nieuws

Open het dorp!

bouwbreed

Een vrijstaand huis met meer dan duizend meter grond voor ruim drie ton. In het Overijsselse Denekamp kan de Rabobank u de weg wijzen naar dit soort proposities. Nee, niet in Nederland natuurlijk, want daar kost zoiets niet drie maar acht ton. U moet ervoor verhuizen naar de Oosterburen. De familie Nijkamp zit er inmiddels gelukkig te wezen. En steeds meer Nederlanders volgen hen. Meteen over de grens is Groen Wonen tegen een schappelijke prijs mogelijk. Er was daar al een ‘Eigenheimzulagen’, maar nu per 1 januari aanstaande de hypotheekrente in Duitsland ook fiscaal aftrekbaar is geworden, verwacht men een run op de Duitse woningmarkt in het grensgebied.

Echt nieuws is dit niet. Kijk over de grens met onze Zuiderburen! Daar zijn we al massaal neergestreken in de Vlaamse dorpen. En in de tweedehuizenmarkt laten we ook al lang zien waar een klein land (letterlijk) groot in kan zijn. Daarom kregen we in Nice ook een dertiende punt in de Europese Unie! Maar het Nieuwe Duitse Wonen maakt ook duidelijk dat de omvang van dat verschijnsel nog fors zal gaan toenemen. Daar is niets problematisch aan. Integendeel, het geeft de Nederlanders meer mogelijkheden. Voor het ruimtelijk beleid is het intussen ook heel leerzaam. In Euroland nemen de mogelijkheden voor een onderscheidend nationaal ruimtelijk beleid af. We kunnen immers steeds gemakkelijker onze wensen elders realiseren. Daarnaast zet Europese wetgeving ons beleid op eigen bodem ook steeds vaker opzij (neem de permanente bewoning van recreatiewoningen).

Inmiddels dient zich zelfs een heel nieuwe vorm aan: een plan voor de bouw van een gloednieuw dorp voor Nederlandse

behoefte op Duitse bodem. Het lumineuze idee kwam van een

sociaal-democratische bestuurder uit het Groningse Bellingwolde. Wethouder Wachtmeester vindt al die uitbreidingen van de bestaande dorpen maar niks. Je kunt beter een nieuw dorp bouwen, in Duitsland kan dat en bovendien zijn grond en huizen daar veel goedkoper. Partijgenoot Pronk kan er ook geen stokje voor steken vanwege een mogelijke groene

contour.

Deze wethouder voelt goed aan wat de mensen willen. Er is een fors deel van de Nederlanders dat graag in een dorp woont. Zie het onderzoek Buitenwijk van Arnold Reijndorp e.a. dat in 1998 verscheen. Het gaf een hel-

der beeld van de “realiteit van het leven in nieuwe wijken”. De helft van de onderzochte huishoudens voelde zich goed op zijn plaats in Vinexurbia, maar een kwart zat er alleen maar omdat men de stad was ontvlucht en het andere kwart zou veel liever in een dorp wonen. Maar dat laatste woonmilieu is simpelweg niet beschikbaar.

Mij lijkt er niets op tegen dat dan ook aan te bieden. Niet door alle dorpen steeds maar verder te laten groeien maar door nieuwe dorpen te ontwikkelen. Er is genoeg platteland in eigen land om bijvoorbeeld in het Noorden een tiental dorpen bij te bouwen. In de provincie Noord-Brabant is men al voorzichtig op zoek naar nieuwe dorpen na het daverende succes van Bouwfondsdorp Brandevoort, tussen Eindhoven en Helmond. Het werd ontworpen door een Duitse architect(!).

Waarom worden er niet meer nieuwe dorpen op de kaart gezet? Het zal wel iets te maken hebben met dat vreemde poldermengsel van calvinisme en politieke correctheid dat ons parten speelt bij discussies over een goed geoutilleerde luchthaven, een idem wegennet en groen

wonen. Allemaal prettige en praktische dingen maar in het evangelisch circuit van politiek en beleid horen we voortdurend tegen elkaar te zeggen dat dat niet kan.

Om de weerstanden tegen Het Dorp wat te verminderen, zouden we kunnen gaan spreken over ‘stadsdorpen’. Dat maakt het ‘minder erg’. Het is net als met corridors maar dan omgekeerd. Sinds we dat woord niet meer gebruiken, kunnen we weer gewoon aan de slag. Met het concept stadsdorpen hebben we misschien iets dat de politieke correctheidstest gemakkelijker doorkomt.

In het Verenigd Koninkrijk is er al enige tijd een club voor. Die heet The Urban Villages Group en heeft ZKH The Prince of Wales als beschermheer. En binnen die club is ook nagedacht over het fenomeen. Een urban village “…seeks to combine the best qualities of the traditional village with the best urban qualities”. Voorbeeld van het eerste: “sense of community”. Voorbeeld van het tweede: “attractive townscape”. The best of both worlds, derhalve. In Nederland moet er mijns inziens ook zo’n vereniging komen. We moeten immers weer leren dorpen te maken.

Maar eerst moet wethouder Wachtmeester zijn plan realiseren. Als eenmaal blijkt dat er

zoveel vraag naar dorp is dat we er de grens voor over willen wippen, dan kan het schaap ook hier wel eens snel over de dam zijn. Dan kunnen we aan beide zijden van de grens dorpen gaan bijbouwen. De nieuwe dorpen hoeven niet in de Vijfde Nota. Ze komen er vanzelf wel. Dankzij een realistische PvdA-wethouder in het Noorden. Waarom wordt die man geen lid van de VROM-Raad?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels