schaal is toegepast en dan te horen krijgen dat het niet doorgaat. Dit overkwam Van Hattum en Blankevoort in Spaarndam.

Dit bedrijf, onderdeel van Koninklijke Volker Wessels Stevin (KVWS), heeft de opdracht de Botlekspoortunnel te voorzien van een hittewerende bekleding met LightCem 1350 Spray. Deze spuitmortel is in 1998 ontwikkeld en voldoet aan de eisen van Rijkswaterstaat voor tunnels.

Die voorzien erin dat de bekleding voldoende bescherming biedt bij een brand waarbij in een periode van twee uur een maximum temperatuur van 1350 graden Celsius optreedt. Andere hittewerende spuitmortels halen dat niet en het aanbrengen van hittewerend plaatmateriaal is veel meer werk.

Ramp

Eerdere plannen voorzagen in het aanbrengen van de laag omstreeks half november. Dat is toen niet gebeurd. Een woordvoerder van Van Hattum en Blankevoort zegt nu dat ze wel gesteld stonden om het te gaan doen, maar dat het hebben van een opdracht nog niet wil zeggen dat een opdrachtgever niet zou kunnen zeggen daar maar even mee te wachten.

De hittewerende spuitmortel zou worden geleverd door handelsmaatschappij De Keerkring, ook onderdeel van KVWS. De Keerkring maakt die mortel uit grondstoffen die direct beschikbaar zijn.

Dat opdrachtgever NS Railinfrabeheer met het aanbrengen wil wachten, zou volgens de woordvoerder verband kunnen houden met de hernieuwde discussie over veiligheid in tunnels die is ontstaan na de recente ramp met een skitrein in een Oostenrijkse tunnel.

Volgens de projectorganisatie op de bouwplaats van de Botlek-spoortunnel is het zeker dat geen brandwerende bekleding wordt aangebracht. Zij weet dat al twee maanden. Er komen wel een sprinkler-installatie, een systeem voor gasdetectie en ontsporingsgeleiders.

Onderzoek

Dat de tunnels in de Betuweroute uitgerust worden met een sprinkler-installatie is al in 1997 door de projectdirectie beslist. Dat besluit volgde uit onderzoek van het bedrijf Risk Control. Maar een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat voegt daaraan toe dat het aanbrengen van een brandwerende bekleding bovendien nog in onderzoek is. Pas als dat is afgerond, zal op het ministerie door de projectdirectie Betuweroute over het al of niet aanbrengen van een brandwerende laag in de tunnels van de Betuweroute worden beslist.

Geconfronteerd met de uitlatingen van de projectorganisatie op de bouwplaats herroept de woordvoerder van Van Hattum en Blankevoort eerdere uitlatingen en geeft hij toe dat hij al wist dat het aanbrengen van de brandwerende bekleding niet door zou gaan. Hij wilde dat eerder echter niet zeggen, omdat dergelijke mededelingen voorbehouden zijn aan de projectorganisatie.

Het contract moet naar zijn mening op een nette manier worden afgehandeld. Met de hittebestendige spuitmortel staan naar zijn zeggen nog geen andere projecten op stapel.

Noord-Zuidlijn

Bekend is dat in de metrobuizen van de Noord-Zuidlijn geen sprinklers komen, maar dat nog wordt bekeken of een brandwerende bekleding zal worden aangebracht.

Mogelijkerwijs is toepassing van het product ook een optie bij de Westerscheldetunnel om wat lucht te krijgen in de gespannen planning. Met het aanbrengen van de spuitmortel op de betonnen elementen van de tunnelwand kan namelijk al worden begonnen als verderop het boren nog voortgaat.

De Projectorganisatie Betuweroute is een samenwerkingsverband van het minis-terie van Verkeer en Waterstaat en NS Railinfrabeheer. Het ministerie fungeert

namens de minister als opdrachtgever voor NS Railinfrabeheer en is eindverantwoordelijk voor de aanleg van de spoorlijn. NS Railinfra-

beheer is verantwoordelijk voor de voorbereidingen en de bouw van de Betuweroute en treedt in de markt op als aanbesteder en opdrachtgever. Om bij de uitvoering van hun taak zo slagvaardig mogelijk te zijn, werkt de projectorganisatie vanuit twee hoofdkantoren, twee regiokantoren en vele bouwketen aan de realisatie van de Betuweroute. In Den Haag zetelt de projectdirecteur, in Utrecht de directeur realisatie. In Barendrecht en Tiel houden twee regiodirecteuren en hun teams toezicht op het werk dat aannemers ter plaatse voorbereiden en uitvoeren.

Reageer op dit artikel